Dat poneerde Marco Glastra, directeur van het Groninger Landschap, tijdens de 8ste editie van de talkshow De Linkse Mannen lossen het op. van Platform GRAS. Glastra was één van de gasten in Café De Wolthoorn die op vrijdagmiddag 8 november in gesprek ging met Linkse Mannen Wilbert van de Kamp en Bram Douwes. In hun show bespreken ze grote ruimtelijke, sociaal maatschappelijke opgaven en vraagstukken en doen een poging deze op te lossen. Deze keer ging het over biodiversiteit. Van de Kamp en Douwes gingen naast Marco Glastra in gesprek met akkerbouwer en rentmeester Hero Havinga de Poel en Max van Tilburg van WaddenMax, een biologisch-dynamisch melkveehouder. In de tweede ronde schoven architecten en bestuurders aan.

Pareltjes 

Havinga de Poel en zijn familie werken al twintig jaar natuurinclusief. Hij ziet zichzelf niet als boer maar als voedselproducent. Hij levert  zélf het eindproduct en is daardoor niet afhankelijk van een hele keten ‘die de waar moeten vermarkten’. Van Tilburg, een biologisch-dynamische melkveehouder heeft 90 koeien op 80 hectare; een conventionele boer zou 200 koeien op hetzelfde aantal hectare houden.  ‘Maar als je zoveel koeien houdt, kun je niet ook je eigen voer verbouwen’ zegt Van Tilburg ‘en dat willen we niet’. We houden het bewust kleiner en door de gemengde bedrijfsvoering hebben we veldleeuweriken en orchideeën in de slootrand. Daarnaast wil hij een gesloten kringloop: mest en stro ruilen Havinga en Van Tilburg onderling uit, ‘de koeien liggen heerlijk in het stro en worden twee jaar ouder dan de gemiddelde koe’, aldus Van Tilburg.  

Havinga de Poel heeft met zijn bedrijf bewust afscheid genomen van de wereldmarkt. De familie had het wel gezien met de grote productiestromen en daarom richt het bedrijf zich nu op nichemarkten en natuurinclusieve landbouw. Er zijn wel degelijk pareltjes te vinden in het landschap betoogt Havinga de Poel. ‘Akkerranden met bloemenmengsels zijn hip, afgelopen jaar hebben we acht hectare met geel en zwart mosterdzaad gehad. Dat zorgt voor mooie bloeiende velden die goed zijn voor de biodiversiteit. Op onze boerderij zit de grootste populatie blauwborstjes.’ Van Tilburg voegt toe: ‘Vroeger had een boer tien gewassen, nu doorgaans maar vier soorten. Dat begint te knellen voor de biodiversiteit.’ Boeren die het aantal gewassen weten uit te breiden doen het dan goed voor de vogels en insecten, ze moeten hun gewassen wel kunnen verkopen. ‘Daar moet dan wel markt voor zijn’, aldus Van Tilburg.

‘Deze boeren hier aan tafel hebben het al opgelost’, zegt Glastra, maar dat is niet voor iedereen weggelegd.  ‘Als je door Groningen rijdt is het landschappelijk op orde, maar qua biodiversiteit is het dramatisch gesteld! Wereldwijd is er nog 70 procent van de biodiversiteit over, in Europa is dat 40 procent en in Groningen 15 procent, dus we lopen bepaald niet voorop’. De boeren zijn door het systeem uitgedaagd om hun grond zo effectief mogelijk te gebruiken, maar dat loopt spaak. Grond is of natuur of landbouw. De uitdaging van onze tijd is om die functies meer te combineren, vinden de heren aan tafel. 

Hoe dat moet? Van Tilburg pleit voor een sterkere rol voor de overheid, want alle boeren krijgen nu subsidie, ongeacht hoe ze met het landschap en de natuur omgaan. ‘Met die subsidie kan je meer gaan sturen’, vindt hij. Zijn collega wil de verandering naar natuurinclusieve landbouw loskoppelen van de subsidies. ‘Een boer is iemand die niet afhankelijk wil zijn, niet voor niets heeft hij/zij voor een vrij beroep gekozen’. Maar hoe kun je zonder subsidies boeren toch zo ver krijgen dat ze anders gaan werken? De winkelketens hebben zoveel macht en gaan voor lage prijzen.  Havinga de Poel ziet daar de verandering komen: met eerlijkere prijzen, een ‘natuurinclusieve’-opslag op de kaas en vlees bijvoorbeeld, kun je boeren middelen geven om extra biodiversiteit te creëren. Supermarkten zouden zich moeten ontwikkelen tot ‘social enterprises’ – tot beschermers van onze natuur! ‘Dit zou een prachtig eindbeeld kunnen zijn’, zegt Glastra. Volgens Havinga de Poel moet je even de tijd nemen om daarnaartoe te groeien. Als er binnen een afzienbare periode geen beweging die kant op komt, kan de overheid alsnog ingrijpen.

Het is belangrijk dat er een goed verdienmodel komt voor boeren die natuurinclusief werken. Minister Schouten was daar met haar plannen voor kringlooplandbouw mee bezig. Maar door de stikstofcrisis zijn de tegenstellingen weer verder uitvergroot. ‘We zijn weer jaren teruggeworpen’, constateert Glastra met spijt. Terwijl het er juist om gaat het landschap integraler te benaderen.

Scheefgroei

Architect Rob Hendriks van DAAD Architecten, landschapsarchitect Arnoud Garrelts van Libau en Henk Staghouwer gedeputeerde van de provincie Groningen schuiven aan voor de tweede ronde. ‘De landbouw loopt tegen een aantal grenzen aan, er moet iets gebeuren’, tekent Staghouwer het bijzondere van deze tijd. ‘De landbouw ziet dat ook. Boeren voelen die pijn net zo goed, die weten echt wel dat het anders moet.’ Hoe kijkt hij aan tegen meer overheidssturing? Hij houdt een beetje het midden want zowel overheid als marktsturing zorgen voor scheefgroei.

De linkse mannen zoeken het perspectief van de landschapsarchitect. Welke vormende kracht heb je als architect? ‘De kracht van de verleiding’, zegt Garrelts. Hij wil de trots die misschien wat ondergeschoven is geraakt, naar boven halen. Door erven weer te koesteren in het landschap. Daarbij helpen goede gebouwen en groene omzoming. 

Er is nu geld, in het kader van het Nationaal Programma Groningen om kansen te creëren, vindt hij. Rob Hendriks merkt dat boeren integraler kijken en zoeken naar een mogelijkheid om ook in de toekomst te blijven boeren. Een architect denkt niet alleen mee over de kleur van de gevel, maar ook over de inrichting van het bedrijf, de ruimtelijke inpassing van het bedrijf en zaken als duurzame energievoorziening. 

En hoe verder?

Hoe ziet het Groninger Landschap er in de toekomst uit? Staghouwer heeft geen blauwdruk. Het is een zoektocht waarin de overheid enerzijds richting geeft, anderzijds ruimte biedt, vindt hij. We moeten het met elkaar ontwikkelen en daarbij de kwaliteit van het Groninger landschap bewaren en bewaken maar tegelijkertijd aanvaarden dat we de boerenerven van het verleden soms zijn ingehaald door de nieuwe realiteit.

‘De windmolens en zonneparken moeten ook nog ergens’, brengt Garrelts in.  Moet de provincie de regie niet terugpakken? Overheden zeggen dat de burgers centraal staan, maar hoe werkt dat in de praktijk? Provincies wijzen naar gemeenten, die wijzen naar burgers en boeren, en die wijzen weer naar banken. Hoe werkt dat in onze tijd eigenlijk: integraler samenwerken? Misschien dwingt de natuur ons er nu werkelijke mee aan de slag te gaan. 

Foto’s door Jethro Bijleveld