Een kind verdrinkt. Je loopt langs een rivier en je ziet het gebeuren. Het valt en de stroming neemt het kind mee: ze kan niet zwemmen. Ze verdrinkt. Jij kan wel zwemmen en je zou haar makkelijk kunnen redden. Maar je moet er wel nú inspringen. Je hebt geen tijd om je nieuwe, dure schoenen uit te trekken. Wat doe je?

Dit, of versies van dit, is een klassieke analogie die gebruikt wordt in de ethiek. Natuurlijk spring je erin om het kind te redden. Iedereen voelt dat intuïtief haarfijn aan en de meesten zullen dit zelfs als een morele plicht bestempelen. Het is niet enkel ‘het juiste’, maar je móet het zelfs doen. Anders handel je immoreel.

In de realiteit zijn problemen meestal niet zo eenduidig als in dit voorbeeld. Vaak kan niet één individu de held spelen en is het daarmee klaar. Grote maatschappelijke problemen zijn rommeliger, complexer en een stuk ingewikkelder om op te lossen. Er moet meer opgeofferd worden dan alleen een paar nieuwe schoenen.

Dit is ook waarom het zo belangrijk is om over collectieven na te denken. Problemen zijn vaak door een collectief ontstaan, ze vormen problemen voor een collectief en zijn alleen maar op te lossen met collectief handelen. Daarom geloof ik ook in het enorme belang van het begrip wat ik in mijn blogs al een paar keer genoemd heb: levensvormen. Levensvormen zijn gedeelde sociale praktijken, gedeeld door collectieven, door groepen mensen. En of je nou levensvorm een geschikte term vindt, of cultuur of maatschappij, wat ik in ieder geval wil benadrukken is het belang van praten op het niveau van het collectief.  

Want wat nou als je het verdrinkende kind niet in je eentje kan redden? Loop je dan gewoon door, omdat het toch geen nut heeft het water in te duiken? Of verschuift dan je morele plicht? Je kan het kind wel redden als je anderen motiveert je te helpen. Misschien zien sommigen het niet: vertel het ze. Stuur iemand eropuit om een stevige tak te zoeken, ga zelf op zoek naar een stuk touw. En dan, samen, lukt het misschien wel. 

Problemen in de echte wereld lijken vaak meer op het tweede dan het eerste voorbeeld. Neem het klimaatprobleem. Niemand kan dit als individu oplossen. Veel mensen zien dit als een excuus om zelf weinig aanpassingen te doen, uit een gevoel van zinloosheid. Maar is dat niet hetzelfde als weglopen van het verdrinkende kind die niet door één persoon te redden valt? Ik denk dat problemen die vragen om een collectieve oplossing juist niet minder, maar méér van een individu vragen. Namelijk om niet alleen zelf te handelen maar om ook anderen te motiveren. 

Collectieve handelingen zijn niet simpelweg verzamelingen van individuele handelingen. Denk aan het voorbeeld: je redt het kind niet van verdrinking door met zijn allen, één voor één, het water in te springen. Je redt haar door een gecoördineerd plan te maken, de één zoekt een tak, de ander een touw. In dat plan hebben sommigen een grote taak, anderen maar klein. En de taken verschillen onderling. De handelingen zijn individueel, maar alleen zinvol door het collectief. Ze zijn verbonden met elkaar. 

Neem nu weer het klimaatprobleem. Mensen twijfelen aan het nut van hun persoonlijke acties. Wat heeft het voor zin als één individu stopt met vleeseten? En heeft het nut om je huis zo duurzaam mogelijk te maken, als je buren dit niet doen? Enerzijds: ja, dit heeft nut. Elk dier dat jij niet opeet gaat niet dood of wordt niet geboren en stoot dus geen gassen uit. Elke kilowatt stroom die jij duurzaam opwekt heeft geen vervuiling opgeleverd. En alle individuele inspanningen kunnen zonder samenwerking alsnog een kritische massa vormen, bijvoorbeeld als consumenten. Ik ben het ook niet eens met mensen die stellen dat de politiek of grote bedrijven met alle oplossingen moeten komen. Want die politiek en bedrijven hebben draagvlak nodig voordat ze veranderingen door kunnen voeren. Ze staan niet los van ons, ze zijn een onderdeel. Het is een illusie om te denken dat politiek en bedrijfsvoering losstaande entiteiten zijn: hun beslissingen zijn net zo zeer een weerslag van onze handelingen, dan andersom. 

Maar niet alle problemen los je op als een groep losstaande individuen. Soms is samenwerking noodzakelijk. Daarbij kan het aantal individuen toenemen door samenwerking. De kritische massa vergroten. Maar dat vergt veel inspanning. Dan kan je je als individu voelen alsof je het water inspringt om het verdrinkende kind te redden, wetende dat het je in je eentje niet gaat lukken om haar levend op de kant te krijgen. Omstanders luisteren niet, dus je springt maar alleen. Of je springt niet. Je doet niets aan het milieu. Zou dat dan maar het beste zijn? Zwelgen in nihilisme? Het nut niet inzien en stug doorgaan met het verpesten van de wereld? Dat lijkt me niet.

En laat ik nog twee belangrijke verschillen benoemen tussen het verdrinkende kind en de klimaatcrisis. 1. We hebben de klimaatproblemen zelf veroorzaakt. 2. We gaan zelf ook ten onder als we de problemen niet oplossen. Dus in het verhaal van het verdrinkende kind zou het meer lijken alsof we zelf het kind de rivier in hadden geduwd. En als zij, tijdens haar val, onze broekspijpen had vastgegrepen en wij zelf ook zouden verdrinken als we haar de rug toe zouden keren. Moeten we haar dan wegtrappen en weglopen en niks doen… is dat niet absoluut absurd?

Of ligt het probleem nog anders? Verdrinkt er één kind die door meerderen gered moet worden, of verdrinken er honderden? En redden we die door ze samen te redden, of als iedereen er één uit het water vist? Misschien lukt het wel, als iedereen verantwoordelijkheid neemt en één kind redt. En misschien kunnen we de wereld wel redden als iedereen zijn of haar ecologische voetprint tot één wereldbol verkleint. Maar is het realistisch om te denken dat iedereen dat doet? En als niet iedereen dat doet, betekent dat dan dat er een paar mensen voor anderen moeten compenseren? De eerlijkste manier lijkt me hoe dan ook door het samen te doen. Door niet als je ziet dat anderen hun steentje niet bijdragen zelf dan maar de grootste lasten te dragen, maar door die anderen juist om hulp te vragen. ‘Til jij ook even mee?’ 

Dus laten we geen nihilisten worden, maar optimisten, idealisten en wereldverbeteraars. Als je een probleem ziet dat je niet in je eentje kan oplossen, loop dan niet weg maar roep er anderen bij en doe het samen. Als je de zin niet inziet van het beter isoleren van je eigen huis, motiveer dan je hele buurt om het ook te doen. Doe niet minder, maar meer. Ik denk dat het belangrijk is om collectiever te denken. Als individu is het haast onmogelijk om een significant grote impact te maken op wereldproblemen. Dus durf anderen aan te spreken. Ook als dat niet makkelijk is. Durf een plan te maken, want zonder plan komen we nergens. Als we een kind zien verdrinken in een rivier lopen we niet door. Hoe moeilijk het ook is, hoeveel mensen we er ook bij moeten roepen, we keren haar de rug niet toe. Doen we dat bij de wereld dan wel?   

Lees hier alle blogs van Bente.