Het lijkt wel een foto uit het verleden: een authentieke smederij met door het raam een blik op de dorpskerk. Dit zie je niet vaak meer, een ouderwetse werkplaats zo intact. Het is dan ook geen toeval dat Evert Wilstra dit beeld vastlegde. ‘De interieurs van oude werkplaatsen en fabrieken verdwijnen. Je ziet dat Monumentenzorg en Historische verenigingen vaak bezig zijn met de buitenkant van gebouwen, daar wordt met zorg mee omgegaan, maar de binnenkant verdwijnt. Dat gaat naar de sloop. En dat is heel jammer.’ Met die gedachte ging Evert op pad om beelden als deze vast te leggen. Hij is amateurfotograaf en heeft de ambitie om van deze foto’s een boek samen te stellen.

Tijdens een fietstocht kwam Evert de smederij in Hijlaard tegen. Hij zag ‘smederij bakker’ op de gevel staan, belde aan en ontdekte tot zijn genoegen dat de werkplaats nog helemaal intact was. De smederij is niet meer in gebruik, maar de gepensioneerde eigenaar maakt er nog wel af en toe wat. Puur als hobby.

Het gaat Evert bij het vastleggen van ouderwetse interieurs om meer dan alleen het behoud van schoonheid. ‘Het is verschraling van de identiteit. Vroeger had je in de dorpen een bakker, een slager, een elektricien. Als je langsfietste rook je de geur van vers brood. Je had snel zeven of acht winkels, ook in kleine dorpen. Door de jaren heen is dat helemaal verdwenen. De grootwinkelbedrijven slokken al die kleine winkels op. Het is stiller geworden op het platteland hier in het Noorden.’

Evert vergelijkt Friesland en Groningen met elkaar: ‘Hier in Friesland hebben we onder andere nog de Friese sporten en de Friese taal. In Groningen heb je je eigen taal, maar ga je door het platteland dan verdwijnen langzamerhand die hele mooie oude boerderijen in Noord-Groningen. Die zijn dan vaak nog geen Rijksmonument en het onderhoud is duur, dus die verdwijnen uit het straatbeeld.’, vertelt Evert. ‘Ik ben een romanticus. Ik hecht sterk aan identiteit en waar je vandaan komt. Ik vind het prachtig dat elke provincie zijn eigen taal en identiteit heeft. Vroeger heb ik meegedaan aan het polsstokverspringen, fierljeppen. Ik vind dat mooi.’