Lees hier de eerste twee wandelingen in de toekomst.

Het kustgebied: zilte landbouw

Na een laatste grote open polder te hebben gepasseerd komen we in het oude zeekleilandschap van Fryslân terecht. Hier is langs de kust een hele brede zone ingericht als brak getijdengebied dat niet alleen dienst doet als natuurlijke kustverdediging, maar waar ook zilte landbouw plaatsvindt. Door een brede maar niet heel hoge dijk wordt dit gebied gescheiden van de Waddenzee. Regelmatig komt het zoute water over deze dijk heen en blijft voedselrijk slib achter in de getijdenzone.

Het veranderende klimaat zorgt voor een versnelde verzilting van de kustgebieden. Het grondwater wordt zouter door de stijgende zeespiegel en een tekort aan zoet regenwater. Door verzilting neemt het chloridegehalte in de bodem toe wat er voor zorgt dat veel gewassen niet meer goed kunnen groeien. Er valt dus niet te ontkomen aan een systeemwijziging in de kustzone. In plaats van met veel inspanning en geld zoet water te blijven aanvoeren tegen de zoute kwel die onder de dijk doorgaat, is het beter mee te bewegen met de zeespiegelstijging en zeewater weer meer ruimte te geven. Op hoogtekaarten van Fryslân valt het buitendijkse natuurgebied Noard-Fryslân Bûtendyks op, dat zo’n anderhalf meter hoger ligt dan het omringende binnendijkse gebied waar mensen wonen en werken. Een hoge zeedijk beschermt ons tegen hoogwater van de zee, maar het is juist dat hoogwater dat er tevens voor zorgt dat het land telkens een stukje hoger wordt doordat er slib wordt afgezet. In Noard-Fryslân Bûtendyks beweegt het land zo mee met de stijgende zeespiegel, maar dat gebeurt binnendijks niet meer. Inklinking van de bodem maakt het hoogteverschil alleen maar groter. Door met dubbele dijken te werken kan er tussen de dijken weer slib worden afgezet waardoor de dijken meegroeien. Verder binnendijks kunnen grote bekkens zoetwater opslaan voor droge periodes, die tevens tegendruk bieden tegen de zoute kwel.

Kwelders bieden natuurlijke kustbescherming waar tevens zilte landbouw kan worden gepleegd.

De zeekleigronden van Fryslân zijn door het afgezette slib voedsel- en mineraalrijk en daardoor al duizenden jaren bewoond door mensen die zich in vroegere tijden beschermden tegen de zee door terpen op te werpen. Op de kwelders werd vee gehouden, gejaagd en werden gewassen geteeld. Hoewel overblijfselen van dieren beter bewaard blijven dan die van planten, heeft Archeobotanisch onderzoek door de Vereniging voor Terpenonderzoek aangetoond dat terpbewoners verschillende soorten granen, voornamelijk gerst en emmertarwe, en peulvruchten als tuinbonen en erwten verbouwden. Ook oliehoudende planten als Huttentut en vezelrijke planten als Hennep werden verbouwd om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn.

We lopen door een gevarieerd landschap met verschillende zoet/zout gradiënten wat een interessante flora en fauna oplevert. Een groepje flamingo’s slobberen kreeftjes en andere kleine waterdiertjes naar binnen en even verderop duikt een visarend in het water en komt er met een enorme vis in z’n klauwen weer uit. Maar ook de ‘akkers’ zien er divers uit. In de gebieden waar het zeewater in en uit mag stromen, staan velden met halofyten zoals Zeekraal en Zulte. In de drogere gebieden die door het oprukkende zoute water zijn verzilt, groeien ‘zoete’ gewassen die aanpassingsmechanismen hebben om onder zilte omstandigheden te kunnen leven. Een soort als Heen, die een heel breed leefmilieu kent van zout naar zoet, vormt een belangrijke bron voor zetmeel.

Bijzonder is dat veel soorten waarvan de handboeken (van o.a. de FAO) bepaalde grenzen voor zoutgevoeligheid aangaven, in de Texelse praktijk van van Rijsselberghe (zie o.a.  http://www.ziltproefbedrijf.nl/zilt-proefbedrijf), veel zout-resistenter bleken te zijn. Een aantal soorten voedselgewassen, als Strandbiet en Zeekool, blijken uitstekend te groeien op verzilte bodems. Ook Vlas gooit hoge ogen en kent vele toepassingsmogelijkheden. De akkers worden bemest met groenbemesters als Luzerne en Honingklaver die tevens als veevoedergewas dienen.

Een mogelijk nieuwe indeling van het Friese landgebruik in 2050 © LOLA Landscape Architects.

Vanwege de zilte omstandigheden kent de bodem hier een heel ander bodemvoedselweb. Regenwormen spelen daarin een minder belangrijke rol. Hoewel grijze (bodemetende) regenwormen zouttoleranter zijn dan rode (strooiseletende) regenwormen, nemen regenwormenpopulaties sterk af wanneer een bodem door zeewater is overspoeld. Andere strooiselafbrekers zoals Kwelderspringers nemen de rol van regenwormen over in zoute gebieden. Deze kleine vlokreeftjes gedragen zicht net als rode regenwormen door ’s nachts naar het oppervlakte te komen om daar op zoek te gaan naar organisch materiaal om op te eten, en door overdag zich in te graven in de bodem wat de bodemstructuur ten goede komt. Door het hoge kalkgehalte van de bodem is de omzettingssnelheid hoger waardoor voedingstoffen sneller beschikbaar zijn voor gewassen.

Conclusie

Staand aan de rand van Fryslân turend over het wad kijken we terug op een gevarieerd en weerbaar landschap dat de extremen van het veranderde klimaat beter kan opvangen. De bodem en alle organismen die daarin leven zijn weer in hun kracht gezet en worden voor de voedselproductie aan het werk gezet. Fryslân kan veel gevarieerder, landschappelijk, biologisch en agrarisch gezien. Van de duizenden eetbare plantensoorten die er bestaan eten we er tegenwoordig slechts een handjevol, voornamelijk tarwe, rijst en mais. Wij denken dat nieuwe perspectieven opdoemen wanneer we kiezen voor bodembeschermende teelten die zowel door een ander waterbeheer als een andere keuze in voedselgewassen wordt gekarakteriseerd. Wellicht is een wandeling als hierboven beschreven dan eens te maken…

Dankzegging: De kaart van LOLA Landscape Architects werd welwillend ter beschikking gesteld door Jan-Dirk Hoekstra (ateliermeester van de tentoonstelling Places of Hope in 2018) van H+N+S Landscape Architects.