Een getuigenis van de landbouw van weleer, zo beschrijft Tialda Hoogeveen haar boek De geur van hooi. Dat klopt als een bus. Hoogeveen heeft een vlotte pen en haalt het levensverhaal van de Friese boer Siebe Peenstra uit Wommels met veel gevoel voor detail naar boven. Over het eieren zoeken, koeien melken, de steun van zijn vrouw en de vakantiebestemmingen van de vooruitstrevende en natuurlievende Friese boer.

Daarmee is het een lezenswaardig boek voor ieder die wil begrijpen hoe we feitelijk van ‘gezonde landbouw’ zijn beland in grootschaliger landbouw die weidevogels, diversiteit in begroeiing en landschappen vernietigt. En het is een nostalgisch boek voor ieder die het meemaakte of uit familieverhalen meekreeg hoe boeren vroeger werkten op het land, met het weer, de dieren en hun gezondheid, met de natuur en met hoe we toen – ooit – op het platteland samen leefden.

Hoogeveen spreekt met Siebe Peenstra en velen om hem heen over zijn bedrijf en hoe het er toeging. Ze gaat niet uit de weg hoe ‘de vooruitgang’ tussen pakweg de jaren zestig en tachtig een nare kant krijgt. Hoe de omgang met dieren en met elkaar steeds minder respectvol werd, hoe er kwistig met kunstmest en gif werd gestrooid omdat de landbouworganisaties en industrie de voordelen overtuigend schetsten. En hoe heel langzaam af en toe een beetje twijfel doorsijpelde. Juist vanuit dat oogpunt stopt het boek echter op een onlogisch punt in de geschiedenis van de landbouw. De schaalvergroting is de laatste 35 jaar nadat Peenstra zijn boerderij verliet in een nog grotere versnelling geraakt. Veel landbouwbedrijven zijn industrieel geworden en daarbij raakten elementaire waarden als bodemkwaliteit, biodiversiteit, zorg voor dieren en landschap steeds verder uit beeld. Waarom gebeurde dat en hoe kan het dat boeren en burgers het hebben laten gebeuren? Tussen de huidige wereld van de lezer en het einde van Siebe Peenstra als boer zit nog een hele volgende generatie. Met boeren die cruciale keuzes moeten maken: gaan ze het anders proberen te doen of laten ze zich meezuigen in het agro-industrieele bestaan?

De geur van hooi is soepel geschreven. De auteur volgt het leven van Siebe Peenstra heel consequent en consciëntieus. Daarom is het een prettig leesbaar en een mooi menselijk verhaal geworden. Fijn leesvoer voor de zomer. Toch laat het mij wat verlangend achter. Een beetje als na een bezoek aan een landbouwmuseum waar je net uitgebreid hebt kunnen bekijken welke werktuigen mensen vroeger gebruikten. Mij laat zo’n uitstalling van dat leven van weleer ook achter met vragen: waarom stopten we daarmee, hoe werkte dat? Wat dreef mensen om die oude gebruiken los te laten en waar waren onze natuur- en dierenliefde toen geparkeerd? De verdiepende verhalen daarachter zou ik ook graag lezen. Laat deze prettig geslepen pen ook dat beschrijven, ik wil het graag lezen. 

Tialda Hoogeveen – De geur van hooi, hoe het boerenleven veranderde Thomas Rap