Zijn duurzame drukkerij, de ‘kleinste grote drukkerij van de wereld’, staat in de stad Groningen, op tien kilometer van zijn woonhuis. Hier, tussen eindeloze stapels papier, drukvellen en als pronkstuk de indrukwekkend grote, waterloze offsetpers, draait een gesmeerd team van drie mensen. Zonder veel woorden weten ze precies van elkaar wat er wanneer moet gebeuren. Iedere werkdag opnieuw. Dat kan omdat de rollen en verantwoordelijkheden helder zijn verdeeld. Effectief en daadkrachtig. En dat is precies wat Henk Tienkamp mist bij de overheden en instanties tot wie hij is veroordeeld nu zijn huis door de gaswinning onder zijn voeten scheurend wegzakt.

Henk Tienkamp woont in Woltersum, is de tweede ‘buur’ van de Vier op een rij aan de Kollerijweg, gezien vanaf het Eemskanaal. Hij maakte vorig jaar succesvol bezwaar tegen de aanwijzing van zijn woonhuis als karakteristiek pand – omdat hij geen voordelen zag en niet afhankelijk wilde worden zonder tegenprestatie. Uit een recent gehouden enquete van Vereniging Eigen Huis blijkt dat Tienkamp tot die ruime helft van de Groningers behoort in de door aardbevingen getroffen regio die nog steeds niet weten of hun woning wordt versterkt tegen nieuwe bevingen.
Tienkamp: ‘De verbouw van de verdieping was bijna klaar en voordat ik beneden in het voorhuis zou beginnen aan de nieuwe keuken gaf ik opdracht aan de aannemer om nieuwe kozijnen te leveren. Een paar jaar eerder waren ze al ingemeten. Hij kwam met de boodschap dat het huis inmiddels daarvoor te scheef was. Ik was razend wanhopig. Opeens is je huis total loss verklaard. Toen besloot ik: ik doe helemaal niks meer.’ Begrijpelijk, want wat heeft het voor nut als iedere investering tijdelijk blijkt en niet veel meer is dan symptoombestrijding van een veel groter probleem, waarvan de veroorzakers bekend zijn? Veroorzakers die miljarden hebben zien binnenstromen uit gaswinning, maar de externe effecten ervan grotendeels afwentelen op derden?

Dat was in 2016. Wie nu Tienkamps woning op nummer 6 bezoekt, kan het niet ontgaan. Hier is het werk stilgelegd en proberen mensen zo goed en kwaad als dat gaat te overleven. De overheden draaien, telkens via nieuwe tijdelijke constructies en toezeggingen, cirkels in een neerwaartse spiraal. Ze zijn vooral druk met verantwoording afleggen in plaats van verantwoordelijkheid nemen. Een oplossing is nog niet in beeld, hoe hard Tienkamp daar zelf ook aan werkt. Eigen initiatief wordt, vreemd genoeg, niet beloond. Dat is voor hem en zijn buren ook de voornaamste reden elkaar op te zoeken en het experiment Vier op een rij aan te gaan. Tienkamp: ‘Als groep blijken we ineens wel een gesprekspartner te kunnen zijn. Alleen ben je dat niet. Niet bij de gemeente, niet bij de NCG (Nationaal Coordinator Groningen), niet bij de TCMG ( Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen). Dan ben je een van de velen.’

Levensvreugde

Wat de Vier op een rij als buren samen delen, zijn vergelijkbare problemen en de plek waar ze wonen. Tienkamp snapt niet waarom de overheid geen gebruik maakt van hun plan vier woningen te realiseren die de state of the art van nu laten zien: circulair, duurzaam en bevingsbestendig. ‘Wij zijn doeners, zoals veel dorpsbewoners in het winningsgebied. Pioniers, we willen er wat van maken. En we kunnen er wat van maken. Als ik een overheid was die erover moest gaan, zou ik daar gebruik van maken. Deze mensen werken voor je (en voor zichzelf) zonder er betaling voor te vragen. Bovendien zijn mensen in het algemeen veel meer tevreden over iets wat ze zelf hebben volbracht dan over iets waar ze geen zeggenschap over hadden. Onze “diersoort” wordt met tamelijk groot wantrouwen bekeken, alsof we volstrekt amoreel en smakeloos zijn op bouwkundig gebied.’

‘Wij zijn doeners, zoals veel dorpsbewoners in het winningsgebied. Pioniers, we willen er wat van maken’

Ook nu dreigt de overheid haar eigen agenda boven de wensen van de Vier te stellen. De Vier hebben bewust voor een kleinschalig experiment gekozen, om een oplossing op korte termijn in beeld te brengen. Maar de gemeente wil het opschalen naar de hele straat. Op zichzelf is die gedachte navolgbaar, maar het is een wezenlijk andere benadering dan de Vier voor ogen hebben. Overeenstemming bereiken met vier mensen is hard werken en elkaar voortdurend bij de les houden. Op het niveau van de straat is dat nagenoeg onmogelijk. Dan verandert het eigen initiatief weer in sturing van bovenaf.
‘Wanneer begrijpen de overheden dat ze er voor ons zijn, en niet wij voor hen?’, vraagt Tienkamp. ‘Soms mag je meepraten, maar dat betekent pas echt iets als je ook mag tegenspreken. Hoewel ik zeer bedreven ben in vechten tegen de bierkaai, ben ik me er ook van bewust dat het leven eindig is. Verspilling van energie en levensvreugde moet je toch zien te beperken. Waar wil je je leven aan wijden? Dan is een huis voor mij te triviaal. Ik ben geen kolonist, dit is geen door God aan mijn volk gegeven land.’ Wat niet wil zeggen dat het verlies van zijn huis hem niet raakt. Hij kiest ervoor om vooruit te kijken. Een streep te zetten onder het verleden en problemen als kansen op te pakken. Maar daarvoor heeft hij wel medewerking nodig van de overheden.

Een bevingsbestendig huis voor de komende vijftig jaar is wat hij en zijn buren nodig hebben. Als ze dan toch noodgedwongen hun huis moeten opgeven, waarom dan niet gelijk ook zoeken naar de optimale 21e-eeuwse Groninger woning? Een woning die duurzaam is, bevingsbestendig, bestand is tegen het stijgende water en een nieuwe typologie introduceert die tegemoetkomt aan de trend dat mensen steeds ouder worden, vaker alleen wonen en thuis willen blijven wonen. ‘Ik kom vaak op Schier, daar zijn veel kleinere woningen onder een dak. Wat eruitziet als een gewone grote woning kan bijvoorbeeld vier eenheden huisvesten. En dat tegen lage kosten; een huur van tussen 350 en 400 euro. Met dit soort woningen lijken mij veel mensen geholpen. Niet alleen efficient geprijsd voor de sociale sector, maar voor iedereen. Dat is ook fijn voor ouderen. Die kunnen uit hun gezinswoning trekken zonder dat ze weg hoeven. Zo komt er doorstroming en dat is goed voor de dynamiek van het dorp.’

Rode baksteen

Het oude huis slopen en eenzelfde terugbouwen, is voor Tienkamp onbespreekbaar: ‘Inwoners denken dat het uiterlijk van het gebied en de identiteit van Woltersum is vastgelegd in rode baksteen en eindeloos raaigras.’ Wat hij met Vier op een rij wil laten zien, is dat identiteit niet vastligt in verstilde beelden uit het verleden, maar ook in het nieuwe aanwezig is. Omdat iedere generatie haar eigen keuzes maakt en veranderingen aanbrengt vanuit de inzichten en mogelijkheden van nu. ‘Persoonlijk stoort mij de teloorgang van de leefomgeving bovendien veel meer dan de teloorgang van mijn huis. Adriaan Geuze fileert terecht de argumentatie dat de boerenstand de leegloop van het platteland tegengaat en de leefbaarheid daarmee bevordert. Dat is niet het geval: de moderne boer zorgt eigenlijk alleen voor werk voor hemzelf. De negatieve aspecten van zijn bedrijfsvoering hebben een veel grotere invloed op de omgeving. De bewoning van zijn bedrijfsgebied is hem eerder een last dan een lust.’

De grote vraag is, willen de overheden en uitvoeringsinstanties wel werken aan een oplossing? ‘Tot nu toe zijn we steeds met wantrouwen benaderd, knieperig zuinig. En dat heeft alleen maar gezorgd voor wrokkigheid tegen vrijwel alle overheden. Ze hebben er alle tijd voor, het is hun werk.’ En Tienkamp vervolgt: ‘Wat wij nodig hebben, is vertrouwen en zelfbeschikking. Dus: vertrouw de bewoner, ga samen met hem/haar de oplossing in de benen helpen, schep kaders. En stop met over ons heen praten. Geef ons regie en experimenteerruimte.’