Langs mijn plantenpotjes met kraanvogels en retro-patronen in de vensterbank van mijn studio kijk ik naar buiten. Recht voor me zie ik de Martinitoren, links een ondefinieerbaar gebouw en rechts het nieuwe Groninger Forum. Ik woon nu vijf jaar in deze stad en ze is me dierbaar geworden. Ik voel een verbintenis. Volgend jaar moet ik haar misschien verlaten, want dit is het laatste jaar dat ik studeer. Volgend jaar is onzeker. Misschien lokt een aantrekkelijke baan me wel weg van hier.

Er is een leegloop vanuit het noorden. Men trekt naar de Randstad. Groningen is populair als studentenstad, maar velen vertrekken na het afronden van hun studie. Sommigen zelfs met haastige spoed. Teksten als ‘Groningen is leuk, voor een jaar of drie. Dan heb je het wel gezien.’ Ik hoor die vaker dan eens. Hoe komt dat toch? En waarom ervaar ik dat niet zo? Waarom wil ik juist in het noorden blijven? 

Ik heb een beeld van Noord-Nederland. Een romantisch beeld. Te romantisch wellicht. Ben ik eerder idealistisch dan realistisch? Dat ga ik hier onderzoeken. Wat is dat beeld waardoor ik wil blijven? Wat zijn voor mij belangrijke waarden die hier in het noorden worden gedeeld? Zijn die beelden nog van deze tijd of verdrink ik mezelf in nostalgie?

Een zoektocht als deze heeft een hoog risico om te vervallen in clichés. Op zoek naar een identiteit (een ongrijpbaar iets) die aan de oppervlakte blijft zweven, als je correct wil blijven. Vooral maar geen aannames doen die niet kloppen. Geen misplaatste generalisaties maken.

Om dit te voorkomen ga ik in dit blog expres niet de breedte maar de diepte in. Ik houd het dicht bij mezelf: wat zijn míjn waarden, wat is míjn ideaalbeeld? En dan ga ik op zoek naar mooie verhalen die mijn beeld kunnen bevestigen. Of ontkrachten, dat mag ook. Onrealistisch? Ik doe mijn best van niet. Idealistisch? Ja, toegegeven, dat waarschijnlijk een tikkeltje wel.

In mijn eerstvolgende blog maak ik een tocht inwaarts. Wat is mijn beeld van Noord-Nederland? En hoe is dat beeld ontstaan en de liefde daarvoor? Ik vraag het aan mijn ouders, die besloten van Amsterdam via Hilversum naar Stuifzand, een klein dorpje onder in Drenthe, te verhuizen. Daar ben ik vanaf mijn vijfde opgegroeid. Wat heeft hen bewogen om die stap te zetten? Wat voor verschillen voelen zij? Wat herken ik daarbij in mezelf? Vervolgens ga ik op pad, een uitwaarts onderzoek. Ik ga op zoek naar verhalen om mijn idealisme te bevestigen. 

Dit alles doe ik tegen de achtergrond van een theorie geschetst door filosofe Rahel Jaeggi. Zij is professor in de praktische en sociale filosofie aan de Humboldt Universiteit van Berlijn. Ik studeer ‘Filosofie en Maatschappij’ aan de Rijksuniversiteit Groningen en schrijf mijn masterscriptie over een boek dat zij in 2018 uitbracht: ‘Critique of Forms of Life’. Hier schrijft zij over het concept ‘levensvormen’ en over of en hoe we kritiek kunnen hebben op levensvormen.

Zo’n ‘levensvorm’ is een wat vaag begrip. Het is te begrijpen als iets tussen een levensstijl, gewoonte, cultuur en traditie in. De consensus binnen de filosofie was dat je op dit soort onderwerpen geen kritiek mag leveren, uit angst voor paternalisme en de vervolgvraag: ‘wie ben ik om een oordeel te vellen?’ Maar Rahel Jaeggi stelt dat kritiek leveren op levensvormen op bepaalde manieren wel kan, en juist zinvol is. Hoe we dan een oordeel moeten vellen, is door te kijken hoe goed een levensvorm is in het vervullen van zijn doel. En dat doel is dan omgaan met sociale problemen en het bevorderen van sociale goederen.

Deze vraag neem ik mee in mijn blogs. Dus ik maak het persoonlijk en maatschappelijk. Als ik bijvoorbeeld een dorpsschooltje bezoek stel ik mezelf twee vragen. ‘Is dit waar ik mijn kinderen naartoe zou sturen?’ en ‘Hoe gaat deze school om met de huidige problemen die spelen in het basisonderwijs?’ Met andere, filosofischere woorden: kan ik mijn idealistische beeld van de Noord-Nederlandse levensvorm bevestigen en is deze levensvorm ‘goed’?

Ik hoop van wel. Ik hoop dat ik bovenstaande vragen met een ‘ja’ kan beantwoorden, en mijn wens om hier te blijven met een gerust hart kan koesteren. Maar, ik heb niet alles voor het zeggen. Dus ik weet niet wat het gaat worden volgend jaar. Of ik ga verhuizen of niet, ik zal daar ook geen voorspellingen over doen. Soms moet je kansen grijpen, ook als ze niet perfect zijn. Dus ik praat alleen over ‘hopen’. Ik hoop dat ik de komende weken nog verliefder wordt op Noord-Nederland. Ik hoop dat ik kan blijven. En als ik wegtrek, hoop ik dat ik terugkom. 

Lees hier alle blogs van Bente.