Dit artikel liever luisteren? Dat kan.

Circulair bouwen, met gebruik van oude materialen, is al sinds het begin van Van Dijks MBO-opleiding bouwkunde een vak. Maar dit studiejaar, haar stagejaar, kreeg het vak echt handen en voeten. De school aan de Voltastraat in Hoogeveen was namelijk een bouwplaats. De vijf vleugels werden deels gesloopt en deels gerenoveerd. Er kwamen 1.500 zonnepanelen en de locatie werd groten­deels aardgasvrij.

Het bijzondere is: het Alfa-college gaf leer­lingen een rol bij de duurzame verbouwing. Volta 2020 was eigenlijk een groot lesproject. Studenten inventariseerden allereerst welke spullen opnieuw gebruikt konden worden en legden dat vast in een materialenpaspoort.
Voor Van Dijk begon het afgelopen september met een bouwtekening van het nieuwe living lab haarverzorging. Er stonden oude kozijnen ingetekend, maar toen ze ging meten bleken de getekende maten niet te kloppen met de werkelijkheid. ‘Ik heb een nieuw ontwerp gemaakt.’
In deel twee van haar stage trok Van Dijk de werkkleren aan. ‘Ik zei tegen de uitvoerder: “Nu ik de tekening heb aangepast, wil ik het lab ook zelf in elkaar zetten.” Dat mocht.’
Voor de entree van de kapsalon voegde ze twee kozijnen samen. Er kwamen twee bestaande nooddeuren in. De student installeerde ook de kozijnen plus het glas in de zijwanden. Tijdens haar stage was ze in dienst van hoofdaannemer HuneBouw. Ze was de enige vrouw op de bouwplaats. Jammer? ‘Zeker niet. Ik zeg altijd: vrouwen kunnen ook krengen zijn.’

Het Alfa-college wil studenten vertrouwd maken met duurzaamheidsdenken, zodat ze later op de werkvloer duurzaamheid ademen. HuneBouw is op dat punt al aardig op de goede weg, merkte de student: ‘Bij al het overtollige materiaal stelt het de vraag: in de container of bewaren? Hout, metaal, plafond­platen – overal zijn aparte bakken voor.’

De student heeft van huis uit al geleerd om zuinig te zijn, uit eerbied voor de omgeving én met het oog op het huishoudboekje. Ze schudt de voorbeelden uit haar mouw. ‘Wij scheiden afval en gaan zo veel mogelijk met de fiets naar de winkel in plaats van met de auto. En als ik kleren heb die ik niet leuk meer vind of die me niet meer passen, vraag ik aan mijn moeder en zusje of zij ze willen hebben.’ Zo niet, dan gaan ze in een kledingbak. Is er te veel gekookt, dan bellen ze opa en oma, die vlakbij wonen, met de vraag of zij nog moeten eten. Andersom delen opa en oma hun gerechten ook met hen. ‘Zonde om weg te gooien.’
Stoken gaat bij Van Dijk thuis ook met beleid. ‘Sommige mensen hebben de verwarming wel op 21 staan. Bij ons komt die niet hoger dan 19,5. ’s Morgens zijn we allemaal weg, de verwarming gaat pas aan als er iemand thuis­komt.’

Terug naar de schoolkapsalon. Groene kapsalon heet die. Want de opleiding haar­verzorging vond een nieuw onderkomen hét moment om over te stappen op milieuvrien­delijke haarverzorgingsproducten. Van Dijk zal niet gauw plaatsnemen voor de spiegels van de Groene kapsalon, bekent ze. Ze laat het bij tekenen, schroeven, zagen en timmeren. ‘Ik ga bijna nooit naar de kapper. Eens in de twee jaar dooie puntjes eraf, beetje model knippen en dan gaat het weer in een staartje.’