Groen is zuurstof voor de mensen. Het gaat samen met gezondheid. En met geluk. In ons land voelen Friezen zich het gelukkigst, volgens het vele wetenschappelijke onderzoek naar geluk. Groningers en Drenten staan lager op de lijst. Het beste af zijn mensen die wonen in kleine dorpjes op het platteland, waar zij frisse lucht opsnuiven en gelukzaligheid uit de pure natuur putten. Als er al zorgen zijn, maakt een wandeling in de natuur het hoofd weer leeg. In een omgeving met natuur voelen veel mensen zich gezonder en zijn ze dat vaak ook echt.

Lang was het bovenstaande een aanname, maar socioloog Jolanda Maas durft haar hand ervoor in het vuur te steken nadat ze op onderzoek hiernaar is gepromoveerd. De patiëntgegevens van honderdduizenden Nederlanders combineerde ze met informatie over de hoeveelheid groen in de buurt. In buurten met meer dan 90 procent aan bossen, parken of weilanden voelt maar 10 procent zich niet senang.

Mensen in een groene omgeving voelen zich gezonder en zijn minder vaak depressief. Ook hebben ze minder last van stress. Volgens Maas is de kans dat ze de eigen gezondheid als minder goed beoordelen in betondorpen anderhalf keer zo groot. Is het alleen het gevoel? Maas laat met haar onderzoek de feiten spreken. Wie niet dicht bij een park, bos of weilanden woont, komt vaker bij de dokter met klachten.

Toch vreemd, want met de gezondheid van veel Friezen is het allesbehalve in orde, merkt het Fries Sociaal Planbureau op. Bijna de helft van de Friezen heeft bijvoorbeeld overgewicht, met vaak suikerziekte, hoge bloeddruk of hart- en vaatziekten tot gevolg. Hetzelfde beeld vertoont het platteland van Groningen en Drenthe.

Een rare paradox, vindt onderzoeker Henk Fernee van het FSP. Veel Friezen halen het geluksgevoel uit rust, ruimte en groen, blijkt uit 150 reacties die het planbureau heeft gekregen. Fernee loopt alweer tegen nieuwe vragen aan. Ondanks het geluk en tevredenheid hebben de Friezen meer psychische klachten en slikken ze veel antidepressiva. Hoe kan zoiets samengaan?

Drie kwart van de mensen in ons land voelt zich gezond. In Friesland zijn ze het positiefst, met een uitschieter tot 79 procent. Groningen en Drenthe volgen het landelijk gemiddelde. In een krimpgebied als Oost-Groningen – waar de akkers volstaan met wuivend graan, bloeiende aardappelen, stevige suikerbieten – zit het de mensen niet mee. Op het platteland van het Oldambt en de Veenkoloniën tobben meer mensen dan gemiddeld met hun gezondheid. Nog manifester is dit te zien in andere krimpgebieden in Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.

Het valt te verklaren uit het sociaal-economisch klimaat en de leefstijl, concludeert GGD Groningen. Epidemioloog Daniëlle van de Kamp heeft meermalen de cijfers doorgespit om tot verklaringen te komen. De veel hogere sterftecijfers op het arme Groningse platteland – met de gemeente Ten Boer als absolute uitschieter met 37 procent meer doden – vallen terug te voeren op een ongezonde manier van leven met roken, overgewicht en weinig bewegen. Er overlijden naar verhouding veel meer mensen door kanker of hart- en vaatziektes.

In de gemeenten Appingedam en Pekela heeft een kwart van de bevolking obesitas, terwijl in Groningen en Haren het percentage op negen zit. Er is een verband tussen zwaarlijvigheid en het lage opleidingsniveau, concludeert GGD Groningen. Bij hoger opgeleiden komt obesitas veel minder voor: de verhouding is 1 op 4. Sinds 1990 is in Groningen het percentage van de bevolking met overgewicht gestegen van 37 procent tot 51 procent. De levensverwachting voor de groep laagopgeleiden met een krap inkomen ligt gemiddeld 7 jaren lager.

Het heeft alles te maken met eetpatronen. In de steden wonen meer de bewuste en gezonde eters, op het platteland meer de traditionele vlees-, groente en aardappeleters, blijkt uit onderzoek voor het noordelijk gezondheidsproject Lifelines. Er zijn ook regionale verschillen. Drenten horen bij de snackers, Friezen meer bij de zoetekauwen, constateert professor Gerjan Navis van de Rijksuniversiteit Groningen.

De gezondheidsverschillen tussen stad en platteland zullen nog toenemen, voorspelt het Sociaal en Cultureel Planbureau. Uit de krimpregio’s in het Noorden trekken veel en vooral vitale mensen naar de steden. Daar bloeit de economie, reden voor de jonge generaties om te verkassen. De oudere generaties blijven op het platteland, net zoals de lager opgeleide jongeren. Soms zit ook alles er tegen. Inwoners met een chronische ziekte of slechte gezondheid hebben vaker financiële problemen en inwoners met financiële problemen rapporteren vaker angst, depressie, eenzaamheid en onvoldoende regie over het eigen leven.
De conclusie ligt bijna voor de hand dat het in de stad beter is dan op het platteland. Maar zo zit het niet. De achterstandswijken tonen volgens het SCP de keerzijde van het bruisende leven in de stad. Die uit zich in een hoger sterftecijfer dan landelijk gemiddeld in bijvoorbeeld de stad Groningen, toch een magneet voor jonge, gezonde studenten en ambitieuze, hoogopgeleide werkers. Het veel hogere drugs- en drankgebruik en het hoger aantal psychische klachten zijn indicatoren van het ongezonde leven in de steden.
Heeft wonen bij een boerderij dan de voorkeur? Niet in alle gevallen, is de conclusie van Lidwien Smit. Haar recent onderzoek onder 2.500 omwonenden van veehouderijen legt een verband met longproblemen door de uitstoot van fijnstof en ammoniak. Het vergelijkt de effecten op de luchtwegen van veel veehouderijen met die van luchtverontreiniging door verkeer in stedelijke gebieden. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt dat vieze lucht net zo goed op het platteland voorkomt. Wereldwijd ademt 92 procent van de bevolking fijnstof in, ook in het Noorden.

De vinger wijst dan al snel naar de bedrijvigheid op het platteland zelf, maar fijnstof komt ook van ver. Mensen die vlak bij een groen maïsveld wonen, ondervinden eerder last van luchtwegaandoeningen. Er is onder deze groep ook sprake van een hogere sterfte door longproblemen, zo blijkt uit onderzoek van het RIVM. Het is nog onduidelijk waardoor dat precies komt. Gewasbeschermingsmiddelen, bemesting, vrijkomend fijnstof?

Lelieteelt op het Drentse platteland en vlak bij de natuur van Drentse Aa geeft ook veel aanleiding tot zorg. Onderzoek van RIVM maakt duidelijk dat de gewasbeschermingsmiddelen tot op vijfhonderd meter van een kleurrijk bollenveld worden teruggevonden in de buitenlucht rond woningen, in huisstof en in de urine van volwassenen en kinderen. Spuitvrije zones bieden weinig soelaas. De hoeveelheid gif valt binnen de norm, maar verder onderzoek moet uitwijzen of de middelen de volksgezondheid schaden.
En toch willen de provincies Friesland, Groningen en Drenthe al in 2030 tot de gelukkigste en gezondste regio’s van de wereld horen. Friesland heeft nog de beste kaarten om toe te mogen treden tot de rij Blue Zones, met daarin het dorp Silanus op Sardinië, of het eiland Okinawa in Japan of het eiland Ikaria in Griekenland. De mensen voelen zich er gezond en gelukkig, worden veel ouder dan gemiddeld, eten gezond en bewegen veel voor hun dagelijkse bezigheden. De provincies en het bedrijfsleven ondersteunen dit idee van Healthy Ageing Network Northern Netherlands. Wensdenken, want eerst zullen de zoetekauwen gezonder moeten eten.