De Onlanden, een nieuw natuurgebied ten zuidwesten van de stad Groningen, aangelegd om te zorgen dat de stad droge voeten houdt. Een nuttig streven: natuur combineren met water als buffer en opslag. Heel Nederlands ook. Cultuurlandschap makers ten top. Ik woon sinds kort dichtbij De Onlanden en wandel er vaak. Het is een bijzonder gebied waar ik regelmatig vogelspotters tref die daar met gelukkige gezichten rondlopen. Men zegt dat de diversiteit aangeeft dat die nieuwe natuur geslaagd is, er zijn zelfs een otter en bever gespot. Mijn eigen hoogtepunt was een vos, de ongeveer 50 meter voor mij de weg overstak. Ook zie ik daar lepelaars, die al foeragerend de ondiepe wateren afspeuren naar voedsel. 

Als je er loopt kun je nog goed het oude (ook cultuur-)landschap (de akkers e.a.) herkennen. Omdat het een gebied is met als één van de doelen een waterbuffer ligt er een dijkje omheen. Een duidelijke scheiding dus. Maar hoe het precies in elkaar steekt weet ik niet, ik moet het doen met mijn observaties. De recent verschenen publicatie Transities in het landschap van Maarten Ridderbos (januari 2021 bij uitgeverij Gopher) geeft uitgebreide informatie over dit gebied (o.a.) wat ik mede daardoor steeds beter leer kennen. Het geeft niet alleen inzicht in de transitie op zichzelf, maar beschrijft ook de ruimtelijke impact, het historische verband (zowel geologisch als historisch geografisch) en de consequenties voor natuur, milieu en biodiversiteit. Het boek brengt diverse transities in beeld, sommige waar decennia ’s over gedaan zijn, maar het kan ook snel gaan en een kwestie van jaren beslaan. Daardoor ontstaat er weerstand of herkennen mensen het landschap van hun jeugd niet meer, ook dit soort processen worden beschreven. 

De 398 pagina’s tellende publicatie behandelt stedelijke gebieden (nationaal en internationaal), landelijke gebieden en de gebieden waar stad en land samen komen (voornamelijk nationaal). Je merkt dat juist die raakvlakken tussen natuur, landschap, landschapsarchitectuur, stedenbouw en architectuur de auteur boeien. Daar wringt het soms ook een beetje en dat is in sommige gevallen goed gevat, geanalyseerd en opgeschreven. 

De omschakeling van fossiele energie en duurzame energie en de zichtbaarheid in het landschap van deze transitie wordt niet (uitvoerig) beschreven, daarover heeft de auteur al een eerdere publicatie gewijd in 2014. Toch was ik daar ook wel benieuwd naar aangezien het zo’n groot vraagstuk is van deze tijd en er inmiddels alweer 6 jaren zijn verstreken tussen de publicaties. Met name of er al voorbeelden te noemen zijn waar de transitie in het landschap tot tevredenheid is van alle betrokkenen. En wat is daarvan de sleutel tot succes?  

Thema’s als klimaatadaptatie zijn wel onderdeel van een groot aantal transities en ook opgenomen in deze uitgave (o.a. kustverdediging als klimaatadaptatie). Wat dat illustreert is dat het thema ruimte voor water als buffer en natuurontwikkeling, onderdeel van het hoofdstuk landelijke gebieden, de meeste subhoofdstukken bevat. Water, landschap en Nederland blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar misschien is het ook gewoon toeval of voorkeur van de auteur, uit de inleidende tekst bij dit hoofdstuk wordt dat niet duidelijk. De beschreven projecten in dit thema bevinden zich – op één na de Hedwigepolder in Zeeuws Vlaanderen – in Nederland. 

Publieke discussies, het debat, militaire doeleinden en andere interessante invalshoeken komen ook aan bod in dit werk.  Het is een heerlijk boek om doorheen te struinen, met ook grote internationaal bekende projecten zoals Emscherpark (Ruhrgebied in Duitsland), Hafencity Hamburg en Glasholder Parc near King’s Cross (London). Naast De Onlanden worden andere transities zoals Landgoed de Schipborg en Nationaal landschap Drentsche Aa als noordelijke voorbeelden besproken. Er staan ook veel kaarten, foto’s en visualisaties in. Het grote gemis bij dit boek is dat de meeste afbeeldingen in zwart-wit zijn, daarmee mis je net de ondersteunende essentie in beeld bij de analyses.