Na de dijkverhogingen bij Delfzijl langs de Eems, is nu de beurt aan de andere kant van Groningen. Dit stuk dijk was in 2012 instabiel. De oude Vierhuistergeul speelde op en ondergroef de dijk. Met stortstenen en andere noodingrepen werd de dijk toen weer vastgelegd. Nu is het hele negen kilometer lange tracé aan de beurt om verhoogd te worden. Kosten 100 miljoen euro.

In de oksel van de Lauwersmeerdijk en de Westpolderdijk werd vrijdag 3 juli 2020 een hele rij vlaggen gehesen ter onderstreping van een akkoord over de dijkverbetering. ‘We gaan van een harde kustlijn naar een veel interessantere kustzone’, zei Marco Glastra, directeur van Het Groninger Landschap tevreden. Vlakbij de voormalige Vierhuistergeul komt een buis onder de dijk door zodat spiering en glasaal naar de zoetere binnenwateren kunnen zwemmen om te paaien. Dat is bijzonder, want van zoet water weer een beetje brak water maken, is in landbouwnatie Nederland geen populaire bezigheid. Deltacommissaris Peter Glas, die ook in de Westpolder was om zijn handtekening over de dijkversterking te zetten, memoriseerde nog hoe we nu zoet Rijnwater via een stelsel van pompen brengen tot aan de Groningse binnenwateren. Maar dat kan en zal niet zo blijven, waarschuwde hij. 

Het meest toonden de aanwezige bestuurders (van rijk provincie, gemeente, waterschap, Waddenacademie en Rijkswaterstaat) zich trots op de onderlinge samenwerking. Lange tijd was dijkverhoging vooral een zaak van waterschappen die zich uitsluitend toelegden op waterveiligheid. En de dijken konden maar een kant op: omhoog. De doorgaande zeespiegelstijging maakt dat het einde van die strategie in zicht is. Afgelopen week verscheen een rapport van de Waddenacademie dat de vraag stelt of we in staat zullen zijn langs de kust al het land te behouden. De klimaatverandering zet door, het land achter de dijken daalt, vissen blijken niet over dijken te kunnen zwemmen en zo worden we geconfronteerd met steeds hogere kosten om het land op de ‘oude manier’ te beveiligen. En het kan anders!

Sinds de Eemsdijken rond Delfzijl wordt geëxperimenteerd met groen voorland (kwelder), een dubbele dijk (met daarachter brakken natuur of zilte landbouw), minder schuine dijklichamen, minder asfalt, slibwinning en andere vormen van ‘natuurbouw’. Waterschapsbestuurder Eisse Luitjens van Noorderzijlvest benadrukte de voordelen van die nieuwe experimentele en integrale aanpak. Het Waterschap laat zich niet meer uitsluitend leiden door waterveiligheid. Ook natuurontwikkeling, een goed toegankelijke en beleefbare haven, toerisme en een nieuw fietspad maken onderdeel van de dijkplannen uit. 

Zo is bij de haven van Lauwersoog gekozen voor een dijk met een verticale wand waardoor het voor toeristen een mooi uitzichtpad wordt – met toch ook enige afscherming van het verkeer en de wind. Zo kan de dijk een toeristische trekpleister worden die aansluit bij het Wadden Werelderfgoed Centrum dat hier gepland is Maar over de komst van dat centrum zwegen de bestuurders wijselijk – daar lopen zoveel procedures over.

Tijdens een kwelderwandeling met alle bestuurders in zijn kielzog memoriseerde bewoner en kustboer Klaas Sijpkens dat de kuststreek een historie van eeuwen- en decennialange procedurele conflicten kent. Toch kan er soms iets in beweging komen. En daar lijkt het nu op. Glastra toonde zich bijvoorbeeld optimistisch over het theehuis annex bezoekerscentrum op de dijk van de Westpolder. Hij denkt dat dit bewonersinitiatief binnenkort gerealiseerd kan worden. Dat is dan achttien jaar nadat het plan door Klaas en Anneke Sijpkens voor het eerst werd voorgelegd aan de dijkgraaf en de burgemeester. En daar instemming kreeg.

Over vijf jaar moet het werk aan de dijk op deze plek klaar zijn en kan de dijkverhogingscaravaan verder trekken naar de dan zwakste dijken. Misschien wordt de koffie dan geschonken in het Theehuis van de Westpolder.