De provincie Drenthe verkoopt natuur op ‘de markt’. Provinciaal bestuurder Henk Jumelet is blij met de uitkomst van de eerste verkoping van een stuk van het Reestdal; een Drentse ondernemer met een groen hart heeft de aanbesteding gewonnen. ‘We gaan het evalueren en misschien gaan we het nog wel eens doen.’

In een Noorderbreedte-artikel over de Reest (De Reest verweesd) neemt auteur Eric van der Bilt stelling tegen de invoering van marktwerking in het natuurbeleid. Hij vindt dat de natuurbescherming zou moeten weigeren aan prijsopdrijvende veilingen mee te doen zolang de provincie als ‘baas’ van de natuur haar eigen natuur-ambities niet waar maakt. We vragen gedeputeerde Henk Jumelet (CDA) om een reactie. ‘Ik vind het goed om het eens anders te doen en dat heeft ook wel redenen’, zegt de gedeputeerde diplomatiek. 

Via een EU-procedure hebben particuliere grondeigenaren (via hun organisatie) verbetering van hun positie bedongen en gekregen. Sleutelwoord is ‘gelijkberechting’ en dat woord gebruikt Jumelet dan ook veelvuldig. Hij wijst erop dat het geen ‘veiling’ is waar de grond aan de hoogst biedende wordt gegund. ‘Het is een openbare verkoop waarbij grond te koop wordt aangeboden en de koper verplicht is natuur in stand te houden. Dat is omkleed met nauw omschreven doelen en criteria.’

Met de openbare verkoop is een einde gekomen aan de vroeger praktijk waarin overheden samen met ideële natuur- en erfgoedbeheerders zoals Staatsbosbeheer, Het Drentse Landschap en Natuurmonumenten werkten aan het Natuurnetwerk Nederland. Provincies kopen grond aan om wateropvang en natuur van te maken. Na de herinrichting werden de hectares verkocht en in beheer gegeven aan een van de drie grote natuurorganisaties. In het Reestdal was dat Het Drentse Landschap die daar al bijna een eeuw zorgdraagt voor de natuurwaarden. In de Onlanden bijvoorbeeld had Natuurmonumenten die voorkeurspositie. In ruil voor die vaste relatie spanden natuurorganisaties zich in om provinciale natuurbeleidsplannen te realiseren. Deze nauwe samenwerking en bijbehorende subsidieregeling had in Europa aangemeld moeten worden omdat de EU wil kijken of er sprake is van ‘mogelijke staatssteun’. Naar verwachting zouden de natuurorganisaties als ‘preferred partner’ wel aanvaardbaar zijn geweest – tenslotte is natuur geen ‘markt’ en zijn natuurorganisaties geen ondernemingen. Maar ergens in de krochten van het Haagse is over het hoofd gezien dat deze regeling EU-toetsing behoefde.

Nu de rechter zich erover heeft uitgesproken, is het een feit: het verdelen van nieuwe natuurpercelen moet anders. In Drenthe leidde dat uiteindelijk tot de eerste openbare verkoop van een nieuw ingericht natuurgebied bij Meppel Zuid. Dat ging natuurlijk niet zomaar, vertelt Jumelet die sinds 2016 bezig is met het optuigen van dit marktgerichte natuurbeheer. Het begon met een nota ‘grondbeleid’ en vele stapels beleidspapier – voorafgegaan en opgevolgd door uitgebreid overleg met ‘het veld’ en de normale politiek bestuurlijke draaimolen. En nu is er dan voor het eerst een kavel naar de markt gebracht. Een 38 pagina’s dikke brochure vertelt potentiële bieders over de Reest, de wijze waarop dit stuk Reestdal beheerd moet worden, wanneer het als waterberging moet dienen, wanneer er recreanten in mogen en hoe de procedure loopt. 

Desgevraagd zegt Jumelet het ‘een goede keuze’ te vinden om natuur naar de markt te brengen. ‘Ik wil meer balans brengen in de plattelandsontwikkeling en dat gaat zowel over natuur als landbouw.’

Wringt het niet om zowel natuur als landbouw in portefeuille te hebben?

‘Essentie is voor mij dat de tegenstelling tussen ‘natuur’ en ‘landbouw’ minder hard wordt. Ik vind het denken in die tegenstellingen een beetje oud denken.’

Soms moet u als bestuurder toch keuzes maken, zoals nu bij de stikstofcrisis. Dan moet een gedeputeerde onderscheid maken tussen boeren met intensieve productie en zij die meer in harmonie met natuurlijke processen werken.

‘Nee’, zegt hij beslist. ‘Als je kijkt naar biodiversiteit kun je zeggen dat natuurinclusieve landbouw daar meer aan bijdraagt dan intensieve veehouderij. Maar die laatsten zijn belangrijk voor de voedselproductie. Daar worden deze bedrijven zeer om gewaardeerd. Beide moeten en beide zijn daarom voor mij even belangrijk.’

Als iedereen gelijke kansen moet krijgen kan ook een Chinese speculant of Brabantse varkensboer intekenen op natuur in het Reestdal. 

Jumelet kan het zich niet voorstellen. Chinezen kopen landbouwgrond om bijvoorbeeld melkvee te laten houden. Natuur die naar de markt gaat, is nog niet direct een ‘verdienmodel’. De openbare verkoop van natuur is omkleed met voorwaarden waarvan de naleving door de provincie zal worden gecontroleerd. ‘En we kijken bij de gunning niet alleen naar de prijs maar ook naar een heleboel andere dingen zoals ervaring met natuurbeheer, motivatie, bereidheid tot samenwerking met de andere natuurbeheerders in de buurt.’ 

Ondanks de gelijke kansen die Jumelet in het kader van marktwerking moet geven, is de CDA’er blij dat deze eerste openbare verkoop is gewonnen door een Drentse ondernemer. Iemand die hij kent en die uit de provincie komt. ‘Je wilt wel Drentse bedrijven in positie brengen om mee te doen. We moeten voorkomen dat cowboys het gaan doen.’

Uw oude partners grepen ernaast. Staatsbosbeheer mag niet meebieden en de grootste natuurbeheerder in het Reestdal, Het Drentse Landschap, werd niet gekozen. 

‘Ik kan me voorstellen dat daar teleurstelling is.’

Bent u niet bang dat het beheer versnipperd raakt nu u een nieuwe partij in het gebied aan grond helpt?

‘Dit was de eerste keer, we gaan het evalueren met de betrokkenen. We trekken er lering uit, passen misschien dingen aan en gaan kijken of we het herhalen.’

Brengt de openbare verkoop het doel – de natuur robuuster maken – in uw ogen dichterbij?

Ietwat ongeduldig brengt hij in: ‘Wat maakt het uit wie het werk doet?’ 

Uw oude partners zijn opgericht om natuur te beschermen. Het zijn ideële organisaties die donaties van burgers aantrekken en een lange-termijnhorizon hebben. Particulieren kunnen natuur aankopen om het een rol te geven in hun privé-onderneming of bij het vermogensbeheer. Daarbij zijn mensen sterfelijk; de grond kan in handen komen van een erfgenaam die weinig op heeft met natuurbeheer.

‘We hebben onze doelen en voorwaarden benoemd’, getuigt hij van vertrouwen in de contracten. Zonder in te gaan op het andere karakter van de vroegere voorkeurs-partners en de nieuwe particuliere natuurbeheerders zegt hij: ‘Veranderingen roepen in eerste instantie altijd weerstand op. Nu er nieuwe partijen op het speelveld komen, wordt de ruimte voor de traditionele beheerders kleiner.’ Jumelet heeft ‘de wereld van de natuur – of tenminste enkele mensen – ervaren als vrij conservatief.’ 

Eric van der Bilt laat in zijn artikel zien dat de provincie de natuur in het Reestdal niet goed beschermt. Het beheer raakt door deze marktwerking verder versnipperd, wordt duurder en bureaucratischer. Hij wordt er boos van dat euro’s worden besteed aan notarissen, adviseurs , controle en beleidsnota’s terwijl de kans dat we aan de natuurdoelen kunnen voldoen, steeds kleiner wordt. Daar zit zijn zorg.

Jumelet: ‘Laat ik het zo zeggen: ik vind het mooi dat er beschouwd wordt, maar ik denk dat hij zich onterecht zorgen maakt.’

Reest-dal. Foto Harry Cock

Lees Drenthe is klaar voor versneld natuurherstel – interview met Henk Jumelet over de overmaat aan stikstof die in natuurgebieden terecht komt.