De vraag naar eerlijke, transparante   en regionale producten neemt toe
We moeten naar een nieuw economisch denken waarin brede welvaart centraal staat
Uitschakelen van tussenpartijen scheelt kosten en maakt de keten begrijpelijk voor de eindgebruiker

Laten we beginnen met een klein gedachtenexperiment. Wat zou goedkoper zijn, een wollen trui van wol van schapen uit Noord-Nederland? Of een trui van wol uit bijvoorbeeld Nieuw-Zeeland?

Met je boerenverstand voel je aan dat het eerste goedkoper zou moeten zijn, al is het maar vanwege het transport. In de praktijk blijkt vaak dat dit soort producten juist van ver komt. Dat moet anders kunnen! Als reactie hierop zien we een trend ontstaan naar een alternatief: de korte keten.
De corona-crisis heeft hier een versnelling veroorzaakt. Van de groei van boerderijwinkels en lokale energiecoöperaties, via initiatieven als Herenboeren, lokale voedselplatforms als Boerschappen en Streek­boer, tot aan de massale verkoop van Support your Locals-pakketten. Veel consumenten hebben het afgelopen jaar regionale leveranciers herontdekt.
Maar ook vóór corona was de korte keten al in opkomst. Bedrijven zoeken direct contact met producenten, willen meer controle over en inzicht in de keten, en investeren in de relatie met de producent of boer. En niet voor niets: consumenten willen weten waar hun producten vandaan komen, onder welke omstandigheden deze gemaakt zijn en of er geen misstanden aan verbonden zijn. De roep om eerlijke, transparante en regionale producten neemt alsmaar toe. Dit is ook te merken aan de groei en ontwikkeling van Impact Noord als ondernemersvereniging die werkt aan systeemverandering.
De wens om ons productiesysteem simpeler en dichterbij te organiseren, is een reactie op de modernisering en globalisering die na de Tweede Wereldoorlog is ingezet. Productieketens zijn langer en complexer dan ooit, en zijn zo ingewikkeld geworden dat geen enkele stakeholder meer het volledige overzicht heeft. Een treffend voorbeeld hiervan is het bekende chocolademerk Tony’s Chocolonely dat nog steeds in de eigen productieketen niet met honderd procent zekerheid kan zeggen waar alle ingrediënten vandaan komen en onder welke omstandigheden deze gemaakt zijn. Dit ondanks vijftien jaar volhardende inspanning.

De pandemie toonde ons de zwaktes van onze mondiale dwaasheid

De productienetwerken waarin veel van onze consumentenproducten gemaakt worden, zijn inmiddels onderdeel van een wereldwijd systeem. Producten worden op grote schaal gemaakt, waarbij sterk gespecialiseerde bedrijven één onderdeel of ingrediënt in bulk leveren voor de productie. Deze manier van werken heeft in het verleden voordelen gebracht voor consumenten en producenten. We zien inmiddels echter ook de nadelen van dit systeem, dat door zijn perverse prikkels tot sociaal-maatschappelijke spanningen leidt en druk zet op ons milieu in de vorm van vervuiling en uitputting. Het is hoog tijd dat we het roer omgooien. Juist dit soort negatieve effecten willen impactondernemers systematisch uitbannen.

Groeiverslaving

Dat het systeem hapert zagen we het afgelopen corona-jaar extra goed door lege schappen in de supermarkten, vrachtschepen die vastliepen in het Suezkanaal of stokkende productie van vaccins. De pandemie toonde ons de zwaktes van ons mondiale productiesysteem.
Als je er van een afstand naar kijkt, zou je het ook dwaasheden kunnen noemen: waarom slepen we grondstoffen de hele wereld over om stukje bij beetje producten samen te stellen? Waarom verdient de supermarkt meer aan een pak koffie dan de koffieboer die de plantage beheert? Hoe is het mogelijk dat we van een simpele maaltijd niet meer weten waar alle ingrediënten gemaakt zijn?
De drang naar efficiëntie, opschaling en specialisatie wordt aangejaagd door onze verslaving aan economische groei. We zien steeds beter dat deze grote negatieve gevolgen heeft. Ten eerste een stijgend verbruik van onze natuurlijke hulpbronnen, zoals grondstoffen, water en schone lucht, met als gevolg toenemende druk op het klimaat en de biodiversiteit. Ten tweede vraagt groei om een toenemende productie tegen zo laag mogelijke kosten. Dat de druk op mensen om productiever te worden toeneemt, merken we in ons eigen land vooral aan de stijging van oververmoeidheid en burn-outs. Waar we minder zicht op hebben, of wat we in ieder geval minder beleven, is dat ons productiewerk grotendeels naar lageloonlanden is verplaatst, met groeiende ongelijkheid en sociaal onrecht als gevolg. Maar deze sociale, maatschappelijke en ecologische kosten worden niet meegerekend, omdat ons huidige economische model dat niet vraagt. Dwaas toch? Als impactondernemers willen wij dat dit verandert.

Betekeniseconomie

De vraag naar kortere ketens is een onderdeel van een grotere beweging: die naar een nieuw economisch denken waarin brede welvaart centraal staat. Deze beweging wordt ook wel de betekeniseconomie genoemd. Het is de overgang naar een economisch stelsel waarin we niet alleen oog hebben voor financiële waarde, maar ook voor de sociale, maatschappelijke en ecologische bijdragen (of kosten) die een productieproces kan (op)leveren.

Waar ons huidige economische model zoekt naar de maximale financiële opbrengst tegen de laagste financiële kosten, zoekt het nieuwe economische model naar de maximale financiële, sociale én ecologische meerwaarde tegen de laagst mogelijke financiële, sociale en ecologische kosten. Dit is een fundamenteel ander economisch model dan wat we nu hanteren. Nu worden ‘externe kosten’, zoals die van ongelijkheid, transport, vervuiling, armoede of verlies van biodiversiteit immers niet meegerekend. De ‘ware kosten’ van het product zitten niet versleuteld in de prijs.
Stel nu dat we deze kosten wel meerekenen. In plaats van zoeken naar het meeste waar voor zijn geld, zoekt de markt dan naar producten die ook een bijdrage leveren aan de maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. In andere woorden: in plaats van wol uit Nieuw-Zeeland te halen, is het opeens een stuk wijzer om die lokaal te verkrijgen.
Het mooie is dat dit al gebeurt. Korte ketens léveren al toegevoegde waarde voor consumenten en producenten. Dit uit zich niet per se op financieel vlak, maar wel op andere terreinen: minder ongelijkheid, minder macht voor multinationals, meer transparantie en betere verdiensten voor de ketenpartners. Allemaal onderdelen die meespelen in de nieuwe economie die om brede welvaart draait. De economie waar wij als impactondernemers al volop mee bezig zijn.

Korter: hoe dan?

Impactondernemers werken aan de transitie van onze huidige economie naar een systeem waarin brede welvaart centraal staat. De opkomst van korte ketens is onderdeel van deze economische verandering. Een korte keten betekent niet per se dat de fysieke afstand tussen de bron en de consument kort hoeft te zijn. Het gaat ook over de mentale afstand die een consument ervaart. Dat een product letterlijk van dichtbij komt zoals bij Herenboeren of Streek­boer versterkt de waarde maar is niet altijd mogelijk of noodzakelijk. Consumenten snappen prima dat bepaalde producten zoals cacao of sinaasappels niet in Nederland groeien.
Waar een product niet dicht bij huis geproduceerd kan worden, kan toch de keten verkort worden, vooral door tussenpartijen uit te schakelen en de keten inzichtelijk te maken. Dat kan bijvoorbeeld door direct in te kopen bij boerencoöperaties, waarbij het helder en bewijsbaar is voor de consument waar het product vandaan komt en wie het heeft gemaakt. Als je daarbij kiest voor duurzaamheid en transparantie in het transport en productie hier in Nederland, voegt het product op meer vlakken waarde toe dan alleen financieel. Zo worden producten onderscheidend en kunnen ze ook tegen een meerwaarde afgezet worden.

Een voorbeeld hiervan is het zeilschip de Tres Hombres, dat producten als cacao, rietsuiker en koffie inkoopt bij boerencoöperaties in Zuid-Amerika, die emissievrij vervoert over de oceaan en afzet bij verwerkers zoals Chocolatemakers hier in Nederland. Het zeilschip is voor consumenten zelfs live te volgen tijdens de oversteek van de oceaan. Ook al duurt het transport langer, als hier rekening mee wordt gehouden is het productieproces net zo continu en stabiel als in het huidige just in time delivery-systeem. Consumenten waarderen deze producten letterlijk met meer waarde. Dus laten we dit vooral méér gaan doen.
LocalTea-oprichter Johan Jansen had als doel de keten te verkorten van thee. Het lukte hem in acht jaar tijd om de theeplant te cultiveren voor het Nederlandse klimaat. Van deze plant kunnen ze in Zunderen (Brabant) nu alle soorten thee maken die we gewend zijn. In één klap wordt de gigantische uitstoot die normaal gekoppeld is aan het vervoer van thee – bijna altijd geteeld in Azië – teruggebracht tot een paar procent. Dat levert een enorme besparing van 95 procent op in de uitstoot van CO2. De keten wordt bovendien een stuk eerlijker, want LocalTea levert zelf direct aan de winkels, in plaats van via allerlei tussenhandelaren, distributeurs en transporteurs. Deze nieuwe manier van produceren bespaart 99 procent aan water en energie, becijferde de Universiteit van Amsterdam. Dát is een prachtig voorbeeld van impactondernemen. Door op deze manier thee te produceren verandert het bedrijf meer dan het eigen bedrijfsmodel: het werkt aan een grotere transitie.

Systeemverandering

Ketenverkorting heeft verschillende kanten. Enerzijds proberen we in het productieproces het aantal (tussen)partijen te verminderen. Ook vanuit efficiëntie-overwegingen kan dit nuttig zijn: minder partijen betekent simpelweg minder kosten. We zien de opkomst van modellen waarbij (groepen) bedrijven – bijvoorbeeld via platformen – direct aan de consument gaan verkopen, soms als reactie op de marktmacht van de grote tussenpartijen zoals supermarkten. Denk hierbij aan Streek­boer, Herenboeren of lokale energiecoöperaties zoals Energie VanOns of Grunneger Power. Tussenpartijen uitschakelen scheelt kosten én maakt de keten begrijpelijk voor de eindgebruiker.

De tijd is rijp voor een nieuw economisch systeem

Anderzijds proberen bedrijven soms primair de keten transparanter en eerlijker te maken: we willen weten waar een product vandaan komt, wie het gemaakt heeft, en we willen zorgen dat iedere partij in de keten waarde – in de brede zin van het woord – kan onttrekken aan de keten. Dit kan financiële waarde zijn, maar ook een andere invulling krijgen zoals betere gezondheid, minder ongelijkheid of scholing voor kinderen. Dit wordt vergemakkelijkt als er minder partijen zoals verwerkers, handelshuizen en tussenhandelaren zitten tussen de producent en de consument. Dit zien we bij bedrijven zoals Moyee Coffee, Tony’s Chocolonely of het Groningse Koffiestation.
Een derde weg is die van de gebiedscoöperaties, die door het bundelen van kleinere bedrijven toch de concurrentie kunnen aangaan met het grootbedrijf. Zo werken in de gebiedscoöperatie Westerkwartier bedrijven samen om lokaal vlees te leveren aan het UMCG, waar dat eerder elders grootschalig uit Europa werd ingekocht, met alle trans­port en CO2-uitstoot van dien. Of neem de lokale Coop in Drenthe die steeds meer ruimte in de schappen maakt voor lokale producten die ze actief inkoopt bij gebiedscoöperaties. Zo komt het regionale product weer terug in de schappen. Een ontwikkeling die eigenlijk heel logisch is en een stuk minder dwaas lijkt dan wat er nu soms gebeurt. Zo speelt ketenverkorting dus een belangrijke rol in de transitie naar een eerlijker economisch systeem.
Als de huidige crisis iets laat zien, is het wel dat de tijd rijp is voor een nieuw economisch systeem. Een systeem waarin we meer missiegedreven ondernemen en beleid maken, om de grote uitdagingen die we hebben, zoals klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en groeiende ongelijkheid, aan te kunnen gaan. Op naar de impacteconomie!
En dan wordt straks die heerlijke wollen trui toch weer gemaakt van lokale wol, geweven door inclusieve weverijen, met ‘echte winst’ voor Noord-Nederland op het vlak van een inclusieve arbeidsmarkt, groeiende biodiversiteit en een schonere leefomgeving.

Jan Willem Wennekes is ondernemer en filosoof. Als directeur van Impact Noord verenigt hij impactondernemingen: bedrijven die maatschappelijke en ecologische transities versnellen.