Zeebenen in wankel evenwicht

Zo leuk is vissen nou: torenhoge boetes, een uitgeklede zee, tegenstrijdige internationale belangen, maar vooral de morele plicht te waken over de laatste garnaal. Om te zorgen dat er in de toekomst nog steeds garnalen worden gevangen vanaf Zoutkamp, begonnen enkele gedreven vissers het collectief Soltmen .

TEKST
Dorine van den Beukel & Freya Zandstra

BEELD
David Vroom

Vader Rispens had net de visnetten aan de wilgen gehangen, toen in januari 1969 zijn zoon Johan te vroeg en krap vier pond zwaar geboren werd. Net een gevild konijn, noemde een tante het visserskind. Het waren moeilijke tijden voor de Zoutkamper vissersvloot. De garnalen waren niks waard en de vloot stond op het punt de belangrijkste visgronden, die van de Lauwerszee, te verliezen. Toen pa Rispens vast werk kon krijgen in de droogbloemenfabriek, was de keuze snel gemaakt.

Het was in mei van datzelfde jaar dat de laatste afgezonken caisson de Lauwerszee afsloot. ‘De Groningers waren tegen afsluiten, want dat waren vissers die hun visgronden verloren zagen gaan’, vat Zoutkamper visserman Johan Rispens vijftig jaar na dato samen. ‘Aan de Friese kant domineerden de stadslui en de boeren, die met een dijk hun landerijen wilden beschermen tegen de zee.’ De zeeen gingen hoog in Zoutkamp, de crisisstemming was compleet. De vissers voelden zich zodanig miskend dat ze koningin Juliana bij de feestelijkheden rond de afsluiting massaal de rug toekeerden, een ongekend bruusk gebaar.
Een nieuwe haven, vanaf Zoutkamp vijf kwartier varen over het Lauwersmeer, werd de uitvalsbasis voor de vissers van beide zijden van het Lauwersmeer. Rispens: ‘Lauwersoog is niemands thuis.’ Toen Zoutkamp het kenteken ZK dreigde kwijt te raken voor de nieuwe afkorting LO, waren de rapen gaar. Het verzet heeft geloond: nog altijd varen de schepen met ZK op de romp en regelmatig komt de hele vloot thuis in Zoutkamp.
Het is de vrijheid van de zee die mannen aan boord lokt: de wijde wereld in, een met de elementen. Ook al is het tegen beter weten in, want weinig sectoren zijn zo intensief gereguleerd als de visserij en het leven in de zee staat onder druk. Er is een grote noodzaak het anders te doen, daarvan is Rispens doordrongen. ‘De zee is zo dood als een pier. Behalve garnalen zit er niks meer in. Maar dat is al lang zo, al wel twintig jaar. Ergens in de jaren negentig vroeg ik mezelf af: waar gaat dit heen?’ Dus wilde hij het graag anders doen. In zijn bestuursfuncties in vissersgeledingen en als excuus-visser in bestuurlijke overleggen, probeerde hij te koersen op ‘gezond verstand’. Dat viel niet mee.
Na een avond in het kegelhuis besloten vier Zoutkamper vissers het voortaan samen anders te gaan doen. Zij richtten een eigen collectief op, op zoek naar erkenning voor de waarde van het product dat ze bij nacht en ontij uit zee binnenhalen in hun netten. Ze maakten om te beginnen een einde aan het gesleep met garnalen door die niet te laten pellen in Marokko. Onder het eigen merk Solt brengen Rispens en drie collega’s nu duurzaam gevangen garnalen en in de toekomst ook Noordzeevis op de markt. Ze varen minder hard, waardoor ze minder schade aan de zeebodem toebrengen en minder brandstof verstoken. Ze waken voor het voortbestaan van soorten door ondermaatse en kuitschietende vissen te sparen. En aan de wal laten ze de garnalen in Lauwersoog machinaal pellen. Dat bespaart duizenden voedselkilometers en veel tijd, waardoor minder conserveringsmiddel nodig is. Doordat hij met melkzuur in plaats van benzoezuur is behandeld, smaakt de Solt-garnaal zoetig (alsof hij net uit zee komt) in plaats van zurig als een supermarktgarnaal.
Winstgevend is de hele exercitie nog niet, maar de vissers zijn bereid de tijd te nemen om te bouwen aan hun merk. En de groei zit er mooi in. Zo komt er een verkooppunt in de nieuwe foodhal Mercado achter de Grote Markt in Groningen. In samenwerking met de Kleinstesoepfabriek is er een Solt- garnalensoep gemaakt. En een stoer merk bouw je niet op zonder je eigen biertjes, dus die zijn er ook. Want de consument met de groene bedoelingen, die moet helpen de zee te redden.
Om de zee te sparen, hebben de vissers zich te houden aan een tijdslimiet, uit eigen kring bepleit bij de overheid. Per week mogen ze op dit moment maar 36 uur vissen. In dat anderhalve etmaal moeten ze een heel weekloon bij elkaar vangen. ‘Dat kan’, zegt Rispens. ‘Elke beperking, of we die onszelf oplegden of opgelegd kregen, heeft zich uiteindelijk altijd opgelost. We kunnen ons inkomen ook verdienen met minder vangst. Het evenwicht herstelt zich altijd weer.’
Thuis in Zoutkamp gaat de bel. Een bezorger overhandigt een aangetekende brief van het Openbaar Ministerie, met een oproep te verschijnen voor de rechtbank in Amsterdam, waar Rispens een boete van 8.500 euro boven het hoofd hangt. ‘Te dicht langs een voormalige boorlocatie bij Ameland gevaren. Stom. Door een update van de navigatie stond de veiligheidsmarkering van de boortoren niet op het scherm. Sinds een paar jaar staan er dikke boetes op als je te dicht bij die plekken komt, omdat er een Friese visser in slaap gevallen was en zo op de boortoren knalde. Dat was vanzelf ook stom van die Fries. Maar hier was niets aan de hand.
Vijf-en-tachtig-honderd euro!’ ‘Weet je dat ook meteen’, zegt zijn echtgenote tegen het bezoek. ‘Zo leuk is vissen nou.’
Het zijn de regels die het werk lastig maken. ‘Al die beperkingen waar de Nederlandse visserman mee te maken heeft, gelden niet voor vissers uit andere landen. Wij krijgen een bekeuring als we in het visreservaat bij Rottum vissen, maar de Duitse visser niet want Duitsland heeft dat convenant niet getekend. Elke vis die wij laten zwemmen, vist een ander op. En toch zullen we samen op die andere koers moeten.’

Rispens beseft dat met de werelderfgoedstatus van het Wad verdere beperkingen maar een kwestie van tijd zijn. Het streven van Lauwersoog de duurzaamste, geheel natuurinclusieve haven van de wereld te maken, draagt hij een warm hart toe. Binnen twee jaar moeten vijf kotters, nieuwe of omgebouwde, op waterstofcellen varen. Uiteindelijk moeten zonneweides, windmolens en getijdenenergie de hele haven vrij van fossiele brandstof maken. Intelligente technieken om garnaal en vis op te sporen, die de zeebodem en het ecosysteem zo weinig mogelijk verstoren, moeten de vangst verduurzamen.
Na een rouwproces van decennia is het een wankele status quo aan weerszijden van de vroegere Lauwerszee. ‘Hier vinden ze vooral dat er natuur verloren is gegaan, met alle visgronden en zandplaten die je hier had. Van de meeste oudere Zoutkampers mag de dijk zo weer doorgestoken worden, dat weet ik zeker.
Hoe Zoutkamp erbij ligt over nog vijftig jaar? Ik denk dat we dan van onze fouten geleerd hebben en dat het dan een levendige vissershaven is waar toeristen graag komen.’ En misschien, heel misschien, denken de Zoutkampers van dan met waardering terug aan die paar pioniers die de steven wisten te wenden.

Drie jaar lang verzorgden Dorine van den Beukel en Freya Zandstra met fotograaf Marieke Kijk in de Vegte voor Noorderbreedte de rubriek Wiens brood men eet. Daarin stond steeds een producent centraal die met een vernieuwende of juist ambachtelijke werkwijze, bijdraagt aan de verduurzaming van ons voedselsysteem.
Omdat dat thema in de toekomst alleen nog maar aan belang wint, zullen deze bijdragen – weliswaar onregelmatig en in wisselende vorm – ook in de komende Noorderbreedtes blijven terugkeren.