‘Mijmeren is als schommelen. Je bent wel bezig, maar je komt niet vooruit’, staat op de scheurkalender in de wc. Leuk, maar niet helemaal waar. Gemijmer leidt inderdaad niet vaak tot actie, maar opgedane in­zichten komen later vaak zomaar van pas. Hoe dan ook is schommelen leuk. Je kunt over van alles mijmeren: kunst, de onderbuurvrouw, en ja, ook over landschap. Want, wat betekent landschap eigenlijk? En meer precies, wat betekent het voor Noorderbreedte?

Voor ieder wat wils

Het begin is altijd een goede plek om te beginnen. De geschiedenis van de term ‘landschap’ is er een van idealen. Van oudsher duidt het begrip een rechtsgebied aan, tot de Hollandse meesters het in de zeventiende eeuw gaan gebruiken om de ruimte tussen toeschouwer en horizon aan te geven. Verlichtingsdenkers verleggen vervolgens de beteke­nis naar het wetenschappelijke karakter van een landstreek, waarna negentiende-eeuwse nation builders het landschap als uiting van het volkskarakter onderzoeken. In de twintigste eeuw eigenen talloze projecten zich het landschap toe. Traditionele wetenschappelijke disciplines beschouwen het landschap als uitkomst van de interactie tussen mens en natuur, waar meer avontuurlijke stromingen het vinden voortkomen uit maatschappelijke woelingen. Marxisten zien het land­schap bijvoorbeeld als machtsmiddel van de bourgeoisie. Idyllische landschapsschilderijen naturaliseren de systematische uitbuiting van landarbeiders en de onderklasse. Feministen stellen dan weer dat het landschap het vrouwelijke is, en dat onderzoekers en ontdekkingsreizigers het landschap willen ontdekken, veroveren en penetreren. Landschap biedt voor ieder wat wils.

De betekenis van het begrip ‘landschap’ hangt dus af van de tijdsgeest en voor welk karretje je het spant. In het 42-jarige bestaan van Noorderbreedte is dat niet anders. De redactie van het blad reageert vanuit haar eigen achtergrond op actuele gebeurtenissen, en schaaft zo haar idee van landschap steeds bij. Dit is een continu proces, maar voor het gemak deel ik de geschiedenis van het landschap in Noorderbreedte op in vier bedrijven.

Van cultuurhistorie tot caravan

In de beginjaren licht de redactie vooral natuur- en milieuonderwerpen uit in artikelen als ‘Mossen, een vergeten plantensoort’ en ‘Verf, een kleurrijk milieuprobleem’. Pas in de tweede helft van de jaren tachtig komt landschap centraal te staan. De naoorlogse milieuproblematiek is dan over haar hoogtepunt heen, terwijl het noordelijke cultuur­landschap nog zwaar onder druk staat door onder andere agrarische schaalvergroting. Noorderbreedte wil de cultuurlandschappen beschermen door gedegen informatie over hun culturele rijkdom te bieden aan betrokken Noorderlingen en beleidsmakers. Het is een toegankelijk blad voor ingewijden.

Waar het landschap bij een meer activistische houding het onderwerp van pakkende leuzen en politiek gesteggel zou zijn, maakt deze benadering het vooral tot een historisch studieobject. Het is het fysieke resultaat van de interactie tussen mens en natuur beschouwen. De naar de mens. Een groeiende aandacht voor archeologie en erfgoed verrijkt het groene landschap van wierden en houtwallen met kerken, dorpen en landgoederen. Toch blijft het landschap iets van vroeger, waar je maar beter vanaf kunt blijven.

In de jaren negentig hebben de toenemende globalisering en het evangelie van de vrije markt hun weerslag op het Noorden. De economische druk op het cultuurlandschap neemt toe en inwoners voelen zich minder geworteld in hun omgeving. Noorderbreedte ontwikkelt daarop de gedachte dat een herkenbaar cultuurlandschap mensen bindt aan hun omgeving. Hierdoor verschuift de beteke­nis van landschap van een historisch product naar een medicijn tegen ontheemding. Het cultuurlandschap wordt het thuis van de hedendaagse mens – in plaats van enkel de vroegere inwoners – en de twee kunnen elkanders identiteit versterken.

Het blad besteedt veel aandacht aan ruimtelijke ordening, de leefomgeving en bewoners van het landschap. De redactie beantwoordt daarmee ook aan de wensen van ondervraagde lezers en journalisten, die mopperen ‘veel houtwallen, maar weinig mensen’. Ook kijkt Noorderbreedte niet alleen naar de mensen in het land­schap, maar ook door hun ogen naar het landschap. Het wetenschappelijke en anonieme perspectief op een histo­risch landschap maakt plaats voor een gekleurde blik op de tijdelijke verschijning van het maaiveld, bijvoorbeeld door aandacht voor schilderkunst of wandelverslagen.

In 2004 gaat oprichter en hoofdredacteur Jan Abrahamse na 28 jaar met pensioen. In een tijd waarin we het land­schap steeds sneller en drastischer kunnen herscheppen, ziet zijn opvolger Annemarie Kok het landschap bovenal als een veranderlijke omgeving. Kok vindt het belangrijk en onontkoombaar dat we steeds nieuwe landschappen tot stand brengen, maar we moeten wel goed naden­ken over hoe we dat doen. Ze introduceert een nieuw idee van landschap voor Noorderbreedte: het landschap als discussie. We ervaren het fysieke landschap allemaal anders, en daarom bestaan er evenveel landschappen als perspectieven. Door met elkaar van gedachten te wisselen stellen we ons idee over landschap steeds bij. Onder­tussen ontstaat er ook een vage overeenstemming over wat landschap kan zijn, zoals we zagen bij de schilders, marxisten en feministen. Noorderbreedte biedt onder Kok een podium voor deze discussie. Het blad wordt een plek waar landschap steeds opnieuw ontstaat op papier en in onze gedachten. Naast opinie is er ook veel ruimte voor de individuele ervaring van het landschap. Dichterlijke artikelen tonen de verscheidenheid in persoonlijke land­schappen. Het gedeelde, fysieke cultuurlandschap raakt ondertussen op de achtergrond.

In 2012 wordt Annelies van der Goot hoofdredacteur. Zij ziet in Noorderbreedte op dat moment veel beleidsmakers met ingewikkelde gedachtes. Ondertussen kampt het Noorden met de gevolgen van de krimp, de gasexploitatie en een economische crisis. Het geloof in de vrije markt en de goede wil van Vadertje Staat ligt op apegapen. ‘Dan moeten we het zelf maar doen’, is het gevoel bij veel Noorderlingen, onder wie Van der Goot. Top-downbeleid maakt plaats voor bottom-upinitiatieven. Plannen hebben draagvlak nodig. Zeker voor het landschap, vindt de hoofdredactie, want het landschap is van iedereen. Of in ieder geval, dat hoort zo te zijn.

Het landschap krijgt in Noorderbreedte weer een nieuwe definitie: de alledaagse leefwereld. Landschap is alles in je omgeving wat je raakt, waar je vertrouwd mee bent en wat je je eigen maakt. Voor veel inwoners van het Noorden zal het cultuurlandschap daarvoor aan de basis liggen. Maar een woongroep voor ouderen of de plaat­selijke chinees is evengoed landschap. Of de caravan, die één maand per jaar een intiem verplaatsbaar landschap is, en voor de bewoners meer betekenis heeft dan de plekken die ze ermee bezoeken. Al deze dingen krijgen een plek in Noorderbreedte.

En nu?

We zagen dat de redactie van Noorderbreedte in de afgelopen veertig jaar het landschap steeds opnieuw voor haar karretje heeft gespannen om aan de zorgen van de tijd te beantwoorden. Maar waar staan we nu? De grootste problemen van deze tijd betreffen ongetwijfeld klimaat en biodiversiteit. De twee nieuwe roergangers van Noorderbreedte geven daarom weer meer aandacht aan het fysieke landschap en alles wat daarin moet gebeuren om een behoorlijk bestaan voor mens en dier mogelijk te houden. De urgentie en relevantie van Noorderbreedte is daarmee nog altijd even groot als bij de oprichting 42 jaar geleden.

Jesse Akkerman studeerde met zijn scriptie af als landschapshistoricus aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is enthousiast over landschap, stedenbouw en filosofie. Een geschikte baan slaat hij niet af.