Verscholen tussen grote bedrijfsterreinen bij Euvelgunne in het zuidoosten van de stad Groningen slingert een smalle, groene oase. Op een enkele plek niet meer dan honderd meter breed, en nog geen vier kilometer lang. Hier liggen nog enkele meanders van de rivier de Hunze. Wie een topografische kaart van deze Hunzezone goed bekijkt, ontdekt echter vlak achter boerderij Euvelgunnerheem een paar vreemde, vrijwel haakse bochten in de vroegere rivier. Dat kunnen geen natuurlijke meanders zijn…

Teun Dijkhuis opent het hek naast Euvelgunnerheem en wijst naar de glooiing op de smalle strook tussen de Euvelgunnerweg en de ‘Hunzesloot’. Zo noemt hij de oude Hunze hier. ‘Bijna een meter hoogteverschil.’ Hij is hier opgegroeid, samen met zijn oudere broer Thies en zus Fré. Net als op veel andere plekken in Groningen ligt de boerderij op een lichte verhoging in het vlakke polderland. Een paar duizend jaar lang had de zee hier, ver landinwaarts, vrij spel en spoelde regelmatig over de oevers van de Hunze. Keer op keer liet de zee bij vloed een laagje klei achter. Steeds een beetje hoger, op den duur hoog genoeg om een eenvoudig huis op te bouwen, of een boerderij, zoals Euvelgunnerheem.

Onverzettelijk

Hier hebben generaties geboerd, meest met melkvee omdat de kleigrond bij de Hunze zich daarvoor het beste leende. Tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw was dit hele gebied tot aan Middelbert en Engelbert vrijwel open gras- en bouwland, doorsneden door talloze boerenslootjes. Teun: ‘Je kon zo de kerkjes van Middelbert en Engelbert zien liggen. Tegenover onze boerderij liep toen een kerkpad door de weilanden richting de kerk in Middelbert.’ Dat beeld is helemaal verdwenen. Althans, op een kleine groene strook aan weerszijden van de Hunze na.

De gemeente Groningen had al sinds de jaren zestig haar oog laten vallen op dit gebied om er een bedrijventerrein te ontwikkelen. Daarbij zou – zoals op zo veel plekken in Nederland is gebeurd – het oorspronkelijke boerencultuurlandschap van Euvelgunne helemaal verdwijnen. Maar dat liet Teuns broer Thies Dijkhuis – ‘de laatste boer van Euvelgunne’, zoals de documentaire van Tom Tieman over hem heet – niet gebeuren. Heel lang verhaal kort: juridisch bijgestaan door Teun verkocht Thies weliswaar het grootste deel van zijn landerijen aan de gemeente Groningen, maar bedong daarbij dat de Hunzezone als cultuurhistorisch landschapje in stand zou blijven, inclusief die wat vreemde knikken in de ‘Hunzesloot’. Na Thies’ overlijden in 2019 hebben Teun en Fré hun aandeel in het familiebezit aan Het Groninger Landschap overgedragen. Een bescheiden standbeeld van Thies Dijkhuis bij de boerderij symboliseert sinds 2020 zijn onverzettelijkheid.

Karkas

In 2025 is Het Groninger Landschap begonnen met een grondige restauratie van Euvelgunnerheem, inmiddels een gemeentelijk monument. De boerderij verkeerde al wat langer in niet zo beste staat. Het rieten dak is eraf, en door het hoge hek om de bouwplaats heen kun je de dragende houtconstructie goed zien. Teun Dijkhuis: ‘Net een karkas, zo met die staande gebinten en al die dakbalken. Ik hoop dat de eeuwenoude lemen vloer tegen de regen bestand is. Maar ja, als je er een groot zeil overheen zou spannen, waait met harde wind misschien de hele boel omver. En dan ben je verder van huis.’
Uit bouwhistorisch onderzoek blijkt dat de bomen voor de staande grenen gebinten die de schuur overeind houden, zo’n 350 jaar geleden in Zweden zijn gekapt. Het is aannemelijk dat de boerderij dus ergens rond 1670 al is gebouwd. Pal aan de oever van de Hunze. Kennelijk vormde een maar beperkt stukje erf achter de schuur toen geen bezwaar, want op oude topografische kaarten ‘loopt’ de Hunze tot in het begin van de twintigste eeuw strak achter de boerderij langs. Het erf hield bij wijze van spreken bij de achtermuur zo ongeveer op – je kon er weinig mee. De opslag van stalmest en het opzetten van gras- en korenbulten kon alleen naast de boerderij plaatsvinden, niet erachter. De Hunze was in die tijd nog de grens tussen de gemeenten Haren aan de westkant en Noorddijk aan de oostkant.

Graven en verleggen

Sinds 1935 is dit stukje Hunze van de topografische kaart verdwenen en een kleine twintig meter westelijker opnieuw ingetekend. En nu met haakse hoeken in de rivier. De gemeentegrens blijkt nog steeds dwars over het inmiddels vergrote achtererf te lopen. En ook zichtbaar is een nieuwe aangebouwde bijschuur aan de noordkant tegen de bestaande schuur aan. Die staat met z’n hoek zo ongeveer op de vroegere Hunzewal. Hoewel de cartografische weergave doorgaans enkele jaren achterloopt op de werkelijkheid, blijft niettemin de vraag: wat is daar precies gebeurd?
Teun: ‘Door verkoop van het achterste bouwland bij Middelbert rond 1900 kregen oma Dijkhuis en haar kinderen geld beschikbaar om negen hectare weidegrond te kopen, direct aan de overkant van de Hunzesloot. Daardoor bezat de familie land aan beide zijden van de Hunze en stond weinig meer in de weg om de rivier, niet meer dan een sloot, een stuk te verleggen om daarmee het erf aan de achterzijde van de boerderij wat groter te maken. Het was inmiddels toch eigen land.’

Waarschijnlijk door het overlijden van vier volwassen kinderen aan tbc is dat pas na 1920 gebeurd. In de Nieuwe Provinciale Groninger Courant, voorloper van het Nieuwsblad van het Noorden, zijn geen berichten te vinden die duiden op een gemeente- of waterschapsvergunning voor deze ingreep. ‘De monniken en boeren deden het hier al eeuwen: sloten graven en ze verleggen. Alles voor een optimale waterhuishouding en voor de bereikbaarheid. Zo is het hele land hier ontstaan.’

Strobalen

Enfin, in de jaren twintig van de vorige eeuw kwam er zo in korte tijd negenhonderd vierkante meter achtererf bij, boven op de gedempte oude Hunze. De bouw van die ‘nieuwe’ aangebouwde bijschuur was pas mogelijk na de Hunze-omlegging. Bovendien werd die extra ruimte voor mestopslag achter de boerderij toen echt noodzakelijk. ‘Waarschijnlijk meteen na de bouw in 1927 begon vader Dijkhuis met het fokken van koeien. Dat hij succesvol was met dat fokvee blijkt uit de talrijke medailles die hij in de jaren dertig van de vorige eeuw in de wacht wist te slepen. Die medailles zijn nu in het bezit van Het Groninger Landschap.’

De Tocht om de Noord, een jaarlijks wandelevenement in de provincie Groningen, heeft elke editie een andere route, steeds met een culturele insteek, soms met een bezoek aan een gemeentelijk monument, bijvoorbeeld de boerderij Euvelgunnerheem. Een paar jaar geleden leidde de route de deelnemers over het achtererf van de boerderij. ‘We hadden met strobalen het tracé van de oude Hunze achter op ons erf uitgetekend. Als mooie verwijzing naar de vroegere Hunzeloop. Maar ja, de wandelaars begonnen algauw de balen te verschuiven, zodat ze er gezamenlijk op konden zitten koffiedrinken. Ik geef ze geen ongelijk, maar die Hunzeloop verdween zo wel uit beeld.’ Zo kan het gaan. Teun kan er wel om lachen.