De redactie van Noorderbreedte vroeg me om te reageren op het stuk van Rob Roggema over water en iets te vertellen over het Toukomst-idee ‘Groninger diepen en maren’ van Het Groninger Landschap. Dat doe ik graag!

Noorderbreedte heeft duidelijk een voorkeur voor ‘werkelijk vernieuwende plannen’. Ik denk dat de overheid door de spreiding van bestuurlijke verantwoordelijkheden niet meer in staat is tot de grote daden waarvan Noorderbreedte droomt. En ik ben daar stiekem blij om, want het landschap heeft naar mijn idee meer baat bij evolutie dan bij revolutie. 

Vanuit water zie ik voor Groningen twee grote uitdagingen. De één heeft te maken met ons achterland, het Drents Plateau. De ander met ons voorland, de zee. Beiden liggen op een hoger niveau dan het grootste deel van onze provincie en het hoogteverschil met de stijgende zeespiegel zal alleen maar toenemen. Het merkwaardige feit doet zich voor dat de Drentse beken, zodra ze de provinciegrens van Groningen zijn gepasseerd, ophouden te bestaan en het beekwater als kanaalwater de weg naar zee moet vinden. Aan alle kwaliteit die in de Drentse beekdalen is opgebouwd, komt abrupt een einde. De laatste 30 kilometer van de reis naar zee wordt anoniem afgelegd. Bij de Westerwoldse Aa speelt precies hetzelfde, maar dan volledig op Gronings grondgebied: het laatste stukje mist.

In het idee ‘Groninger diepen en maren’ willen we het stelsel van historische waterlopen benutten om van de reis van het Drentse beekwater naar zee weer een glorietocht te maken. Stelt u zich voor dat de Hunze weer langs de stadsrand van Groningen stroomt en het Reitdiep ruimte krijgt om tussen de oude dijken te meanderen en buiten haar oevers te treden. Stelt u zich het Damsterdiep voor dat weer de uitstraling heeft van de eerste industrie-as die Groningen rijk was, met molens, kalkovens en steenfabrieken, herbestemd en aangevuld met eigentijdse economische functies. Gedempte maren worden hersteld en alle Groninger dorpen op het Hogeland zijn onderling verbonden via het water, dat vrij bevaarbaar is. Waar ruimte is worden de maren verbreed en voorzien van natuurvriendelijke oevers, waardoor de capaciteit wordt vergroot. Dat draagt bij aan snelle afvoer van neerslagpieken én aan het opbouwen van waterbuffers voor tijden van droogte.

Misschien geen ‘werkelijk vernieuwend plan’, maar wel een plan dat uitgaat van bestaande kwaliteiten en het Groninger landschap, waarvan we zoveel houden, zich mee laat ontwikkelen met de opgaven van deze tijd.

De andere uitdaging is de zee. De zee waaraan we in Groningen zoveel te danken hebben. We hebben de beste zeekleigronden en zijn wereldleider in pootaardappels. We hebben scheepswerven en rederijen die over de hele wereld varen. Maar door de steeds hogere dijken en het sluiten van de kustlijn houden we de zee volledig buiten de deur en profiteren niet langer van de rijkdom die de zee te bieden heeft. Waar de zee toegang heeft, groeit het land mee met de zeespiegelstijging. Binnen de dijken zakt het land echter steeds dieper door klink, veenoxidatie en gaswinning. 

Rob Roggema legt de vinger op de zere plek en komt met de goede oplossing: het perforeren van de zeedijk. Veel geselecteerde ideeën borduren hierop voort: het gecontroleerd binnenlaten van de zee om het land achter de dijk weer te voorzien van een verse kleilaag. Het goede nieuws: daar zijn we in Groningen al mee begonnen! Er wordt slib ingevangen, gerijpt in kleirijperijen en vervolgens gebruikt voor ophogen van landbouwgronden en de bouw van brede groene dijken. Delfzijl krijgt weer kwelders en we leggen weer dubbele dijken aan. Bijna ongemerkt is de hele kust tussen Nieuwe Statenzijl en de Eemshaven zich aan het ontwikkelen tot een kustzone en wordt de dijk op steeds meer plekken geperforeerd. Juist door het respecteren van de primaire kering gaat dit in goede harmonie, heel anders dan in Zeeland waar het ontpolderen van de Hedwigepolder de verhoudingen op scherp heeft gezet. Ik sluit niet uit dat een stap-voor-stapbenadering met oog voor alle belangen uiteindelijk effectiever is dan het lanceren van ‘werkelijk vernieuwende plannen’, uiteraard met een knipoog naar Noorderbreedte. De ervaringen die we nu opdoen om natuurlijke processen te benutten voor kustveiligheid, kunnen nog wel eens in grote delen van de wereld van pas gaan komen.

Hier vind je alle artikelen over #vrijetoukomst. Ook een mening over hoe we in de toekomst in Groningen met water om moeten gaan? Stuur je mail naar vrijetoukomst@noorderbreedte.nl of tweet met #vrijetoukomst.