• Panorama blijft te veel binnen de lijntjes
  • Rijksbouwmeester nodig die minister op het matje roept
  • Noorden moet lef tonen en extremen onderzoeken

De Panorama, daar keken we vroeger altijd in vanwege de ranzige verhalen en de glimp van een tepel. Spannend en verleidelijk! Panorama Nederland begint met de zin ‘Nederland heeft geen vaste vorm’. Maar niets lijkt minder waar. Het probleem is alleen dat we er met zijn allen steeds weer in slagen om onszelf te herhalen. Wat we eens hebben vastgelegd blijft de werkelijkheid, ook in de toekomst, zelfs als die flink verandert. Voorbeeld hiervan is de provincie Groningen, die in drie generaties omgevingsplannen (POP-1, -2 en -3, met een formele geldigheidsduur van 2000 tot 2013) veranderingen op haar grondgebied mogelijk maakte van zegge twee procent. Dat lijkt mij toch een aardig vaste vorm.

Het valt dus toe te juichen dat het College van Rijksadviseurs zich bewust is van het feit dat Nederland verandert. Bewust onbekwaam: we beseffen inmiddels dat we nog niet voldoende (kunnen) inspelen op toekomstige veranderingen. Een stap in de goede richting. Nu zullen we echter de stap moeten zetten naar bewust bekwaam: een ruimtelijk beleid ontwikkelen dat het mogelijk maakt die veranderingen te begeleiden en op te vangen, of ze zelfs stimuleert.

Panorama Nederland: veel meer water en groen in de stad. Hoogwaardig openbaar vervoer vormt de ruggengraat

Daar zijn voldoende redenen voor. Op het moment van schrijven is de klimaattop bezig in Madrid. Hebben we nog meer aanwijzingen nodig? En de boeren halen niet alleen het Malieveld overhoop, maar dreigen ook nog eens onze kerstdis te verstoren door voedseldistributie te blokkeren. Dat allemaal omdat onze stikstofuitstoot ons noopt te veranderen.

Aanpassingen hangen dus in de lucht en niet iedereen vindt dat fijn. De vuurzee die Sydney momenteel teistert, laat echter zien dat we niet gemakzuchtig bewust onbekwaam kunnen toekijken. We zullen in actie moeten komen. Onze ruimtelijke hoop is gevestigd op het advies Panorama Nederland.

We kijken daar reikhalzend naar uit, want de Panorama beloofde toch altijd spanning en avontuur, een scala aan onderwerpen die elke week weer een verrassing inhield?

Alles in samenhang bekijken, veranderingen van de ene sector hebben gevolgen voor een andere, een integrale aanpak. Mooie, maar ook wat bezwerende woorden. Vrijheid voor surprises is er nauwelijks, want de trits water- en klimaatadaptatie, energietransitie en voedsel drijft op vergezichten, terwijl er anderzijds nauwelijks harde uitspraken gedaan worden waar dat echt moet: een echt ruimtelijk-landschappelijke oplossing van het stikstofprobleem, of het daadwerkelijk een halt toeroepen aan de overdosering van Nederland. En ook niet om nu eens echt iets aan de verbetering van de natuur te doen. We bungelen inmiddels net voor Griekenland onder aan de Europese ranglijst, nadat we dat eerder al voor duurzame energie hebben gepresteerd staan we nu ook op dit terrein op een degradatieplek. Of het onlosmakelijk verbinden van ruimtelijke kwaliteit aan de ingenieursopgaven in het land, een windmolen, een dijk of een zonnepark. Waarom is er geen idee dat verder reikt dan het inpassen van technische oplossingen?

De rijksbouwmeester beschouwt het land vanaf een langzaam voortdrijvende wolk

Is het de onmacht van de ontwerper? Leeft die in zijn droomwereld, het land beschouwend vanaf een langzaam voortdrijvende wolk? Hoe het allemaal zo’n mooie wereld zou kunnen zijn, als alleen… Ja, als alleen wat? Moet de verbeelding weer aan de macht? Of zijn er daadwerkelijk baanbrekende en harde ruimtelijke noties nodig die Nederland behoeden voor het afglijden in een veramerikaniserend wereldbeeld?

Ja, die zijn nodig!

We willen een bouwmeester met statuur, die rake klappen uitdeelt, zoals de bokser die de cover van de Panorama sierde. En een ‘minister van Ontwerpen aan Nederland’, het liefst een landschapsarchitect met durf. Eentje die de andere ministers op het matje roept als ze het mooie land weer eens verkwanselen onder het mom van meer banen, economische groei of die vermaledijde bedrijven die ons land anders verlaten. Of erger nog, onder druk van de boerenlobby de regels aanpassen.

Dan de panorama’s zelf. Zijn ze onaangepast, scheppen ze ruimte voor onzekerheden, bieden ze zicht op iets ongehoorzaams? Zijn het beelden die de tongen van de gewone burger losmaken, zodat ze een rol gaan spelen in een maatschappelijk debat op het scherpst van de snede? Nee, ze doen wel een dappere poging om alle belangen bijna letterlijk naast elkaar te plaatsen in een enorme doorsnede door ons land.

Bovendien ziet ze er mooi uit. In elke slice treffen we een stukje duurzaam beleid aan, soms innovatief (‘boer produceert grutto, bij en korenbloem’), soms nietszeggend (‘het landschap is de trots van iedere streek en regio’ of ‘een new deal tussen boer en maatschappij’), soms misleidend (‘stadslandbouw als plek voor ontmoeting educatie en betrokkenheid’), soms ronduit achterhaald (‘files horen bij de balans tussen vraag en aanbod’).

Het College van Rijksadviseurs schetst, in zijn eigen woorden, een aantrekkelijk en optimistisch toekomstperspectief. Met de mooi geformuleerde ambities is inderdaad niets mis. Ze klinken logisch, steekhoudend en voor iedereen acceptabel. En daar zit ’m nu net de kneep. Ze zijn (te) netjes, (te veel) binnen de lijntjes en zo voorzichtig dat alle belangen er zorgvuldig in terugkomen, netjes afgestemd en precies passend. Zodat er geen onzekerheid meer over blijft, maar er ook niet met welke onzekerheid dan ook rekening gehouden wordt.

En, anders dan over de ‘good-oldPanorama heeft niemand het over dit Panorama Nederland. Tenminste, de gewone burger hoogstwaarschijnlijk niet. Terwijl de zorgen over het landschap groot zijn, zoals het PBL onlangs schreef (Zorg voor Landschap, PBL, 2019) en het besef groeit dat niet alles kan, aldus de commissie Remkes (Niet Alles Kan, Adviescollege Stikstofproblematiek, 2019). Beide nota’s waren voorpaginanieuws. Dus het kan wel, de samenleving snakt naar spraakmakende stellingnames die gaan over de inrichting van het land. Of de holle oneliners uit het Panorama bijdragen aan die discussie is de vraag. Ze roepen geen discussie op, tenzij de daad bij het woord wordt gevoegd en de extremiteiten van de uitspraken nader ruimtelijk worden onderzocht.

Noord-Nederland zou zich daarvoor kunnen, misschien wel moeten aanbieden!

Dr. ir. Rob Roggema is lector Ruimtelijke Transformaties en Duurzaamheid aan de Hanzehogeschool Groningen