In Woltersum, een dorp aan het Eemskanaal, wonen 371 mensen in 171 huizen. De meesten willen er blijven ook al wordt hun woonplek geplaagd door aardbevingen en moesten alle inwoners geëvacueerd worden toen de kanaaldijk bijna doorbrak.

Ellis Ellenbroek portretteert verschillende bewoners in woorden, fotografen Gea Schenk en Ronnie Zeemering deden hetzelfde op hun manier. Dit en meer verhalen en foto’s staan in het boek Woltersum, een tijdsbeeld dat eind juni 2019 verscheen. Deze zomer brengt Noorderbreedte enkele verhalen.

 

Woltersum is een gevoel

We ontmoeten elkaar in Het Voorhof. Carla heeft de sleutel van het gebouwtje naast de kerk. Al meer dan tien jaar is ze met veel plezier lid van de culturele commissie van de kerk. Carla doet de horeca als er een activiteit is in de kerk. “Ik doe dat samen met Klaaske Lalkens van de pluimveeboerderij en eierkeet.” De kachel is aan in Het Voorhof, de koffie klaar, we nemen plaats dichtbij het raam en Carla steekt meteen van wal. Het paadje voor de kerk langs, waar we op uitkijken, was vroeger toen zij op de lagere school zat het onderwijzerspaadje, zegt Carla. “Alleen het hoofd van de school mocht er overheen lopen. Wij schoolkinderen haalden dat niet in ons hoofd. Dat zou nu toch niet meer denkbaar zijn.” Het is een van de vele herinneringen van Carla aan Woltersum. “Ik stik van de herinneringen.”

In 1951 werd Carla in Woltersum geboren, als jongste in een gezin met zeven kinderen. Carla trouwde met een jongen uit Sint Annen, Ko van Dijken. Samen brachten ze drie zoons groot – Mark, Willy en Leonard – en runden een autoschadebedrijf aan de Kollerijweg 14. Jongste zoon Leonard woont nog in het dorp, met vrouw en twee kinderen. Ook een van Carla’s zussen woont nog in Woltersum.

Ko is er niet meer. Hij overleed op 28 augustus 2018 aan kanker.

Carla en Ko. Het is een verhaal dat velen wel kennen. Ze is er steeds open over geweest, voor Carla de enige manier. Zo rond haar veertigste ging ze weg bij Ko, ze was verliefd geworden op Lucas Kor (1947) met wie ze nu samen is. “Ik heb direct tegen mijn man gezegd dat ik verliefd op iemand was. Dat maakt dat je zoiets overleeft. Wij vonden elkaar nog altijd aardig en waardeerden elkaar. Alleen hielden we niet meer van elkaar op die manier.” De verstandhouding bleef goed. Ko en Lucas konden ook goed met elkaar overweg. Carla bleef van alles regelen in het bedrijf en later kwam Ko elke doordeweekse dag bij haar en Lucas eten. Toen Ko ziek werd nam Carla de zorg voor hem op zich.

Met Lucas, een glaszetter die van origine uit Lageland kwam, woonde Carla een jaar of tien in Appingedam op een woonboot. “Maar we gingen hier in Woltersum kaarten. En als er wat te doen was gingen we ook hierheen. Wij waren helemaal geen Appingedammers. Appingedam vind ik los zand, zo niks, helemaal niet leuk.”

Ze sprong een gat in de lucht toen ze weer terug kon naar Woltersum. “Ik wou wel graag terug, maar ja, ik had voor iemand anders gekozen. Lucas heeft zich toen in laten schrijven en een huis gekregen. Dol- en dolblij was ik. Ik voel me hier thuis, dit is mijn plek. Lucas is ook een echte Woltersummer geworden.”

Ze doet overal aan mee als het kan, komt in de kroeg, maar ook in de kerk als daar iets georganiseerd wordt. “Ik ben net een kameleon wat dat aangaat.” Haar brede interesse maakt dat ze enorm veel Woltersummers kent, en zij haar. Ze hoopt dat nog lang zo te houden. Kennismaken met mensen van allerlei pluimage, daar houdt Carla van.

“Als ik heel veel geld had zou ik best een appartementje in de stad willen en daar af en toe een weekendje zijn”, mijmert ze. Maar ik ben altijd weer blij als ik hier weer ben. Ik kan ook niet heel lang met vakantie. Dan stik ik van heimwee.”

”Het is die rust, dat vertrouwde”, zegt ze als ik doorvraag. De vertrouwde omgeving waar zo veel voetstappen liggen en waar haar leven zich grotendeels heeft afgespeeld. De leuke, maar ook de minder leuke dingen die in haar geheugen staan gegrift. “Mijn vader overleed toen ik zeventien was. Hij was al lang erg ziek, ik maakte me altijd zorgen dat hij dood zou gaan. Dat heeft als kind behoorlijk op mij gedrukt. Mijn moeder, die tien jaar later overleed, was een sterke vrouw. Aan haar denk ik ook met heel veel liefde terug. Hoe bewonderenswaardig zij dat deed, met al die kinderen.”

Carla was de eerste vrouwelijke voorzitter van de ijsbaanvereniging. Ook runde ze een poos een ontbijtservice in het dorp. En dan is er nog dat hilarische zwemclubverhaal. “We hebben een clubje vrouwen uit het dorp waarmee we elk jaar een weekend weg gaan. Op een keer waren we in Amsterdam. Het regende heel hard en wij zaten in een kroegje op de Albert Cuyp. Daar zaten ook wat mannen die aan ons hoorden dat we uit Groningen kwamen. Zij kwamen uit Siddeburen en waren een jeneverclub. Wie waren wij? We moesten à la minute ook wat verzinnen natuurlijk. Toen hebben we gezegd dat wij een synchroonzwemclub uit Woltersum waren. Dat zijn we gebleven. Ook al zwemmen we nooit.”

Carla pendelt heen en weer tussen de woning van Lucas en haar oude huis aan de Kollerijweg, waar ze aan verknocht is. Hond Leon, een Leonberger, is een erfenis van Ko. Zo’n joekel van een beest zou ze zelf nooit genomen hebben, maar ze is evengoed wijs met de viervoeter. “Ik ben heel blij dat ik Leon heb. Lucas heeft mij ook hartstikke gesteund daarin. Het is een schat van een hond. Hij is mooi. Hij is intelligent. Alleen totaal niet opgevoed. Daar ben ik eerst een tijdje mee bezig geweest.”

Van de dreigende dijkdoorbraak in 2012 heeft Carla niet wakker gelegen. “Die dijk heeft altijd gelekt.” De aardbevingen dan? Ook al niet. “Aardbevingen? Dan ben je bij mij verkeerd. Ik vind het heel erg dat ik het moet zeggen en ik maak er geen vrienden mee, maar ik snap niet waar iedereen zich druk om maakt.”

Dat kalme en onverstoorbare moet ze van haar vader hebben. “Die zat in de oorlog op zijn stoel, volgens mijn moeder, met zijn voeten op een andere stoel. De vliegtuigen gingen over. Er was paniek. Maar mijn vader bleef gewoon zijn krantje lezen.”

Ineens zegt ze: “Woltersum is een gevoel.” Nieuwkomers hebben dat gevoel minder, dat is haar niet ontgaan. Niet ieders hart gaat sneller kloppen van de jaarlijkse kermis, zoals dat bij Carla wel gebeurt en bij haar kinderen ook nog. “Men denkt nu: Een schiettent, een draaimolen en een oliebollenkraam. So what?” Ze vindt het jammer, maar de dingen gaan zoals ze gaan. “Ik zelf kan het Woltersumgevoel nog vasthouden in elk geval, ook al veranderen er dingen in het dorp. Daar ben ik heel blij mee.”