In vier artikelen onderzoeken Sijas en Pauline de Groot, aan de hand van de geschiedenis van het bedrijf FA. H. de Groot & Zn., de verbinding tussen landschap en identiteit. Hun overgrootvader heeft het bedrijf begin 20e eeuw opgericht in Harlingen. Hoewel Sijas en Pauline zelf in andere steden van Nederland opgroeiden, voelen zij zich verbonden met het noordelijke landschap, de zee, de Waddeneilanden en de Friese havenstad.

Als kinderen hoorden Pauline en Sijas de verhalen van hun familie tijdens de wandelingen door Harlingen. Gebouwen en sluizen werden aangewezen: ‘Dit heeft je opa Rimke gemaakt samen met zijn broer Klaas’ en ‘Hier moest ik helpen spijkers rapen’. Tijdens deze wandelingen werden Harlingen en deze bijzondere bouwwerken daardoor ook van hen, de kleinkinderen.

In 2019 is het bedrijf, onder de naam Firma De Boer & De Groot, nog steeds toonaangevend op het terrein van beton- en waterbouw in Noord-Nederland. In de afgelopen eeuw heeft het vele ingrepen gedaan op de grens van land en water.

 

Onderdeel groter verhaal

Je kent de mens wellicht beter in zijn omgeving. Begin april hebben we afgesproken met familieleden in het huis van onze tante in Harlingen. Herke, zoon van Rimke de Groot, de vader van Pauline, is er niet bij – hij is overleden in 2013. In een lichte voorkamer zitten we rond een grote stapel bestektekeningen, foto’s, tekstmateriaal, boekjes en koffie. Voorzichtig beginnen we met vragen over de oprichting van het familiebedrijf. Het handschrift en de aantekeningen van onze opa Rimke maken de verhalen los, die af en toe onderbroken worden door een blik naar buiten. Er dwarrelt natte sneeuw en het hagelt. April doet wat-ie wil en het is ook nog oostenwind.

Wij, een schrijver en een theatermaker, zijn geïnteresseerd in de plekken waar onze opa Rimke samen met zijn oudere broer Klaas aan gebouwd heeft. De bruggen, steigers, de kades en de kapen in het Waddengebied: ze zijn allemaal onderdeel van het handschrift van de Firma in met name het Noorden van het land. In Harlingen heeft vrijwel elke sluis, elke kade met zijn walbeschoeiing en elk stukje remmingwerk zijn eigen verhaal. Het zijn korte anekdotes van een paar regels om een bepaald element in het landschap te omschrijven, deel uitmakend van een veel groter verhaal dat wordt vervolgd op een andere plek. Het zijn verhalen op de grens van land en zee.

Na een uur praten gaan we naar buiten. Een plan? De storm is overgewaaid.

Hoe gaan we lopen? Ooms en tantes stippelen een route uit. Langs het Bolwerk, door de Scheerstraat naar de Rommelhaven, naar de Hoogstraat, de Droogstraat, en tot slot de Bildtstraat, waar het allemaal begon. We kunnen de herinneringen volgen via singels over bruggen naar de plekken waar de familie vroeger woonde en werkte.

Een geschiedenis

 

 

Onze overgrootvader heette Herke de Groot. Zijn zoons Klaas en Rimke waren de tweede generatie in ‘de Firma’. De zoons van Klaas, Herke en Piet, zijn de derde generatie en hebben het bedrijf verder doen uitgroeien tot wat het vandaag de dag is: een moderne en slagvaardige onderneming in beton- en waterbouw, nu geleid door de zoon van Piet, Herke de Groot.

Overgrootvader Herke (geboren in 1885) is al vroeg een goede timmerman. Herke zit in de boerderijbouw, maar ook in die tijd trekt ‘Holland’ en hij bouwt mee aan het Kurhaus in Scheveningen. Als hij getrouwd is en zijn eerste kind krijgt, Klaas (in 1907), gaat hij terug naar Harlingen. Hij trekt in bij zijn ouders in het huisje bij de oliemolen en krijgt een baan bij aannemer J.C. Kooyman als timmerman. Kooyman wist dat Herke goed bestek kon lezen en een kostprijs kon berekenen. Kooyman stuurt Herke naar Vlieland als hoofduitvoerder.

In februari 1912 reageert Herke op een advertentie in de Harlinger Courant. Hij maakt een prijsopgave voor de vernieuwing van een aantal sluisdeuren van de Kleine Sluis. Zijn inschrijving blijkt de laagste te zijn en zo ontvangt hij zijn eerste klus. Aan de Zuiderhaven start Herke de Groot zijn aannemersbedrijf in de voormalige ‘tonnenschuur’.

In een pand aan de Bildtstraat dat voorheen als café dienstdeed, groeit het bedrijf en het gezin. De paardenstal dient als werkplaats. Als actief lid van de christelijke geheelonthoudersvereniging, de N.C.G.O.V., zeg maar ‘de Blauwe Knoop, vindt Herke dat er ook een vergaderzaal moet komen. Zijn zonen Klaas en Rimke (geboren in 1915) treden al gauw toe tot de Firma. De zonen van Klaas, Herke en Piet, groeien op al spelende in de werkplaats waar ook hun woonhuis is.

Bildtstraat 1

‘Vanuit het keukenraampje keek ik als kleine jongen uit op dat grasveldje onder aan de zeedijk’, vertelt Paulus, kleinzoon van oprichter Herke. ‘Hier bracht het korps van het Leger des Heils christelijke liederen ten gehore.’ Met zijn handen legt hij de omgeving uit: ‘Dat was hiernaast de Roptaweg en daar zo ongeveer met die heg mee stonden de nije huzen met kleine tuintjes ervoor.’ Onze tante begint meteen te zingen: ‘en de regen stroomde neer en de vloed kwam op…’ In de verte horen we de scheepshoorn van de veerboot naar de Waddeneilanden. We staan voor het huis Bildtstraat 1, dat er allang niet meer staat. Paulus vertelt: ‘De Firma verhuisde eind jaren vijftig van de Bildtstraat naar de Hoogstraat. Er was in de Hoogstraat meer ruimte ter beschikking. Het mooie pand op nummer 1 in de Bildtstraat is later afgebroken, er kwam nieuwbouw voor in de plaats. Mien vader vond dat verschrikkelijk.’

Naast de Bildtstraat 1 stond de werkplaats waar het bedrijfs zich vestigde toen het in 1946 de naam H. de Groot & Zn. kreeg. Harlingen was erg vervallen na de oorlog. Walbeschoeiingen stortten in elkaar, de Zoutsloot was nog een riool. Het zou tot in de jaren zeventig duren voordat Harlingen een ‘gewoon’ rioleringsstelsel kreeg. Er was volop werk.

Het gaat om de zee

We lopen de weg op die uiteindelijk toegang verschaft tot het Bildt, tussen de bomen door.

‘Ruik je dat? Akkerlucht, gier, jarre! De boeren binne oan it jarjen’, zegt Paulus.

We staan op de oude ringmuur en kijken uit op de visserijhaven, die aangelegd is in de jaren zestig. Daarachter de Waddenzee. Aan de horizon Vlieland en Terschelling, waar de Firma ook haar sporen achtergelaten heeft. Vooral bij stormweer en hoog water kon het weleens gevaarlijk worden. ‘Dan sloeg het water over de dyk heen’, vertelt Paulus. Hij voegt eraan toe: ‘Mien vader werd dan oproepen voor beperkte dykbewaking en ik dink oom Klaas oek wel.’

Links in de verte de aanlegsteigers voor de veerboten van Doeksen, rechts de Tsjerk Hiddessluizen, waarvan de naam werd onthuld bij de opening van het Van Harinxmakanaal in 1951. In de periode tussen 1948 en 1952 maakte de Firma twintig grote houten sluisdeuren. Allemaal met de hand. Niets anders dan vakwerk.

De oostenwind wil door onze winterjassen. We kruipen tegen elkaar aan op de brug over de sluis. Er is een grote en een kleine sluis, het water erachter beweegt in verschillende snelheden en patronen. Je kunt er uren naar staren. Elke dag hetzelfde, iedere dag weer anders.

Aan de ene kant van de sluisdeur is het water hoger dan aan de andere kant. We hangen met zijn allen over de reling van de brug. ‘Hier ging het allemaal om. De zee. Het keren van het water’, zegt een tante. Een ingreep van de Firma in het landschap.

Een schutsluis, of sas, is een kunstwerk dat het mogelijk maakt om schepen van het ene naar het andere waterpeil te brengen. Een keersluis of kering is een sluis die water keert, oftewel tegenhoudt. Doorgaans zijn de keersluizen aan twee zijden kerend en daarom uitgerust met een dubbel stel puntdeuren. De deuren in deze sluis zijn gemaakt van hardhout, in de bouwput.

Het is koud, we lopen de dijk af richting Doeksen, waar we even schuilen voor het gure weer.  Sijas koopt een kaartje voor de boot naar Vlieland voor volgend weekend. Het gesprek gaat door. We praten over het werk van de Firma en de rol van Rimke en Klaas in het bedrijf, nadat hun vader Herke een aantal jaren na de oorlog terug was getreden. Klaas was meer van het binnenwerk en Rim zat meer op de heibak. ‘Rimmert de Roppert’ is een bijnaam. Kreeg hij die door de manier waarop hij oude delen van walbeschoeiing verwijderde alvorens er opnieuw geheid kon worden? Of omdat hij tijdens de werkzaamheden op de heibak soms met zijn stem boven het geluid van het vallende heiblok uit moest komen? Wie zal het zeggen. Een andere bijnaam was ‘Rimmert de Klimmert’. Tot aan het begin van de oorlog blonk hij uit in gymnastiek en turnen. Deze hobby kwam hem in het werk goed van pas omdat hij soms de heistelling in moest klimmen, helemaal naar boven toe.

Over ‘Baas Klaas’ wordt gezegd dat wat zijn ogen zagen, zijn handen konden maken. In zijn vrije tijd zette hij zich in voor de kerk en dan met name het kerkelijke jeugdwerk. De jongeren liepen met hem weg.

We roemen Rimkes atletische vermogen, te zien op de foto waar hij aan het werk is in zijn overall, op zijn nette schoenen. We zien zijn kuif en een glimlach. ‘Nu pas wil je heel veel aan hen vragen. Vroeger deed ik dat niet en nu kan het niet meer’, zegt een van onze tantes.

 

 

Opa’s kuif

Wij, Pauline en Sijas, zijn kinderen van Herke en Paulus, de twee zonen van Rimke, van wie al vrij snel duidelijk werd dat zij niet verder gingen in het familiebedrijf van hun vader en oom. Zo gaat dat. Er is een grootvader en er zijn twee zonen. En die twee zonen, dat is al veel, maar als die twee zonen beiden ook nog eens twee zonen krijgen, ja… dan wordt het te veel.

Onze vaders Herke en Paulus hebben in hun jeugd wel gewerkt voor de Firma, gewoon als vakantiewerk en om te ervaren wat het werk inhield, maar ze hadden niet de ambitie om in de zaak te gaan. Ze hadden andere interesses en kozen andere studies. Herke, de vader van Pauline, is westerse sociologie gaan studeren aan de VU in Amsterdam.  Paulus, de vader van Sijas, godsdienstwetenschappen in Groningen.

We wandelen terug langs de Zuiderhaven. Door de ogen van onze familie leren we de invloed van het bedrijf de Groot op het landschap, de stad en haar omgeving steeds beter kennen. De herinneringen aan al deze plekken blijven levend zolang mensen ernaartoe gaan en zich de verhalen rondom deze plekken herinneren en erover vertellen. De stemmen van Herke, Klaas en Rimke klinken tussen de stenen, balken en het water. De geluiden worden sterker, de beelden scherper. De kuif van opa Rim waait in de wind en we zien zijn grove, sterke handen waarover hij zelf ooit zei ‘hânnen die heel wat ofwrôtten hewwe’.

 

 

Pauline de Groot is schrijfster en ecologisch pedagoog.

Sijas de Groot is theatermaker en houdt zich voornamelijk bezig met landschap.