Het was de boekhouder die hem adviseerde niet zo lang te wachten. Dus heeft Piet zijn biologische landbouwbedrijf nu reeds, samen met Angela. Hij leerde haar vijftien jaar geleden via een datingsite kennen, waarna zij Amsterdam al gauw verruilde voor Loppersum.

In 2017 splitste Piet Glas zich af van de familiemaatschap. Aan de ene kant van het spoor boeren zijn broer en zus gangbaar. Op boerderij Eikemaheert, aan de andere kant, doen Piet en Angela zonder chemie, kunstmest en bodembewerking in akkerbouw, kippen en fruit.

Dat fruit, hoofdzakelijk appels, is een nieuwe passie van Glas. Hij wordt vrolijk van de tastbare oogst van mooie, smakelijke vruchten. En het werk in de boomgaard met vijfduizend bomen verveelt geen moment. ‘Je bent individueel bezig met die boompjes, en met elk appeltje persoonlijk, maar je moet ook het geheel bekijken. De werkzaamheden zijn afwisselend: meeldauwtakjes afknippen, aanbinden, appels plukken, noem maar op. En fysiek is het werk niet enorm zwaar.’

De droom van Piet en Angela is er niet een van louter romantiek en idealisme. Economische overwegingen bepalen de koers veel meer. De bank wreef hun meteen al het belang van de kassa in. ‘Hoeveel verdiencapaciteit er in de boerderij zat? Twee keer een modaal inkomen was de voorwaarde om ons te financieren. We moesten per jaar twee keer 36 duizend euro privé kunnen onttrekken aan het bedrijf. Waarom? Zeg het maar. Ik weet het niet. Nou, dat vonden we onzin.’

Glas vervolgt, met een grijns: ‘Toen hebben we Angela’s moeder om een lening gevraagd. Mijn schoonmoeder van 88 is onze bankdirecteur. Zij vindt alles prachtig wat we doen, stelt geen eisen en we betalen haar keurig de aflossing plus rente.’

Hoewel ze bij lange na geen 72 duizend euro per jaar nodig hebben, willen de twee wel kunnen leven van de zaak. ‘Al is het maar uit eergevoel.’ Dat oogmerk staat op gespannen voet met hun sympathie voor lokaal en kleinschalig telen en fokken, en voor de korte keten. Neem de appels. De allereerste oogst leverde vorig jaar al 15 duizend kilo op. Appels en appelsap verkochten ze deels op het erf, maar een groot deel ging naar verkooppunten in de regio en naar een groothandel. Alles in eigen hand houden, was gewoon niet haalbaar, zegt Glas. ‘Hoe leuk en inspirerend huisverkoop ook is, met al die aanloop, het is toch ook een gedoe. Je moet bijvoorbeeld altijd thuis zijn en altijd bereid een praatje te maken.’

Met de kippen idem dito. Maandelijks slachten en plukken Glas en Angela er een stuk of wat zelf voor liefhebbers, maar de meeste vogels komen via verwerkingsbedrijf KemperKip in de Achterhoek bij de consument terecht. ‘Als we van honderd kippen per maand konden bestaan, zouden we het direct doen’, aldus Piet. In zijn biologische stal heeft hij er vierduizend.

‘Hoeveel van wat we produceren moeten we zelf vermarkten, hoeveel moeten we afzetten via de groothandel, voor een slechtere prijs? Op dat koord dansen we.’ Voor de Lopster boer is het wel duidelijk: als korte ketens gepresenteerd worden als oplossing voor de Nederlandse boer, kun je het schudden. Wij kunnen in Nederland niet zonder groothandel.