37.000 hectare nieuw bos in Nederland? Dat wordt lastig
Bestuurlijke moed is daarvoor nodig
Noord-Nederlandse bosambities zijn bescheiden

Rijk aan bomen is het Noorden niet, maar die ene boom aan de horizon is voor het landschap wel betekenisvol. Zo kunnen er in de toekomst nog meer bomen aan de blauwe hemel groeien. Om het tij te keren. Door kap is er minder bos en de overblijvende bossen zijn minder vitaal. Ze hebben te lijden van onder andere stikstofuitstoot en klimaat­veranderingen.

Bij Winschoten zijn dit voorjaar jonge boompjes geplant als bijdrage aan een betere toekomst. Die vormen een klimaatslim bos, omdat ze langdurig CO₂ kunnen opslaan en weerbaar zijn tegen ziektes, plagen en opwarming van de aarde. Het bos staat op het voormalige terrein van machinefabriek Noordned, op de rand van de keileemrug de Garst. Daar groeien nu op drie hectare eiken, beuken, esdoorns, kastanjes en talloze heesters als krent en hazelaar.
Het stadsbos naast het eeuwenoude Maintebos toont hoe het kan met toekomstige bosuitbreiding. De betrokken land­schapsarchitecten van H+N+S beschouwen het als ‘een gereedschapskist voor klimaatslim bosontwerp’. Oftewel: nu al nadenken over wat er over honderd jaar op ons afkomt. Een gevarieerd bos kan zich veel beter wapenen dan een monotoon bos met bijvoorbeeld alleen maar essen.
De van oudsher kale noordelijke provincies kunnen best meer bomen planten. Dat vraagt echter wil en moed: van overheden, landeigenaren, burgers. Een groot bos in open veld is voor menigeen slikken. Op de kleine postzegel die ons land is, is het planologisch lastig om een goede plek te vinden. Veel gemakkelijker wordt het langs wegen, op bedrijventerreinen of aansluitend op bestaande natuurgebieden en bosterreinen.
In het Noorden is ruimte, maar tegelijk zit het landschap vol huidige waarden. En de druk op de beschikbare grond neemt steeds toe. In ons land moeten in 2030 bijvoorbeeld naast 37 duizend hectare extra bossen ook 1 miljoen extra huizen zijn gebouwd. Bovendien mag wat er aan natuur is, niet verdwijnen. Zo stellen de regels voor natuurbescherming. Het offer zal vooral moeten komen uit de landbouw en van grond­bezitters die blij worden van bomen.

Er liggen her en der ongebruikte stukken grond, zoals het tot voor kort met zware metalen, olie en asbest vervuilde ter­rein van de machinefabriek Noordned in Winschoten. Na de ingrijpende bodemsanering wil de gemeente Oldambt het grijze gebied groen inrichten, met rijkssteun uit de klimaatpotten. Zo zijn er veel meer plekken die zonder veel fantasie uitstekend passen in de plannen voor verdere vergroening.

Waarom bomen planten?
• Bos heeft een lange adem.
• Het brengt mensen tot rust, verkoelt en werkt mee aan een betere gezondheid.
• Het voortbestaan van bossen staat onder druk door stikstof en verdroging door klimaatverandering. Dat leidt tot aanzienlijk verlies aan biodiversiteit.
• Meer en vitalere bomen helpen de klimaatverandering te dempen; ze leggen CO₂ vast.
• Bomen fungeren als aankleding van het landschap. De ruilverkaveling heeft ons landschap gestript. Met meer bomen is het landschap mooier en prettiger om in te toeven voor mens en dier.

Snel succes

Maar grote boscomplexen aanleggen is ingewikkeld. Het vraagt veel planologisch werk en is kostbaar. Lange procedures zijn bijvoorbeeld nodig om op een lap grond per­manent bomen te laten groeien. En de economische waarde van een bosperceel is veel lager dan van akkerland of van grond waar huizen of bedrijven op mogen verrijzen.
In de combinatie van functies zitten oplossingen, stelt onderzoeker Martijn Boosten van de Stichting Probos uit Wageningen. Hij adviseert onder andere de provincies Groningen en Fryslân over hun bosvisies. Die zoeken naar snel succes: ‘Het landschap aankleden is dan het gemakkelijkst.’ Denk aan kleine bosjes in het landschap inpassen, dorpsbossen of recreatiebossen vergroten, bossen rond de stad en landschapselementen aanleggen als houtwallen, hagen en erfbeplantingen. Bij de combinaties zie je al vaker een zonne­park met een zoom van laag groeiende bomen en struikgewas.
De provincie Groningen wil de dorpsbossen uitbreiden die in het recente verleden als een soort schaamlap zijn aangelegd. De provincie Fryslân wil het coulissenlandschap versterken, in de Noardfryske Wâlden en ook in moerasbossen om de kwets­bare veengebieden te redden. De provincie Drenthe opteert voor bos en natuur in samenhang met recreatie en toerisme. Ook ziet ze ruimte voor bos in de overgangszones tussen land­bouw en natuur.

Kappen
In Noord-Nederland is in vier jaar het aantal hectares bos met 2.366 teruggelopen. Bijna de helft daarvan verdween uit Drenthe, maar omdat hier relatief veel bos staat, was dat slechts 3 procent van het totaal. Groningen, de minst bosrijke noordelijke provincie, kapte 12 procent van het totaal. In Friesland verdween 2,5 procent. (Cijfers 2013 vergeleken met 2017 door Wageningen Universiteit.)

Vanuit politieke hoek is er niet veel geest­drift om kostbare landbouwgrond te bestemmen voor bosgebied. De noordelijke provincies zien dan ook weinig ruimte voor grootschalige bosaanleg. Waar de provincie Noord-Brabant kansen ziet voor zo’n 8.000 hectare extra bos, blijft de provincie Drenthe steken op 1.500 hectare. De conclusie is nu al dat de ambitie van 37.000 hectare nieuw bos in Nederland een lastige wordt.
Zwaaiend met de Bossenstrategie maakt minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zich hard voor meer bomen. Het is haar menens. Er is urgentie, want met meer bos in het land is het klimaatprobleem deels op te lossen. Bomen slurpen veel kooldioxide uit de lucht. Aanplant van bossen is ook een reactie op de voortdurende houtkap uit het verleden.

Ons land is rijk aan 370.000 hectare bos. De laatste jaren is er 5.400 hectare verloren gegaan. De bomen zijn gerooid, deels om ruimte te maken voor nieuwe natuur, een ander deel vanwege Europese subsidieregels voor met name Groninger en Drentse boeren die op hun akkerbouwgrond 25 jaar bomen lieten groeien. Her en der zijn er bovendien veel essenbossen geruimd vanwege de essentaksterfte.

Wat het Rijk wil: oude wijn in nieuwe zakken

De ambities van de rijksoverheid zijn goed beschouwd oude wijn in nieuwe zakken. Al rond de eeuwwisseling was er het voornemen om in ons land het bosareaal te laten groeien naar 400.000 hectare in 2020. De plannen zijn daarna in een diepe lade beland. Vanaf het moment dat natuurbeheer in 2012 bij het provinciaal bestuur is ondergebracht, is er definitief een rem gezet op het ontwikkelen van nieuwe natuur. De minister is sindsdien voor extra bos afhankelijk van wat provincies kunnen en willen.

Waarom bomen kappen?
Ongeveer de helft van het Nederlandse bos bestaat uit naaldhout. Dat kan gebruikt worden in de bouw (circulair). De naaldbossen worden gedund en omgevormd tot gevarieerde loofbossen. Onder loofbomen is gevarieerdere plantengroei mogelijk en ook zorgen ze voor beter waterbeheer.

Aanmoediging

De in 2019 in het Klimaatakkoord vastgelegde afspraken verplichten de minister tot stappen. De Tweede Kamer zit er boven­dien bovenop en vraagt de minister vaart te maken. De begin dit jaar gelanceerde Bossenstrategie is slechts een schets en tegelijk de aanmoediging voor provin­cies om haast te maken met bosvisies. De provincie Groningen werkt er al langer aan, de provincie Fryslân pas dit jaar na extra aansporingen van de Statenleden. Net als het Drentse komt het Friese provinciebestuur dit najaar met een plan voor meer bos. Het Rijk ziet mogelijkheden voor bosuitbreiding bin­nen het huidige Natuurnetwerk, maar vraagt de andere overheden ook na te denken over kansen voor ‘bomen buiten het bos’, zoals groenere woonwijken en groenere wegen en vaarten.
De vrijblijvendheid lijkt definitief voorbij. In nieuwe woonwijken komen verplicht bomen; ook projectontwikkelaars en gemeenten moeten het bomenbestand laten groeien. Meer dan in het verleden zijn de ontwerpen van gemeenten voor nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen groener.

Bomofiel

Het zal niemand verbazen dat de gemeenten met het kleinste aantal bomen per hectare zijn te vinden in Fryslân en Groningen. Onderzoeksbureau Cobra Groeninzicht van ‘bomofiel in hart en nieren’ Joost Verhagen heeft ook gekeken naar het aantal bomen in steden en dorpen. Dan blijkt dat veel Friese en Groninger gemeenten onder het schamele aantal van tien bomen per hectare zitten. De Zeeuwse gemeente Westvoorne is daarentegen landelijk koploper met in de woonwijken bijna 160 bomen per hectare.
Denken in 10 miljoen extra bomen is heel wat anders dan denken in 37 duizend hectare extra bos. Zo eenvoudig is het tegenwoordig niet om bossen aan te leggen, bevestigt beleidsmedewerker Judith van den Berg van de Drentse Milieufederatie. ‘Er gaat veel tijd verloren. Wat dat betreft kun je beter één groot bos neerzetten.’ In de praktijk vraagt het jaren om ruimtelijk gebied te veranderen in bos. Er is een lang traject van procedures nodig.
‘Met alleen landschapsherstel en dorpsbosjes kom je er niet’, stelt Van den Berg. ‘Het begint met laaghangend fruit, onder andere met kleinschalige initiatieven.’ Ook helpt herstel van oude Drentse landschapselementen zoals houtwallen. De grootschaliger landbouw heeft die vaak als sta in de weg opgeruimd.
Het Plan Boom van de gezamenlijke natuur- en milieufederaties in het land voorziet in een snelle actie voor de komende drie jaar in alle provincies. Er moeten 10 miljoen bomen bijkomen in tuinen, bermen, plantsoenen en parken. Maar ook op bedrijfsterreinen, langs wegen of langs braakliggende stukken grond.

Plan Boom
Terwijl beleidsmakers schrijven, zijn burgers en de natuur- en milieufederaties vast aan de slag gegaan. Met vrijwilligers poten ze 10 miljoen bomen. Aanhaken kan (graag!) op planboom.nl.

‘Voor en door burgers’, legt beleidsmedewerker Arnoud de Vries van de Friese milieufederatie uit. Er is dankzij steun van de Nationale Postcode Loterij 2,25 miljoen euro beschikbaar om bomen te planten. ‘We proberen eenieder te interesseren voor bomen. Burgers om een fruitboom te planten, boeren om een singel om hun erf aan te brengen, ondernemers om hun bedrijf met groen aan te kleden.’
Een mooi voorbeeld is Kimswerd, waar bewoners de handen ineen hebben geslagen voor het dorpsbos. Het noodzakelijke rooien van de populieren was het moment voor de dorpelingen om in actie te komen. Nu is er een divers bos, onder andere met eiken, beuken en fruitbomen. Het is veel toe­gankelijker gemaakt en belangrijk: het beheer en het onderhoud van het bos van Natuurmonumenten is in handen van de dorpsbewoners.

Groen imago

Het geld van de Postcode Loterij is bij lange na niet genoeg om alles betaald te krijgen. ‘Er zijn andere potjes nodig. Soms is er financiering mogelijk door te koppelen aan andere projecten.’ Er is veel rijksgeld beschikbaar voor het terugdringen van de CO₂-uitstoot. Gemeenten nemen ook extra initiatieven om steden en dorpen een groener aanzien te geven.
In de CO₂-opslag zit de sleutel voor de toekomst. Bomen en natuur kunnen een grote bijdrage leveren. Weliswaar is ons land relatief arm aan bomen, maar de 370 duizend hectare bos zijn wel de belangrijkste opslag van CO₂. In onder andere de eeuwenoude eiken zit meer dan de helft van alle kool­stofdioxide. Als het lukt om het bosareaal 10 procent te vergroten, wordt er jaarlijks 0,4 tot 0,8 megaton toegevoegd. Ineens hebben bossen een grote betekenis, waaraan zelfs een prijskaartje kan worden gehangen. Onder andere koolstofcertificaten vormen straks de financiering van bosaanleg.

Grote bedrijven als Shell financieren daarom voor een groen imago groot­schalige bosaanleg in samenwerking met Staatsbosbeheer. ’s Lands grootste bosbeheerder voegt de daad bij het woord door met dit geld binnen tien jaar minstens 5 duizend hectare bomen bij te planten. Het streven is om op 100 duizend hectare bos uit te komen.

En er komt vooral extra bos door de natuur haar gang te laten gaan. De spontane groei van elzen en berken in veen- en moerasgebieden levert ook een bijdrage. Als het waterpeil in sommige polders omhooggaat om het veen te redden, ligt ook een combinatie met houtwallen voor het grijpen. Martijn Boosten van de Stichting Probos ziet perspectief: ‘Laat die bossen maar komen.’

Ambities
Rond het jaar 2000 wilde het Rijk naar 400 duizend hectare bos groeien. Dat is niet gelukt, integendeel. Het bosareaal kromp tot 370 duizend hectare. Na ‘Kyoto’ in 2016 kwam het plan: 100 duizend hectare bos erbij. Minister Schouten houdt het bescheidener: in februari 2020 sprak ze de ambitie uit om in 2030 10 procent meer bos te hebben (37 duizend hectare meer dan nu). Ze komt na de zomer 2020 met een bosstrategie.
Het College van Rijksadviseurs geeft de minister alvast een voorzet hoe ze dat kan halen. Met daarin scherpe ambities zoals honderdduizend kilometer landschapselementen en minstens vijfduizend hectare bos in grote steden. Verder: verbindt de natuurgebieden met elkaar (via de eerder geschrapte robuuste verbindingszones). Leg bufferzones met bos om natuurgebieden, dat beperkt verdroging en stikstofoverlast. Geef boeren een rol in bosbeheer door te combineren met verduurzaming van de landbouw. En geef het goede voorbeeld; overheid vergroen je gebieden en verplicht kopers van grond om bomen te poten.

Voortborduren
Kunstenaar Sara Vrugt borduurt een jaar lang met een grote groep vrijwilligers een nieuw levend woud. Honderdduizend bomen en een bos van draad. Kijk op honderdduizendbomen.nl

Meer lezen over bos en bomen in Noord-Nederland? Duik via dit artikel eens in ons archief.