Soms denk ik dat ik mezelf ken. Twee jaar geleden rondde ik mijn geneeskundebachelor af en dacht ik arts te willen worden. Een jaar geleden was ik nog nooit echt verliefd geweest. Tien maanden geleden wist ik niet wat Noorderbreedte was. En drie maanden geleden dacht ik dat ik deze zomer naar Argentinië zou reizen.

Nu ben ik tegen de tijd dat deze Noorderbreedte gedrukt is, afgestudeerd filosoof. En terwijl ik dit schrijf, zit ik al veertien dagen in complete isolatie in mijn studentenstudio, zodat ik daarna naar mijn ouders kan zonder de angst hen te besmetten met het coronavirus. De wereld verandert. En onlosmakelijk veranderen wij mee.
Kun je ooit spreken van een eerdere en een latere versie van jezelf? Ben je eerst de ene en daarna de andere? Ik denk het niet. Ik denk dat we altijd vastzitten in een veranderlijke, morfologische tussenvorm. En dat is prima.

Afstand
De afgelopen jaren heb ik mezelf ontwikkeld in van tevoren compleet onvoorspelbare richtingen. Mijn studie filosofie heeft daar absoluut een aandeel in gehad. Als filosoof hoor je alles te bevragen. Je stapt uit de sleur van de dag en neemt afstand. Vanaf daar observeer je. Dat is soms een prettige plek, maar niet altijd. En soms is die weg ook moeilijk terug te bewandelen. Dan blijf je hangen, daar verder weg. Relativerend en beschouwend. Maar juist in de sleur van de dag zijn dingen als ambitie een belangrijke drijfveer. En die drijfveren voel ik niet op afstand en dat mis ik dan.
Niemand zal mij een ‘carrièretijger’ noemen. Ik wil dat ook niet zijn. Ik wil geen doelen stellen die ik misschien niet haal. Of overwerkt raken. Ik wil niet toeleven naar een toekomst die misschien niet komt. Door, door, door. Zonder te ademen. Dat betekent niet dat ik niets wil. Ik wil alleen mijn geluk niet laten afhangen van iets zo onzeker en ver weg als een geslaagde carrière. Wel sta ik nu op dit punt: het begin van mijn werkende leven. Als ik geen grote doelen wil stellen, hoe bepaal ik dan wat de volgende stap is? Ik probeer het dichterbij te zoeken. Wat wil ik doen op een dagelijks niveau? Waar wil ik dat doen? Met wie? En waarom? Het leven bestaat uit dagen. Een leuk leven bestaat dus uit leuke dagen. Ik bedoel daar niet ‘pluk de dag’ mee. Ik bedoel het als een handvat om het leven realistischer te bekijken. Bij elk doel hoort namelijk een dagelijks leven. Dat doel klinkt vaak aantrekkelijk, maar is de realiteit dat ook? Zo had ik jarenlang als duidelijk doel dat ik arts wilde worden. Tot het dichterbij kwam en ik meer en meer besefte wat arts-zijn betekent: lange dagen maken, weinig tijd voor vrienden en familie hebben, werken in een competitieve omgeving. Die dingen passen niet bij mij. En hoewel ik zoveel dingen aan geneeskunde leuk vond en tijdens die drie jaar van de bacheloropleiding geen één keer twijfelde, maakte dit besef het onmogelijk voor mij om door te gaan.
Niet elke dag hoeft leuk te zijn. Op de bank zitten en niets doen, is pas lekker na een druk­ke dag iets-doen. En leuke dagen zijn ook leuk door een eerder gedroomde toekomst. Dus hoewel ik misschien een ander startpunt neem, blijven veel vragen hetzelfde. Wat, wie, waarom, waar? Ik heb geen haast. Ik hoef het niet allemaal nu al te weten. Maar laat ik beginnen met ‘waar’. En misschien levert die waar-vraag wel wat diepers op: vanuit welke fundamentele waarden bepaal ik waar ik heen wil? En misschien kan ik vanuit die waarden, die levensovertuiging, daarna de rest uitvogelen.

In mijn blogs op de website van Noorderbreedte heb ik die grote vraag proberen te beantwoorden. Waar wil ik leven? Wil ik in Noord-Nederland blijven, of wil ik weg?

Levensvormen
Ik heb in de afgelopen maanden veel gesprekken gevoerd over wonen en leven in de drie noordelijke provincies. Vaak vertelden mensen: ‘Ik ben gevlucht uit de Randstad naar hier.’ De rust, ruimte en vrijheid die Noord-Nederland kent, is uniek en dat trekt men­sen aan. Want die vrijheid gaat in je zitten. Net als de hectiek van de Randstad. En wat bij wie resoneert en goed voelt, is volkomen persoonlijk. Voor mij geldt dat ik de vraag ‘Blijft Bente?’ inmiddels met een volmondig ‘Ja, ik blijf!’ kan beantwoorden. Ik was al verliefd op het Noorden. En hoe meer ik ervan ontdekte, hoe meer die liefde groeide. Maar ik heb mijn roze bril ook proberen te toetsen. Dit heb ik gedaan aan de hand van een theorie van sociaal en politiek filosoof Rahel Jaeggi. In 2018 heeft zij het boek Critique of Forms of Life uitgebracht. Levensvormen zijn gedeelde sociale praktijken. Het gaat over groepen mensen die aan elkaar verbonden zijn door een of meer aspecten van hoe ze leven. Die verschillen vaak per demografie, maatschappij en tijd. Denk aan ‘bourgeoisie’, ‘boerenleven’ of juist ‘stadsleven’. Maar dit hoeft niet. Zo heb je ook de levensvorm ‘gezinsleven’: die doorkruist al die afbakeningen. Levensvormen kunnen klein tot alomvattend zijn, maar wat ze in ieder geval zijn, is dynamisch. Net als bij een begrip als ‘cultuur’ is er sprake van een zekere robuustheid en diepgang, maar er is ook per definitie ruimte voor verandering.
Dit onderzoek naar ‘de levensvorm van Noord-Nederland’ heb ik op verschillende manieren uitgevoerd. Voor mijn blogs ben ik op pad gegaan, eerst naar mijn ouders (wat bewoog hen om te verhuizen van de Randstad naar Drenthe?) en daarna naar een kleine dorps­school (zou ik hier mijn kinderen naartoe sturen?). Verder heb ik Noorderbreedte en Studio MARCHA! geholpen met het waardendebat voor Toukomst over de identiteit en toekomst van Groningen.
Als je over een levensvorm wilt praten, moeten de mensen in die groep waarmee je dat doet enige verbintenis tot elkaar voelen. Anders praat je over iets leegs; een collectief waar geen enkel individu zich toe rekent. Eerst twijfelde ik of ik wel mocht praten over de levensvorm ‘Noord-Nederland’. Scheer ik niet iedereen en alle diversiteit over één kam als ik dat doe? Maar in de waardendebatten voor Toukomst leerde ik hoe je op een opener manier over iden­titeit kunt praten: door niet te spreken van de levensvorm, maar een. En een levensvorm die je kunt benoemen is ‘vrij leven’. Vrij in de zin dat iedereen op zijn eigen manier kan leven. Bijvoor­beeld: de sloot opentrekken zodat je een vijver voor je woonkamer hebt, een schuurtje op je erf bouwen of een moestuin maken van dat ene stukje tuin dat je toch niet gebruikte. ‘Vrij leven’ zie ik als een levensvorm met ruimte voor eigen invulling. En juist door die ruimte voor eigenheid in het Noorden denk ik dat iedereen hier een plek kan vinden en zich verbonden kan voelen met die plek.
Dit ‘vrij leven’ is een levensvorm die mij aanspreekt. Wat spreekt jou aan? Welke levensvormen zie jij? Ben je een Fries in hart en nieren met liefde voor de taal en culturele gebruiken? Dan is de levensvorm ‘wonen in Friesland’ waarschijnlijk passend. En zo kun je zo veel prachtige levens­vormen ontdekken in Noord-Nederland: ‘boerenleven’, ‘studeren in Groningen-stad’ of ‘wonen in een klein Drents dorp’. Of je zoekt het in een iets abstractere hoek, zoals mijn ‘vrij leven’, maar je kunt ook denken aan ‘duurzaam leven’ of ‘autonoom leven’.
Praten over levensvormen van Noord-Nederland kan dus, als je het openhoudt. Maar dan, hoe beoordeel je deze? Wanneer is een levensvorm functioneel en waardevol? Volgens Jaeggi doe je dat door te kijken of ze geslaagde leerprocessen mogelijk maken. Als een probleem zich aandient, valt de levensvorm dan uiteen? Of innoveert en verbetert hij? Juist hierdoor, door de noodzaak van innovatief denkvermogen, ben ik optimistisch over hoe Noord-Nederland zal om­gaan met de problemen waar het voor staat. Vindingrijkheid, pionieren en aanpassingsvermogen passen bij het Noorden.

Vrije wind
Ik ken Noord-Nederland nu beter dan een halfjaar geleden. En misschien, onbewust, ook mezelf. Bewust onbewust. Want ik geloof dus niet in een vastgepinde versie van mezelf. Net als levensvormen zijn mensen dynamisch. Onze kern is ontwikkeling. En juist door jezelf te laten meesleuren in de dynamiek van het leven en jezelf niet constant te definiëren, kun je jezelf ontwikkelen en ontdekken.
Velen zijn bang voor verandering. Vaak voelt het alsof er veel foute opties zijn en maar één goede. Of niet eens. Maar ik wil daar niet in geloven. Ik geloof in oneindig veel goede paden. Allemaal anders, maar allemaal prima. Een voor mij makkelijke manier om te toetsen of ik een van deze bewandel, is door de simpele vraag te stellen: ‘Wil ik dat mijn dagelijks leven er zo uitziet?’ Een leven is moeilijk te overzien en doelen kunnen misleidend zijn. Maar dagen visualiseren, dat kunnen we wel.
Ik wil dat er door mijn dagen een vrije wind waait. En waar kan ik dat beter vinden dan hier in het Noorden? Met schone lucht en alle ruimte om je leven eigenzinnig in te richten. Ik wil kunnen rommelen aan mijn huis zonder dat niemand zich daar mee bemoeit. Dat is voor mij een vrijheidsgevoel.
Vrijheid is een groot begrip, vaag misschien. Voor mij betekent het dit: ‘vrij’ is ‘niet vast’. En als dingen niet vaststaan is er ruimte voor dynamiek, ontwikkeling en verandering. En dat is mijn grootste ambitie. Om me altijd te ontwikkelen, op een manier die bij mij past.
Het zijn maar gedachtes. Gedachtes van de huidige versie van mijzelf. Die versie blijft het liefst in Noord-Nederland wonen. •


Dit essay bleek een voorspellende waarde te hebben, Bente blijft! Niet alleen in Noord-Nederland, maar ook bij Noorderbreedte. Lees daar hier meer over.