Voor wie de versnelde klimaatverandering aan den lijve wil ondervinden: laat alles liggen en spring net als Kim van Dam op de fiets richting de Onlanden, net onder de rook van Groningen.

Ga, om precies te zijn, naar dat deel van de Onlanden dat tussen de Groningerstraatweg en de Hooiweg ligt. Onlanden-West, zullen we maar zeggen.

Daar, op het laagste punt van het fietspad, vormt zich steeds vroeger in het jaar een grote plas water, een plek waar je maar doorheen moet zien te komen. Even waan je je op safari, geen jeep dit keer, maar met je eigen fiets dwars door het water. Daar zijn natuurlijk prachtige namen voor: doorwaadbare plaats, ‘wadi crossing’ in het Engels, of in fraai oud-Nederlands een voorde.

Voor sommige fietsers is zo’n voorde een verraderlijk obstakel: je kunt daar zomaar midden in die plas stranden, met alle gevolgen van dien. Voor anderen, waaronder ikzelf, is het een kleine tijdreis, terug de kindertijd in. Even flink aanzetten, benen in de lucht, dan houd je het nét een beetje droog. Geen olifanten en buffels hier, maar met een beetje mazzel spot je de Big Five van Noord-Drenthe: zeearend, otter, bever, ree en zilverreiger. Kon minder toch?

En toch wringt het. Hoe leuk het fietsen door de plassen ook is, eigenlijk is dat vele water helemaal niet zo leuk. Want waar een paar jaar geleden alleen na écht harde regen het pad werd afgesloten, lijkt het erop dat het hek ieder jaar vroeger, vaker en langer geplaatst wordt: ‘pas op, wegversperring, u kunt hier niet meer langs door wateroverlast’. Wateroverlast door meer en vaker regen. Klimaatverandering in de praktijk.

Dat het menens is met die klimaatverandering blijkt ook uit het werk dat deze herfst begonnen is om waterberging De Onlanden uit te breiden. Er komen nieuwe stuwen bij de Hooiweg om meer water te kunnen vasthouden, de kades worden opgehoogd, sloten verdwijnen en er komt meer moeras. Alles gericht om die andere dreiging van het nieuwe klimaat – droogte in de zomer – het hoofd te kunnen bieden. Daarvoor moeten we juist langer water vasthouden: het maakt de natuur minder kwetsbaar. De Onlanden als spons, een soort landschappelijke batterij, wederom een mooi staaltje waterbouw en -management waar we in de Nederland in uitblinken.

Toch is het ook goed om even over de grens te kijken, bijvoorbeeld naar COP30, de klimaatbijeenkomst in Brazilië, die net is afgerond. Uiteindelijk ging het daar vooral over aanpassing aan het veranderende klimaat. Superbelangrijk natuurlijk. Het is goed nieuws dat er wereldwijd aandacht is voor het aanpakken van de gevolgen van klimaatverandering. Vooral daar waar men er het minste aan kan doen, en de gevolgen het grootst zijn, op het Afrikaanse continent bijvoorbeeld.

Dat er actie uit de top voortkomt, geeft hoop. We kunnen ons aanpassen, dat is een optimistische boodschap. Maar toch blijft er aan het einde van de top ook een wrange smaak hangen: het mocht niet gaan over het terugdringen van fossiele brandstoffen en het verminderen van de CO₂ uitstoot. Terwijl dat – ondanks al dat waterplezier – natuurlijk de échte opdracht is. Als we daar niet mee aan de slag gaan blijven alle aanpassingen die we doen een typisch gevalletje dweilen met de kraan open. En daar zijn zelfs de Onlanden, de Big Five en alle dappere fietsers uiteindelijk niet tegen opgewassen.

In deze wekelijkse wisselcolumn schrijven Nb-redactieleden ombeurten over wat hen bezighoudt in en om het Noorden.