Waterschap Noordzijlvest reageert op Rob Roggema’s artikel over water. Hier vind je alle artikelen over #vrijetoukomst.

Waterschap Noorderzijlvest zorgt voor veilige dijken en kades, schoon water, gezuiverd afvalwater en voldoende water in elk seizoen. Dat doen we al heel lang. In al die honderden jaren zorgden we ervoor dat we in één van de gevaarlijkste delta’s van de wereld kunnen leven. Dat moeten we natuurlijk blijven doen. Ons watersysteem, dat reikt van de Waddenkust tot aan de Drentse beekdalen, hebben we in de loop der tijd met allerlei technisch vernuft zó ingericht dat we genoeg water kunnen aanvoeren en vooral ook droge voeten houden. Ook al is dat nog weleens spannend geweest. Wie herinnert zich niet het hoogwater in 1998? Dat was de opmaat voor de realisatie van de waterberging in de Onlanden. Of de evacuatie bij Woltersum in 2012? Hoogwater in het Eemskanaal zorgde destijds bijna voor een dijkdoorbraak.

We bewegen in ons werk voortdurend mee met het veranderende klimaat, bodemdaling en aardbevingen. De oproep van Rob Roggema in zijn #vrijetoukomst-bijdrage om de veerkracht van de natuur juist weer meer in te zetten in het toekomstbestendig maken van het watersysteem is ons uit het hart gegrepen. Het is zonder meer waar dat we de grenzen bereiken van technische oplossingen. Want natuurlijk kán er, met de inzet van steeds meer geld, wat dat betreft nog steeds heel veel. Het is alleen de vraag of we dat nog wíllen. We geloven dat de inzet van natuurlijke waarden veel meer zoden aan de dijk zet om ons veranderende klimaat (mede) het hoofd te bieden. Want over die zoden aan de dijk gesproken: dijken kunnen we niet eeuwig blijven verhogen en verdubbelen. En waar vroeger de nadruk lag op het zo snel mogelijk afvoeren van teveel water, denken we nu veel nadrukkelijker na over het meer en beter vasthouden van water, het aanvoeren van water en het bergen van water. Over de aanvoer van het water moeten we Roggema overigens corrigeren: door landelijke afspraken over het verdelen van zoetwater uit het IJsselmeer is het niet zo dat Groningen aan het eind van de string ligt: ons landsdeel krijgt gewoon de afgesproken hoeveelheden zoet water aangevoerd.

Roggema geeft in zijn ‘toukomstbeeld’ aan dat de herstellende kracht van de zee een oplossing kan bieden voor de vraagstukken in onze kustgebieden. Door de zee in een beperkte breedte toe te laten achter de dijken (natuurlijk beheerst en zonder dat het water tot de dorpen in de kuststrook reikt) zorgt het slib voor de natuurlijke ophoging van de bodem. En zal na een rijpingsproces vruchtbaar zijn. Deze sympathieke gedachte vullen we graag aan: het hangt er maar vanaf wat we met die grond willen, want als het gebied achter de dijk een natuurlijke waarde krijgt kan het met (veel) minder water toe. Als we met z’n allen blijven kiezen voor landbouw in deze regio, moet er óf tot in lengte van dagen zoetwater naar toegebracht worden óf moeten we toe naar de teelt van zouttolerante en/of droogteresistente gewassen. Hoe dan ook: dan is er een flinke inspanning nodig om de ‘sponswerking’ die Roggema noemt te realiseren. Voor ons waterschap is dus de vraag actueel welke scenario’s reëel en het meest robuust uitpakken als we kunnen verwachten dat de extremen in droogte zullen toenemen. Droogte overigens die op de noordelijke kleigronden tot dusver minder vergaande gevolgen heeft dan op de hoger gelegen zandgronden.

Het idee om slib te verwerken op de kleigronden, is overigens niet nieuw. Bij onze buren in het beheergebied van waterschap Hunze en Aa’s staat men op het punt een pilot uit te voeren om slib uit Eems en Dollard op kleigronden aan te brengen. Ook wij zijn razend benieuwd naar de eerste resultaten.

Het (deels) toelaten van en meebewegen met de zee is uiteraard voer voor onderzoek en debat. Er is nog tijd voordat we eventueel zeewater achter de dijk moeten brengen. We nemen al tal van maatregelen in het lopende programma ‘Droge Voeten’ om veilig tegen teveel water te zijn: onze eerste prioriteit. Dat is toereikend tot 2050. 

Dat wat Roggema beschrijft, is één van tenminste vier denkrichtingen (beschermen, meebewegen, terugtrekken en juist zeewaarts gaan) om de zeespiegelstijging (en de positieve en de negatieve consequenties ervan) en de bodemdaling het hoofd te bieden. De oplossingen in ons land zullen, afhankelijk van de kenmerken van elk gebied en elk watersysteem, in combinaties van alle vier deze denkrichtingen liggen. 

Roggema zet in zijn bijdrage in op de vraag hoe we om kunnen gaan met het veranderende klimaat. Dat is terecht: die vraag stellen wij ons elke dag. Er dienen zich enorm veel studies, onderzoeken en mogelijkheden aan om ons in te verdiepen en uiteindelijk keuzes in te maken. Er gaat voor ons nog wel iets heel belangrijks aan vooraf: we hebben in ons land afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord om eerst en vooral de klimaatverandering te temperen door de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Ook het waterschap werkt aan klimaatneutraliteit. En daarnáást aan manieren hoe we met de nu al merkbare veranderingen om kunnen gaan.

Elk van de 21 waterschappen heeft een eigen uniek watersysteem dat ook simpelweg niet zonder dat van de buren kan. Dat betekent dat we logischerwijs in ons werk niet louter kunnen kijken naar wat er in ons eigen gebied nodig is. Het water, de klimaatveranderingen en een scala aan ruimtelijke ontwikkelingen stoppen nu eenmaal niet bij de grens. In alles wat we doen om ons werk toekomstbestendig te maken, moeten we tenminste kijken naar de schaal van Noord Nederland. En naar de belangen van andere overheden, belangengroepen, ondernemers en inwoners.

Het zal geen verbazing wekken dat die belangen bijvoorbeeld gaan spelen in een discussie die al wat langer smeult: het waterschap kan voor de toekomst niet meer in het hele gebied uit de voeten met het aloude adagium ‘peil volgt functie’. We moeten heel goed kijken naar de (gewenste) functie van een gebied en het peilbeheer dat daar, alles afwegend, het beste bij past. Het gaat dan niet meer alleen om het benoemen van elkaars (mogelijk tegengestelde) belangen maar juist om de vraag hoe die elkaar kunnen aanvullen en versterken.

Dat kunnen en willen we echt niet alleen. Want: wij gaan over het water. Onze partneroverheden gaan over andere aspecten over de inrichting van de ruimte die het leven in de delta mogelijk maken. Samen zijn we er voor de mensen. 

Waterschap Noorderzijlvest heeft een goed begin gemaakt met het voeren van het gesprek over die gezamenlijke belangen. Dat mondt uit in een Blauwe Omgevingsvisie waar ons algemeen bestuur zich in november van dit jaar over uitspreekt. Dan stopt het nadenken over het toekomstbestendig maken van ons werk natuurlijk niet. Dan begint het pas. Immers: we zullen dan natuurlijk niet alle antwoorden op brandende vragen hebben. Met deze visie op ons veranderende werk willen we wel de natuurlijke kracht van water stevig agenderen: niet alleen voor de kustregio maar voor het hele, zo diverse, gebied van Noorderzijlvest dat tot diep in Drenthe reikt. 

En: wat goed om te merken dat #vrijetoukomst-denkers in kleinere en grote ideeën over de kracht en mogelijkheden van water meedenken. We gaan er, met oog voor rollen en gezamenlijke belangen en mogelijkheden, graag over in gesprek!

Namens het Dagelijks Bestuur van Waterschap Noorderzijlvest,
Eisse Luitjens en Herman Beerda (portefeuillehouders Blauwe Omgevingsvisie)