Geke Hoogstins is niet te stuiten als ze vertelt over het Drentse landschap en de manier waarop ze dat vormgeeft in haar schilderijen en multimediale theaterproducties. Ze is thuis, even buiten Eext, net terug van twee weken Griekenland. ‘Mijn hoofd zit altijd vol met ideeen. Soms moet ik er even helemaal uit om tot rust te komen. Het borrelt altijd.’ Hoogstins werkt na drie grote theaterproducties in de afgelopen zes jaar al weer hard een nieuwe muziektheatervoorstelling. Het verhaal dat ze in haar hoofd had, staat inmiddels op papier. In tegenstelling tot de voorstellingen van de afgelopen jaren zal deze productie niet buiten worden gespeeld. ‘Dat geeft ons meer mogelijkheden om eventueel langer door te gaan. De premiere zal eind 2018 zijn, op een passende locatie in Groningen.’ De voorstelling gaat over de door de gaswinning veroorzaakte aardbevingen. Over leefbaarheid, over het uitputten van de aarde voor economisch gewin op korte termijn. Hoe ver gaan we met het exploiteren van de bodem waarop we leven? Je kunt huizen opkopen en vervangen door nieuwe, maar veel Groninger boerderijen behoren tot het cultureel erfgoed, hebben uiterlijke kenmerken die typisch Gronings zijn. Wat blijft daar van over? Wat doe je met oude kerken in het gebied of andere kenmerkende bebouwing? Ik maak me niet alleen zorgen over de veiligheid van de bewoners van het gebied, maar ook over hoe er omgegaan wordt met de cultuurhistorie. Ik wil mensen prikkelen over dit soort zaken na te denken.’

Geke Hoogstins (Kollumerland, 1956) heeft haar creatieve talenten van huis uit meegekregen. ‘Mijn vader was heel muzikaal en ook veel met theater in de weer. Als klein kind was ik altijd aan het tekenen. Ook dansen is voor mij altijd belangrijk geweest. Ik weet nog dat we voor het eerst een tv kregen. Ik zag Het Zwanenmeer van Tsjaikovski en wist meteen: dat wil ik ook. Niet lang daarna ben ik begonnen te dansen. Toen ik op de middelbare school zat wilde ik graag naar het dansconservatorium in Den Haag. Ik kwam niet door de selectie en was zo teleurgesteld dat ik toen een paar jaar niet heb gedanst. Daarna heb ik de draad weer opgepakt, ben les gaan geven en heb als danseres, choreograaf en regisseur aan veel amateurproducties meegewerkt.’

Ze is wel steeds gedreven blijven tekenen en schilderen, wat ertoe leidt dat ze op haar twintigste wordt toegelaten tot Academie Minerva in Groningen. ‘Dat werd niets. Ik ben er maar twee maanden geweest. Ik kan er niet tegen als anderen zich ongevraagd met mijn werk bemoeien. Ik wil niet gestoord worden als ik aan het schilderen ben, ook niet door docenten. Bovendien moest in die tijd alles altijd vernieuwend zijn en dat vond ik onzin.’ Na Minerva heeft Hoogstins diverse baantjes, waarna ze op 27-jarige leeftijd met de pabo begint. Ze werkt twaalf jaar in het onderwijs, waar ze veel tijd besteedt aan haar specialiteiten kunst, dans en drama. Binnen en buiten de school organiseert ze veel op cultureel gebied, tot ze zich realiseert dat ze in het onderwijs steeds meer in een keurslijf belandt. ‘Dat was niet wat ik wilde. Het is prachtig om van alles met kinderen te doen, maar dan moet je niet beperkt worden door alle mogelijke regeltjes. Ik kon er niet meer tegen en ben gestopt. Misschien was ik ook wel met te veel zaken tegelijk bezig, dat zou best kunnen. Hoe dan ook: vanaf dat moment ben ik in mijn atelier op de zolder van ons huis in Gasteren volop gaan schilderen. Dat leidde tot een eerste expositie in het GAK-gebouw in Assen. Tot mijn stomme verbazing verkocht ik al mijn werk.’ Het kostte Hoogstins aanvankelijk moeite geld voor haar werk te vragen. ‘Op de een of andere manier vond ik dat bijna genant. Maar goed, ik moest ervan leven, dus dan verandert dat wel.’

‘ Wie de historie kent, maakt minder slechte keuzes’

Voor haar schilderijen heeft Hoogstins zich altijd al laten inspireren door het landschap. ‘Dat kreeg een enorme impuls toen ik Hans Elerie leerde kennen en met hem daarover in gesprek raakte. We gingen samen op pad en hij leerde me het lezen. Vooral het rijke landschap van het Drentsche Aa-gebied, waar het verleden nog op zo veel plekken zichtbaar is: de celtic fields, karrensporen, oude meanders van de beekjes, beekdalen, verhalen achter bepaalde veldnamen. Ik kreeg als het ware les in de geschiedenis van het landschap. Steeds vaker ging ik me afvragen waarom iets is zoals het is en wat de relatie is met menselijke activiteiten door de eeuwen heen. Het landschap vertelt de verhalen van de mensen die er gewoond en gewerkt hebben. Ook die verhalen zijn interessant.’ Rondzwervend door het landschap rond de Drentsche Aa ontdekt Hoogstins ook plekken waar juist nooit menselijke activiteiten hadden plaatsgevonden. ‘Dat boeit me enorm: plekken zoeken waar nooit iemand heeft gewoond. Waar nooit iemand iets met de bodem heeft gedaan en waar dus geen menselijke sporen zijn. Stukjes prehistorie. Het is bijzonder als je daar ’s ochtends bent en de zon opkomt. Voor wat ik dan voel heb ik amper woorden. Het is iets universeels. Een oergevoel.’

Het is die beleving, dat gevoel, die Hoogstins wil vastleggen in haar schilderijen. ‘Ik laat op mijn doeken niet alleen het landschap zien, ik ben geen impressionist, ik probeer het gevoel vast te leggen dat het landschap bij mij oproept. Zoals muziek kan passen bij bepaalde stemmingen, zo ervaar ik dat ook met het landschap. Ik ben lid van Greenpeace, van Milieudefensie, maar ik ben geen activist. Ik doe het op mijn manier. Als je diepgaand nadenkt over wat er met de wereld mis is, dreig je depressief te worden. Je moet die emoties ombouwen naar iets positiefs. Daarom laat ik het landschap zien, de schoonheid van het landschap. De geschiedenis maakt daar een wezenlijk onderdeel van uit. Als mensen van allerlei zaken de historie zouden kennen, zou er meer inzicht zijn en dan zouden er minder slechte keuzes worden gemaakt.’

Die betrokkenheid bij de wereld om ons heen is ook nadrukkelijk aanwezig in de multimediale theaterproducties van Hoogstins. De fascinatie voor de oeroude cultuur en haar grote passie voor muziek, dans en theater heeft geleid tot de trilogie Walkyre Echo’s (2011), Terugkeer naar Gaia (2014) en Onderweg naar later (2016). De eerste twee voorstellingen vonden plaats in de enkele hectares grote tuin van Hoogstins, de laatste op de savanne van het voormalige dierenpark in Emmen. De drie voorstellingen trokken elke keer vijfduizend bezoekers.

‘Ik kon er alles wat ik in mijn hoofd heb in kwijt. Net als met mijn landschapsschilderijen zoek ik in die theaterproducties naar een duurzame verhouding van de mens met de aarde. Gaia staat voor moeder aarde. Hoe verhouden de menselijke activiteiten zich tot die aarde? Hoe was dat vroeger en hoe is dat nu? Ik probeer wat me bezig houdt te visualiseren. De toeschouwers moeten er maar mee doen wat ze willen. Ik wil me niet modelleren naar wat mensen willen of verwachten. Daarom lukt het me ook niet om in opdracht te werken. Dan kan ik niet kwijt wat ik in m’n hoofd heb.’

Vanaf 2012 is Geke Hoogstins als landschapskunstenaar verbonden aan GEOpark De Hondsrug. Dit gebied is vanaf november 2015 het enige UNESCO GEOpark van Nederland. Als ergens in Drenthe en Groningen het verleden zichtbaar is, is het wel in dit gebied. Hoogstins: ‘Bij bepaalde gelegenheden zijn mijn schilderijen te zien, ik geef lezingen en ik denk mee over bepaalde projecten. Zelf heb ik nog het idee om de historische route tussen Coevorden en Groningen te schilderen zoals die er vroeger moet hebben uitgezien. Ik kom er niet aan toe. Er zit nog zoveel in mijn hoofd.’

www.gekehoogstins.nl