Toen Albert Keizer vijf jaar geleden met zijn bedrijf voet aan wal zette in de haven van Lauwersoog, was er weinig te beleven. De kade waar NG Shipyards nu gehuisvest is, bestond nog helemaal niet, er liep alleen een weg. En dat terwijl de haven populair is: hij wordt gebruikt door de passagiersvaart naar Schiermonnikoog, maar ook door werkschepen voor nabijgelegen windparken. Daarbij gebruikt het overgrote deel van de Nederlandse garnalenvisserij Lauwersoog als uitvalsbasis. Keizer zag zijn economische kansen schoon: waar schepen zijn, is immers onderhoud nodig. Maar hij had ook een persoonlijke drijfveer om in de haven een nieuwe onderneming te beginnen.

‘Ik heb zeven jaar met Wubbo Ockels gewerkt’, vertelt Keizer in zijn kantoor met uitzicht op de Waddenzee. ‘Ik heb de Ecolution (het wereldberoemde duurzame schip van deze natuurkundige en ruimtevaarder, red.) met hem gebouwd. Voor die tijd was ik sceptisch over al die duurzaamheidsdingen, voor mij was het de wereld van de geitenwollensokken. Pas in 2011 drong het tot me door: het klimaat verandert maar we kunnen er iets aan doen, de techniek is er. Zeker nu ik ouder word, realiseer ik me dat ik mijn verantwoordelijkheid moet nemen. Ik heb vijf kinderen en tien kleinkinderen, die moeten ook allemaal weer verder straks. We moeten de aarde aan hen doorgeven. Toevallig is mijn achtergrond maritiem, daarom begon ik een bedrijf om de scheepvaart te verduurzamen. Maar als ik boer was geweest, was ik vijf jaar geleden waarschijnlijk begonnen met biologisch boeren.’

Om de duurzame doelen van NG Shipyards te bereiken, moet er snel actie ondernomen worden, vindt Keizer. ‘We moeten niet blijven praten en discussieren over de mogelijkheden, we moeten ze in de praktijk brengen. Ik ben ervan overtuigd dat we in het Waddengebied niet door kunnen met fossiele brandstoffen. Naar ons idee kunnen schepen die vanuit Lauwersoog vertrekken overstappen op groene energie, maar dan moeten we dingen in de praktijk gaan proberen. Als dan blijkt dat iets toch anders had gemoeten, dan stuur je bij. Zo ga je ontwikkelen, zo zijn de schepen vroeger ook gebouwd. Onze voorouders hebben niet eerst een heel schip uitgetekend, ze zijn er gewoon een gaan bouwen, elk schip werd een beetje gecorrigeerd. Uiteindelijk kom je dan tot een goed product.’

Icoon Ecolution

Nu zijn bedrijf goed draait – op een beetje groei had Keizer wel gehoopt, maar het succes van NG Shipyards overstijgt zijn eigen verwachtingen – heeft hij de ruimte om echt in duurzaamheid te investeren. Maar er is meer nodig dan geld, Keizer zoekt ook naar maatschappelijk draagvlak. Daarom is zijn bedrijf betrokken bij de Stichting WadDuurzaam, financier van de Ecolution, het eerdergenoemde schip van Wubbo Ockels. Keizer: Wubbo’s kernboodschap was dat verduurzaming nodig is. Hij zei: “De techniek heeft ons in de problemen gebracht, maar kan ons er ook weer uithalen.” De Ecolution is een prachtig icoon daarvoor, het is het bekendste schip van Nederland, we kunnen mensen ermee bereiken. Ons plan is nu om dat schip volledig op waterstof te laten varen: we halen de fossiele brandstoffen eruit en doen de waterstofinstallatie erin. We lopen daarbij continu tegen wet- en regelgeving aan: je mag niet zomaar met waterstof aan de slag, iedereen ziet overal gevaren. Dat is soms frustrerend, maar ik denk dat het belangrijk is om met een project in de publiciteit te staan. Je kan ermee laten zien dat varen op waterstof mogelijk is.’

Ecolution is weliswaar het spreekwoordelijke vlaggenschip van NG Shipyards, maar achter de schermen werkt het bedrijf hard om nog veel meer schepen op waterstof te laten varen. ‘Ongeveer tachtig procent van de Noordzee-garnalen wordt vanuit Lauwersoog gevangen, de vissers komen altijd weer terug in deze haven’, vertelt Keizer. ‘Hun schepen zouden dus heel eenvoudig kunnen overstappen op waterstof, want je hoeft niet heel Nederland vol te zetten met tankstations: we hebben er alleen hier een nodig. Die vissers willen wel, zolang ze een economisch plaatje hebben. En een gewone viskotter gebruikt ongeveer vijfduizend liter gasolie per week, zet dat maar eens af tegen de nul liter die een viskotter op waterstof verbruikt. Als het aan mij ligt wordt over vijf a tien jaar ieder vissersschip dat hier vertrekt voortgestuwd door waterstof, ik denk dat dat realistisch is. De toekomst is altijd dichterbij dan je denkt.’

Voordat het zover is, moet dat waterstof natuurlijk worden geproduceerd en naar Lauwersoog gebracht. Wat Keizer betreft, moet dat lokaal en zo duurzaam mogelijk gebeuren. Windparken in de buurt van de haven kunnen daarbij helpen, maar er zijn andere manieren. ‘Over de hele wereld zijn projecten aangekondigd waarbij waterstof gemaakt wordt. Die productie komt dus wel op gang, daarna zal het een kwestie van transport zijn. Als je in de Eemshaven waterstof produceert, moet je dat hierheen brengen om schepen – en wie weet ook auto’s – te laten tanken. Dat zou met een pijpleiding kunnen, maar ook met vrachtwagens. De hoeveelheden die je dan vervoert zijn niet heel groot, maar als je niets probeert, verandert er ook niets.’

Wat Keizers toekomstvisie voor Lauwersoog is? ‘Ik denk dat de haven zich in de komende vijftig jaar gaat ontwikkelen tot een ontmoetingsplaats tussen economie en ecologie. Je wilt eigenlijk dat die vissers nog duizend jaar kunnen vissen, zonder dat er schade ontstaat en zonder dat de visstand achteruitgaat. Ik denk dat dat evenwicht te vinden is. Iedereen in deze haven is op zijn eigen manier net zo hard bezig met duurzaamheidskwesties als wij. Het is zeker een thema.’ In eerste instantie wil Keizer het gesprek afsluiten door mensen op te roepen duurzamer te leven, maar die boodschap is hem bij nader inzien niet concreet genoeg. ‘Eigenlijk bedoel ik: als je de keuze hebt tussen een gewone oplossing en een duurzame oplossing, kies dan de duurzame oplossing. Dan gaan we er met elkaar wel komen.’

‘Lauwersoog wordt ontmoetingsplaats economie en ecologie’ Albert Keizer