Met bovenstaande quote begint hoofdstuk één van Ecologisch wezen van Timothy Morton. Nee, dat is geen boek om vrolijk van te worden en je vindt er ook al geen kant-en-klare oplossingen in. En toch gaf het lezen van dit boek mij hoop. Niet de naïeve hoop van ‘alles komt goed’. Maar meer: ‘oké, als dit is waar we staan, moeten we met z’n allen veranderen.’ En omdat het moet, geloof ik ook dat het kan – dat hebben we de afgelopen maanden wel gezien.

Morton bekritiseert de manier waarop we de ecologische crisis benaderen: met cijfers en feiten, druk op zoek naar oplossingen. Daar ligt de oplossing niet want praktisch weten we allang wat we kunnen doen. De vraag is: waarom doen we het niet? De oplossing ligt volgens Morton niet in de eerste plaats bij het handelen – elke individuele handeling is statistisch onbetekenend – maar in een omslag in het denken.
Klinkt simpel toch? Maar het gaat wel om een manier van denken die 12.500 jaar geleden is opgekomen. Dat is namelijk het moment waarop Mesopotamische boeren de wereld opdeelden in natuur, cultuur, mens en dier. Er daar ligt precies het probleem. We zijn daardoor vergeten dat we zelf onderdeel zijn van de ecologie. We zijn ecologie, niets aan ons is exclusief menselijk (niet onze vingers, longen of ons celmetabolisme). Nu las ik het boek tijdens mijn zwangerschapsverlof. En die boodschap kwam binnen, want juist in die periode ervaar je hoe dicht je nog bij de natuur staat. Dat bewijst meteen een ander belangrijk punt van Morton, namelijk dat we alleen weten hoe dingen in relatie tot ons zijn en niet hoe ze in zichzelf zijn. Zoals ik het boek meteen relateer aan datgene wat zich in mijn wereld afspeelt.
Wat we ons dus moeten realiseren, is dat we de ecologische crisis niet als een ‘puppet master’ onder controle kunnen krijgen. Wij zijn er zelf onderdeel van, sterker nog: we hebben er een symbiotische relatie mee. Die relatie moet hersteld worden voordat we ‘oplossingen’ gaan bedenken.
Het boek van Morton is een intellectuele aanpak om te begrijpen dat de mens ecologie is. Maar wie naar buiten gaat kan misschien wel het­zelfde ervaren. De menselijke hand is in Nederland bijna overal terug te zien. Kijk naar Park Meerstad. Wie is de baas over de ervaring die de bezoekers daar straks hebben? Zien zij het ontwerp, de natuur, een speelruimte of hardloopplek? Dat veelvoud aan ervaringen zegt meer over het park dan feiten over de oppervlakte en de hoeveelheid gras die er te vinden is.
De verscheidenheid aan ervaringen kan ons leren hoe we onderdeel zijn van iets groters. Zoals Morton zegt: ‘Het probleem met ecologisch be­wustzijn en ecologisch handelen is niet zozeer dat het ontzettend moei­lijk is, maar dat het al te gemakkelijk is.’ Die ervaringen zijn er, maar dan moeten we wel het idee loslaten dat we alles onder controle kunnen krijgen. En laten de meesten van ons (mijzelf inclusief) daar nou juist zo van houden. Misschien moeten we klein beginnen. Waar kun jij deze zomer de controle weleens loslaten, om meer te kunnen ervaren?

Deze column is afkomstig uit de Noorderbreedte-special bij Nb #3 2020: Park Meerstad