Waarom zien we sommige veranderingen als bedreiging terwijl we andere zo makkelijk omarmen? Midden in de feestmaand december valt me het contrast extra op. Aan Black Friday is tegenwoordig niet meer te ontkomen terwijl we zwarte piet maar moeilijk los kunnen laten. 

En toch Nederland is misschien wel bij uitstek een land dat nieuwe gewoontes kan omarmen. Een kennis die na jaren in Frankrijk gewoond te hebben weer eens in Nederland was viel het op dat we bijna altijd bereid zijn om Engels te spreken. En terwijl in negen van de tien Franse restaurants alleen de Franse keuken geserveerd wordt, eten we in Nederland elke dag een ander wereldgerecht. 

Dijken ophogen

Vorige week was ik op een symposium van de Wadden Academy, het thema was ‘Nederland verbrakt.’ Tijdens de eerste twee lezingen vlogen we door de tijd. Met sprongen van duizenden jaren werd in beeld gebracht hoe Nederland veranderde: dan weer werden stukken land overgenomen door het water, dan weer kwamen er stukken land bij. 

Voelde ik daar iets bij toen ik Nederland groter en kleiner zag worden? Toen ik gebieden zag ontstaan en gaan? Nee, naast het feit dat ik het interessant vond, roept het bij mij geen enkele emotie op. De grote sprongen in de tijd geven een bevrijdend perspectief. En toch als ik duizend jaar vooruit denk, vind ik het dan nog steeds niet erg als het dorp in Noord Groningen waar ik nu woon dan verdwenen zou zijn?

De zee, daar moeten we wat mee. Dat werd wel duidelijk tijdens het symposium. Er is de zeespiegelstijging, nu al vijf millimeter per jaar wereldwijd. En paradoxaal genoeg is de manier waarop we ons jaren beschermd hebben tegen het water, door afsluiting, op dit moment vooral problematisch. Door de strenge overgangen van onder andere zoet naar zout, is er nog maar weinig ruimte voor afzetting van sediment en brakke natuur. Dat zorgt er voor dat er geen natuurlijke overgang is tussen water en land, die overstromingen kan opvangen. 

Nieuwe oplossingen

We kunnen de dijken ophogen, maar dat wordt uiteindelijk onbetaalbaar. Een oude dijk ophogen is vier keer zo duur als bijvoorbeeld een dubbele dijk of een overslagdijk aanleggen. De kans is groot dat we stukken land aan de rand van het Noorden moeten inleveren voor onze veiligheid, maar wie durft dat onderwerp aan te snijden? Tijdens een van de workshops op het symposium wordt zo’n toekomstmodel gepresenteerd, waarbij rondom Lauwerskust een stukje land wordt opgegeven. Dat land kan vervolgens als overgang dienen tijdens storm en is tegelijk een bron voor een biodivers stuk brakke natuur.

Als theorie is men enthousiast over het model. Het lijkt een win-win situatie. Toch, als er gevraagd wordt of het uitvoerbaar is, dan is het antwoord: ‘dat moeten we niet willen.’ Een stuk land opgeven lijkt de zwartepietendiscussie van de kustbescherming. De angst is groot om in een discussie te belanden waarbij je lijnrecht tegenover elkaar staat dat een echt gesprek niet meer mogelijk is. Deze angst leidt ertoe dat we pas dit soort stappen ondernemen als het écht niet anders kan. Tot die tijd hogen we de dijken toch nog maar een stukje op, ook in de wetenschap dat dit uiteindelijk onhoudbaar is. 

Is dat een probleem? Voor de veiligheid misschien niet meteen. De wetenschap is ver genoeg en we zijn (nog) rijk genoeg om grote rampen op tijd te kunnen voorkomen. Jammer is het wel: de stikstof crisis heeft ons laten zien wat voor gevolgen het kan hebben als we ons niet voorbereiden op toekomstige scenario’s. We hadden het kunnen voorzien, maar kozen ervoor het te ontkennen tot het echt niet langer kon. Nu is het toch een behoorlijk zootje met veel gedupeerde.

Is er nog een kans? Is er een gesprek mogelijk over kustbescherming waarin alle scenario’s op tafel komen te liggen? Waar op basis van het betrekken van stakeholders, degelijke wetenschap en hoopvolle toekomstbeelden er een echt gesprek gevoerd kan worden? De paradox is dat we soms moeten loslaten om te kunnen behouden. En loslaten kan pijn doen, we zijn namelijk verbonden met tradities en met het land. Die pijn hoeven we niet te ontkennen, maar misschien hoeven we er ook niet zo bang voor te zijn. Want we weten ook dat we ons kunnen verbinden met nieuwe dingen en misschien ook wel met de zee. 

Is er een bestuurder die dat gesprek durft te voeren? Die niet bang is voor de pijn die er hoort bij het loslaten? Noorderbreedte zou er graag verslag van leggen. Symposiums zijn belangrijk om de kennis te delen, maar wat hebben we eraan als we uiteindelijk niks met die kennis doen?

Lees hier het vorige blog over identiteit.

De foto is voortgekomen uit een samenwerking rondom Lauwerskust met de fotografen van de Fotosalon van Noorderlicht