Wat als, onder druk van mondiale veranderingen in de zuurgraad en temperatuur van de oceanen, de zeehond besluit te vertrekken. Is er dan gefaald en is de Waddenzee de Waddenzee niet meer? Moet dan alles op alles gezet worden om die zeehond terug te krijgen?

Met zeebioloog Wouter van der Heij van de Waddenvereniging gaan we in gesprek over wat de ‘natuur’ in natuurbescherming behelst. Volgens hem laten de huidige natuurdoelen te wensen over, en staat ze verandering op systeemniveau soms in de weg.


We moeten de Waddenzee beschermen, ik denk dat een hoop mensen het daar mee eens zullen zijn. Maar de vraag is welke Waddenzee je beschermt, tot welke natuurwaarden je die reduceert. Wat is daar volgens jou het goede in?

Het is een vraag die al snel ter sprake komt, ook binnen de Waddenvereniging gaat het er vaak over. In internationaal verband wordt bijvoorbeeld gezegd dat 30 procent van de Europese zeeën beschermd moet worden. En dat in een samenhangend netwerk van gebieden. Alleen, waar zit die samenhang in? Kijken we naar het beheer van landnatuur, dan zijn de migratiepatronen van vogels heel belangrijk. Ik ben van mening dat je op zee met vissen hetzelfde kunt doen. De migratiepatronen die vissen jaarlijks of over hun gehele leven vertonen, zijn zo’n bron van coherentie.

Neem de zeeforel. In het project Vissen voor verbinding verbinden we de Waddenzee met het Lauwersmeer en het watersysteem daarachter, tot aan Drenthe aan toe. In Drenthe zetten we jonge zeeforellen uit, in de kiezel- of zandbedden van de smalle beekjes die de Hondsrug af stromen. De vissen slaan de geur van het water op. Nadat ze geboren zijn—we doen net of ze daar geboren worden—zakken ze in hun eerste levensjaar steeds verder af richting het Lauwersmeer waarna ze uiteindelijk de Waddenzee op zwemmen. Een groeispurt van twee of drie jaar later en ze keren terug om zich voort te planten.

De samenhang kan dus zitten in de vismigratie?

Ja. Je weet dan, je hebt paaigebieden nodig, en opgroeigebieden. Je hebt zoet- en zoutwater, en een verbinding tussen de Lauwerszee en de Waddenzee. We weten alleen nog weinig van de vismigratie. Ook op het Wad geldt dat de functie die de zee voor vogels heeft nog steeds de sterkste juridische status geeft voor bescherming of herstel. De beschermde status van mosselbanken is er alleen omdat het vogelvoer is.

Dus ‘de Waddenzee’ betekent in de context van natuurbescherming vaak: de vogels?

We hebben het bijvoorbeeld nooit over dé vogelstand van de Waddenzee, maar over individuele soorten, dat terwijl er wel gesproken wordt van dé visstand. Maar als je je daar in verdiept zijn er verschillende gildes van soorten die de zee op andere manieren gebruiken. Ik vind dat symbool staan voor hoe weinig wij weten van vis. Ik heb het gevoel dat we qua vogels honderd jaar onderzoek achter de rug hebben, voor de onderwaternatuur zijn we net twintig jaar bezig. En voor vis en de Waddenzee pas vijf jaar, misschien tien. Het is nog een onontgonnen terrein.

Om terug te komen op de vraag, wat is volgens jou een goed uitgangspunt voor bescherming en herstel?

Als je je toestaat om heel ver terug te gaan, dan zijn er wetenschappers die op basis van verhalen uit, zeg, 1700, gereconstrueerd hebben hoe rijk de Waddenzee toen was. Walvissen voor de kust, tonijnen in de Zuiderzee. Ook van later zijn er foto’s van hoe men in Wieringen bezig is om spiering op karren te scheppen, om de akkers mee te bemesten. Dat geeft wel aan hoe massaal die intrek van vis was. Het schept een treurig beeld, dat er aan leven zoveel meer was dan nu. Tegenwoordig mag er niet eens voor menselijke consumptie op spiering gevist worden.

Dus de walvis weer voor de kust?

Het heeft helaas niet zoveel zin om dat slag historische beelden te schetsen. De wereld is nu anders. Er is een Afsluitdijk, en sowieso een deltadijk om de hele vastelandskust, dus de connectie tussen zee en kwelders is keihard. De vraag die je mij stelt vat ik op als: hoe ver ga je uit van de bestaande situatie en hoe ver durf je te dromen en radicale voorstellen te doen? Nou, wil je de natuur herstellen in de Waddenzee, dan moet je de Afsluitdijk weghalen of open stellen. Maar dat gaan natuurlijk niet lukken.

Droom eens verder. Wat herstel je precies als je de Afsluitdijk weghaalt?

Als ecoloog kijk je naar de Waddenzee als een overgangsgebied tussen zoet en zout water, onderhevig aan getij. Riviermondingen zijn wereldwijd hoogproductieve gebieden. Er zijn veel voedingsstoffen aanwezig, er is algengroei en er zijn schelpdieren die daarvan profiteren. Er is planktonetende vis, zoals haring en sprot, die op hun beurt weer visetende vogels en roofvissen aantrekken. Haal de Afsluitdijk weg en je maakt een connectie tussen de IJssel en de Waddenzee, je creëert een gigantische zoet-zoutovergang en herstelt de paaimogelijkheden voor de zuiderzeeharing en de spiering. Eigenlijk krijg je de massamigratie die er van oudsher was en we nu nog voor een deel zien terug.

Dus het gaat je niet om het herstellen van een bepaalde periode uit de geschiedenis, in de zin dat er weer walvissen en tonijnen zwemmen…

…je kunt natuurherstel niet op die manier voorspellen. Ik ben zelf heel allergisch om het te hebben over zeepaardjes of dolfijnen. Ik word wel enthousiast over het herstellen van de connectie tussen oude zeearmen met de Waddenzee. Ik pleit altijd voor procesherstel, in plaats van dat je iets gaat afrekenen op het aantal broedpaartjes van een eendensoort.

Waarom allergisch? Wat gebeurt er als je herstel richt op individuele soorten?

Het maakt dat je met oogkleppen op je beheer vormgeeft. Het herstellen van de open verbinding met het Lauwersmeer, net als de Zuiderzee een oude zeearm van de Waddenzee, is een reëlere optie. Als we de Lauwersdijk open zouden maken, wordt de beheerder van het meer onrustig omdat zijn blauwborsten verdwijnen. Maar die zitten eigenlijk op een hele vreemd plek in het watersysteem. De focus op het vogelsoortje zit dan een herstelmaatregel op systeemniveau in de weg.

Het betekent niet dat je niet moet monitoren. Hoe het gaat met een individuele soort als de zeehond kan een goede graadmeter zijn voor de stand van het ecosysteem. En zo zijn er op ieder niveau in het voedselsysteem soorten aan te wijzen die je iets vertellen over de gezondheid van het ecosysteem. Maar je beleidsdoel moet gaan om het hele systeem. Dus het zijn twee verhalen door elkaar heen. Monitoren is goed, zorg dat je de goede indicatorsoorten aanwijst, niet alleen vogels, maar maak de soorten niet je natuurdoel. Het zijn de thermometers voor de gezondheid van het gehele natuursysteem.

Tjesse Riemersma is dit jaar de waddencorrespondent van Noorderbreedte, in samenwerking met de Waddenacademie. Meer lezen van Tjesse? Dat kan hier.