Gek woord, ‘aquaponics’. Vindt Moesker (50) zelf ook. Waar het voor staat, is de gemiddelde mens ook nog een raadsel. Een minikringloop van vissen, bacterien en planten, legt Moesker uit. Met aquaponics kweek je vis en groente. Je kunt ook zeggen dat vis en groente elkaar kweken. Want in de kringloop levert de vis de voedingsstoffen voor de planten, terwijl de planten het water zuiveren van de viezigheid van de vis. Moesker noemt het voedselconcept de oplossing voor dreigende honger en dorst. De Britse geleerde Thomas Malthus (1766- 1834) schreef er al een essay over: als de wereldbevolking ongebreideld groeit, is er eenvoudig niet genoeg voor iedereen. De veehouderij die onder druk staat, drinkwatertekorten en het gebrek aan land om voedsel te verbouwen, illustreren anno 2020 de scheefgroei, stelt Moesker. ‘Eigenlijk is het al te laat, de mensheid gaat aan zichzelf ten onder. Maar we kunnen het nog wat rekken.’

Het moet de klimaatconferentie van Warschau in 2013 zijn geweest waardoor bij hem de knop omging. Een wake-upcall om in actie te komen. Moesker, die een universitaire studie kunst- en kunstbeleid had gedaan, zegde zijn baan op als beleidsmedewerker bij de gemeente Slochteren.

Zijn eerste aquaponic-systeem realiseerde hij in Groningen bij Toentje, de door hem mede opgerichte stadsmoestuin voor de Voedselbank. Nu heeft hij een laboratorium op het voormalige Suikerunieterrein. Zijn eenmansbedrijf Noordoogst Aquaponics verkeert nog in de fase van haalbaarheidsonderzoeken, maar soms is er toch ook al wat te eten. Deze zomer had Erik zes liter bier van eigen suikerwier. Tijdens de rondleiding trekt hij een plukje zeekraal uit een bak waarin ook ijskruid en lamsoor groeien, en steekt het in zijn mond.

Erg hard gaat het in Nederland nog niet met aquaponics. Producten zijn bijvoorbeeld nog niet optimaal, het is nog zoeken naar een evenwicht tussen vis en groente. In Amerika en Australië gaat het beter. ‘Als je in een outback in Australië woont en je moet drie dagen rijden naar een groenteboer, neem je wel genoegen met een ander plantje dat ook naar sla smaakt.’ Moesker pioniert dapper door. Hij hoopt op een stukje terrein bij het proefproject Dubbele dijk bij Bierum, dat ook een proeftuin wil zijn voor innovatieve landbouw. Van zoet water is hij overgestapt naar systemen met zout water. In het Noorden en langs de kuststreek is dat natuurlijk voorradig, en lokaal werken heeft hij hoog in het vaandel staan. Hij probeerde iets met Australische kreeftjes, koos met opzet een soort die onder de vijftien graden niet overleeft. ‘Kreeftjes zijn goed in ontsnappen, en ik wil geen faunavervuiling op mijn geweten hebben. Uiteindelijk voelde het toch niet goed.’ De eerste zoutwatervissen zijn deze zomer gearriveerd, honderd zeebaarzen van een kwekerij. Een paar eindigden er, dood, op de barbecue, de meeste leven nog. ‘Het is nu spannend of ik er een jaar mee rond kan. Als ik oogst heb in juni, zou dat een hoogtepunt zijn.’