Aan de oppervlakte lijkt het land een poel met troebel, stilstaand water, waar een kwade reuk vanaf komt. Beleidsmakers en media lijken ’s lands problemen te koesteren, omdat instandhouding ervan hun meer oplevert dan de oplossing. Maar wie een dobber dieper kijkt, beneden de waan van de dag, ziet allerlei onderstromen de goede kant op gaan, in gang gezet door burgers, denkers en ondernemers die durven te dromen en te doen.
Terwijl politici, pers en kiezers elkaar landelijk in een houdgreep houden, worden lokaal de mooiste dingen bedacht, zegt Floor Milikowski in haar Abrahamselezing, afgelopen november tijdens Let’s Gro in Forum Groningen. Het kan wél, zo vat inleider Willem Smink haar boodschap samen, refererend aan de slogan van de winnaar van de verkiezingen, anderhalve week eerder.
Er is veel dat de burger moed geeft, laat Milikowski in haar lezing zien. Neem Holwerd aan Zee, het mooie plan dat het tij weer binnenlaat door een gat in de Waddendijk, waarna het kwijnende dorp aan de Friese kust opnieuw tot bloei zou kunnen komen. Of het Raadhuisplein in Emmen, tot stand gekomen nadat ontwerper Ashok Bhalotra een heel jaar met Emmenaren over hun wensen en verlangens had gesproken.
In Culemborg bouwden ontwerpers, burgers en voor mooie plannen ontvankelijke overheden een duurzame nieuwe wijk waar bewoners fruit oogsten in hun gezamenlijke boomgaard. Dankzij een visionaire architect spelen er weer kinderen bij de plint van een ooit verloederde flat in Rotterdam. Het kan, als bestuurders maar durven, als rekenmodellen en andere praktische bezwaren geen onneembare hordes worden tussen droom en daad, zoals bij Holwerd aan Zee, dat helaas nog steeds slechts een plan is.
Lokaal
Milikowski is sociaal geograaf, journalist bij De Groene Amsterdammer en schrijver van invloedrijke boeken over de toestand van het land. In Een klein land met verre uithoeken (2020) beschreef ze een verdeeld land met veronachtzaamde buitenposten. Het in mei verschenen Contouren van een nieuw land is veel optimistischer van toon. Op televisie en vooral sociale media laten we ons een slecht humeur aanpraten, waardoor we vergeten dat er een veel mooiere kant van Nederland is, die van Deltawerken en inpoldering, prestaties waarop we ongecompliceerd trots mogen zijn.
‘Of het nou bij ministeries is, bij corporaties of bij boeren,’ zegt Milikowski over de telefoon, een paar dagen voor de lezing, ‘overal zijn de gesprekken die je voert meer oplossingsgericht, toekomstgericht en tonen mensen zich meer bewust van de vraagstukken waarmee we worstelen dan tien jaar geleden, toen we nog de neiging hadden problemen te negeren. Als we doen alsof er niks aan de hand is, is er misschien niks aan de hand, dachten we.’
Juist op door de landelijke overheid in de steek gelaten plekken ziet ze de afgelopen jaren allerlei initiatieven ontstaan. ‘Daar hebben lokale gemeenschappen, de lokale politiek en organisaties zelf oplossingen moeten verzinnen die een voorbeeld kunnen zijn voor de aanpak van problemen die in het hele land spelen.’
‘Op lokaal niveau zijn de problemen heel concreet: we hebben hittestress, er is te veel asfalt, we moeten het groener maken. Of: de boeren willen wel duurzamer produceren, maar hoe krijgen we dat voor elkaar? Of er is een braakliggende kavel, hoe zorgen we ervoor dat daar woningen komen? Lokaal werken partijen veel makkelijker samen.’

Kantelpunt
Voordat een begin gemaakt kan worden met het oplossen van problemen, moet iemand die problemen zien, en moeten anderen ze onderkennen. Milikowski hoopt dat haar vorige boek daaraan heeft bijgedragen, zoals de veel geciteerde Atlas van afgehaakt Nederland van Josse de Voogd en René Cuperus dat ook heeft gedaan. Maar vooral de trek naar de politieke rechterflank aan de randen van het land heeft het politieke centrum gedwongen tot hernieuwde aandacht voor de regio, waar de dingen volgens Contouren van een nieuw land sindsdien voorzichtig ten goede keren.
In Milikowski’s boek en lezing komt de Duits-Nederlandse filosoof en historicus Philipp Blom aan bod, die constateert dat de mensheid op een kantelpunt staat: ‘De komende tientallen of zelfs honderden jaren zullen volgens hem in het teken staan van een “diepgaande groene transformatie” die gepaard gaat met het construeren van een maatschappij “die beter is dan we vandaag hebben”’, schrijft ze.
Dat lijkt me evenzeer een wens als een voorspelling…
‘Het is onmogelijk om de toekomst te voorspellen, maar je kunt met de juiste kennis, analyses en verbeelding wel inzicht bieden in de ontwikkelingen die we doormaken. Blom is net als ik een optimist, maar wel op basis van realistische scenario’s. Hij vergelijkt deze tijd met de copernicaanse revolutie, toen we ontdekten dat de aarde niet het middelpunt is van het universum. Nu komen we erachter dat we als mens niet boven de natuur staan, maar er deel van uitmaken. Dat bewustzijn dringt langzaam door en verandert geleidelijk aan onze manier van denken, ontwerpen en bouwen.’
‘Verbeeldingskracht biedt een blik op een mogelijke toekomst’
Jouw boek is een pleidooi voor ‘de verbeelding’. Je geeft veel voorbeelden van initiatieven ‘van onderop’. Waarom denk je dat die alleen maar mooie dingen opleveren?
‘De meeste mensen kijken niet voorbij de werkelijkheid van vandaag. Terwijl de wereld voortdurend verandert. Je hebt dromers, ontwerpers, mensen met verbeeldingskracht nodig om te laten zien dat er een andere werkelijkheid mogelijk is. Kunstenaars, architecten en stedenbouwkundigen zien een doods weiland of verloederde wijk en denken: daar kunnen we wat moois van maken. Die verbeeldingskracht biedt een blik op een mogelijke toekomst. Pas als je die ziet, kun je eraan gaan werken.’
Nederland had een traditie van een vrij strak geleide ruimtelijke planning, die door de kabinetten-Rutte is losgelaten. De architect Adriaan Geuze, die een paar jaar geleden de Abrahamselezing hield, pleitte ervoor die regie weer op te pakken. Hoe verhoudt zich dat tot jouw vertrouwen in innovatiekracht van onderop?
‘Het is heel waardevol dat de Ontwerp-Nota Ruimte 2050 van de overheid er nu ligt. In Nederland kunnen we niet anders dan de inrichting goed te plannen en te organiseren, omdat we nou eenmaal die schaarse ruimte hebben. Grote ingrepen als de Afsluitdijk of de Flevopolders waren altijd een combinatie van een enorme verbeel dingskracht en ontwerpkracht en een heel strakke planning.’
De Deltawerken, maar bijvoorbeeld ook het uitrollen van het woonerf over het land in de jaren zeventig en tachtig, waren weliswaar centraal geleide operaties, zegt Milikowski, maar ze begonnen met ideeën. ‘De Watersnoodramp was natuurlijk de directe aanleiding voor de bouw van de Deltawerken, maar er gingen decennia aan discussie en verbeeldingskracht aan vooraf. Hetzelfde geldt voor de Afsluitdijk. Daar was eindeloos over gepraat, tot er een moment kwam waarop iedereen dacht: ja, nu.’
Vaak blijven mooie ideeën bij ideeën. Welke mechanismen houden realisatie ervan tegen? ‘
Angst en onzekerheid. Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Angst voor het onbekende en de neiging te behouden wat je hebt zijn diepgeworteld. En belangen. Landbouworganisatie LTO die eerst voorstander is van Holwerd aan Zee maar uiteindelijk terugkrabbelt uit eigenbelang, uit vrees voor verlies van positie en invloed. De financiering van plannen is natuurlijk doorslaggevend. We hebben voor alles financieringsmodellen en waardebepalingen, in onze grondexploitaties, in maatschappelijke kostenbatenanalyses. In al die rekensommen hebben we aan bepaalde dingen bepaalde waardes toegekend, terwijl je je kunt afvragen of die wel kloppen. Neem bijvoorbeeld sociale betrokkenheid, gemeenschapszin, gezondheid, eenzaamheid, al dat soort dingen rekenen we veel te weinig mee.’

Nieuwe werelden
Het Forum Groningen waar ze haar lezing houdt is wat Milikowski betreft een voor beeld van een voorziening die haar ‘business case’ al lang in waarde is overstegen. ‘Je kunt er honderdduizend rekensommen op loslaten, maar de maatschappelijke waarde die het heeft, in verbinding, verbeelding, nieuwe werelden ontdekken en met elkaar verbinden, is onmisbaar en niet in geld uit te drukken.’
Wat is de waarde van iets, vraagt ze zich in haar lezing af, terwijl ze een split screen toont met links een buurthuis en rechts een parkeervak voor één auto. De parkeer plaats is economisch rendabel. Of nog een plaatje: de Lelylijn. Volgens de berekeningen kan hij niet uit, omdat er op een door de computer ingevulde dag in de toekomst te weinig passagiers zijn. Terwijl een snelle lijn van Rotterdam via Groningen naar Hamburg en verder nieuwe werelden opent, ontwikkelingen in gang zet met onbekende bestemming. Als we die toekomst met een rekenmachine tegenhouden, doen we onszelf tekort.
