Droge zomers en natte winters zijn een toenemend probleem. Als het aan landschapsarchitect Yttje Feddes ligt, is dit in 2121 niet meer het geval: dan gebruiken we het land als spons.

Toen ik landschapsarchitectuur ging studeren, leerde ik het Nederlandse landschap begrijpen vanuit zijn verleden. De invloed van de ijstijden op het ontstaan van stuwwallen, de middeleeuwse ontginning van de veengebieden, hoe er met schapenmest langzaam vruchtbare akkers gemaakt zijn op de zand­gronden. Door die wisselwerking tussen de verschillende bodemsoorten en de manier waarop bewoners die grond gebruikten, ontstond de unieke verscheidenheid van het Nederlandse landschap.

Maar, zo leerden we ook in Wageningen, sinds de uitvinding van kunstmest en het stoomgemaal kunnen we de omstandigheden naar onze hand zetten. Zo zou je de inzet van de landinrichting van de twintigste eeuw dan ook kunnen typeren: zo veel mogelijk dezelfde condities maken en controle krijgen over het waterbeheer en de productieomstandigheden voor de landbouw. Bij die veranderingen is het bestaande landschap globaal genomen wel de basis geweest, maar dat was een keuze en geen technische noodzaak.
Nu, in de eenentwintigste eeuw, begint het perspectief dat ‘alles overal kan’ te kantelen. Want er komen omstandigheden aan die we niet meer kunnen beheersen; we kunnen ons hooguit aanpassen en proberen erger te voorkomen. Door de temperatuurstijging stijgt de zeespiegel onrustbarend en verandert ook onze gematigde klimaatzone. Meer regen in de winter kunnen we nog wel de baas, maar wat is het antwoord op de droogte in de zomer? En naast deze technische kwesties schudden de sluipende processen van verlies aan biodiversiteit en de uitputting van grondstoffen aan de grondvesten van het Nederlandse planningssysteem, dat altijd gewend was oplossingen te vinden voor kwantitatieve programma’s, zoals aantallen woningen of hectares natuurgebied.

Proeftuin Groningen

Hoe kunnen we in de onzekere omstandigheden van een dreigende klimaatramp een koers bepalen voor het landschap en de stad van de toekomst? Die vraag stond centraal in de ontwerpmanifestatie Act & Adapt, die in 2020 plaatsvond op initiatief van de gemeente en provincie Groningen en waar ik samen met Peter Veenstra curator van was. Vier Nederlandse en vier internationale ontwerpbureaus schetsten een toekomstbeeld met een tijdshorizon van honderd jaar. Ieder ontwerpbureau werkte aan specifieke locaties, vier in de stad en vier in het landelijk gebied, in dialoog met bewoners en gebruikers.
Als uitgangspunt voor deze verkenning kozen we de verscheidenheid van de historische bodemkundige landschappen. Op een uitsnede van pakweg vijftig kilometer vind je het hele Nederlandse palet aan bodem en reliëf. De hoge zandgronden van de Hondsrug met de stad Groningen op het uiteinde. Het Hunzedal met de veenbodems. De lage zeekleigebieden langs het Reitdiep en de hoge jonge zeeklei van het Hoge Land. De Waddenzee met zijn geulen en platen. En de schorren, duinen en het zandstrand van het eiland Schiermonnikoog. Dat maakt Groningen en ommeland tot een ideale proeftuin om alle opgaven voor klimaatadaptatie en systeemverandering te testen.

Waterbatterij – Links vooraan het Zuidlaardermeer, Foto Bureau B+B

2121

Wat zien we, als we een reis door het Groninger landschap van de toekomst maken?
In 2121 is het peil van de Noordzee hoe dan ook gestegen; minstens tachtig centimeter en misschien wel anderhalve meter. Maar het eiland Schiermonnikoog ligt er nog. Het kan die hogere golven wel trotseren dankzij dynamische zandsuppleties in de duinen aan de Noordzee-zijde en een brede zone aan de kant van de Waddenzee. Het grootste probleem voor Schiermonnikoog is niet het zoute water buitenhouden, maar het zoete water vasthouden. De duinverhoging helpt daaraan mee doordat onder hogere duinen een grotere zoetwaterbel kan worden vastgehouden, ondanks de toenemende druk van het zout van de stijgende zee. Dat is essentieel, omdat Schiermonnikoog voor zijn eigen drinkwater moet zorgen.
Naast drinkwater is er ook voldoende zoetwater nodig voor de landbouw. De boeren kennen nu al het probleem van droogte en dat zal alleen maar erger worden. Bureau Lama ontwierp een nieuwe inrichting voor de polder zodat het regenwater zo lang mogelijk op het eiland wordt vastgehouden en Schiermonnikoog in zijn eigen voedsel kan voorzien. Zelfs het gezuiverde rioolwater wordt opnieuw gebruikt. De toekomstige kracht van Schier zit in zelfvoorzienendheid, ook op het gebied van energie, en in het slim inspelen op de krachten van het natuurlijk systeem.
Ook het peil van de oostelijke Waddenzee is over honderd jaar gestegen. Strategisch geplaatste oesterriffen helpen om het zand op de platen van het intergetijde-gebied vast te houden. De Waddendijk ligt nog steeds op zijn plek, maar is niet meer die ongenaakbare grens tussen Waddennatuur en pootaardappelen. In de visie van bureau Flux wordt de hele kustzone aan beide zijden van de dijk een hoogproductieve menging van voedselproductie en natuur. De diversiteit aan natuurlijke condities is de basis voor divers gebruik. Zo kan op de brede opgeslibde natuurkwelder die beschermt tegen de zee ook jongvee grazen of kunnen er schelpdieren worden geoogst. Binnendijks wordt op de lage plekken die verzilten geëxperimenteerd met zilte teelten. Akkerbouwers en veehouders werken samen om kringlopen op lokaal niveau te sluiten. Daardoor kan De Eetbare Kust het hele jaar door Noord-Nederland van een gevarieerd menu voorzien: van aardappel tot kokkel, van zeekraal tot mosterd en van snijbiet tot spiering.
De vroegere kreken en zeearmen, die nu nog als verstilde relicten in het landschap liggen, krijgen langs de hele Waddenkust opnieuw expressie en dynamiek. Die dynamiek is zout in het Lauwersmeer, als onderdeel van de veerkrachtige Waddenkust, en zoet in het Reit­diep en de maren van het Hoge Land. Door hier in het natte seizoen regenwater te bergen, ontstaat er een waterbuffer voor de land­bouw, een verbinding voor trekvis vanuit de Waddenzee en zones met natte natuur langs de oevers. Bureau More Landscape ontdekte dat het Reitdiep rechtstreeks op de Drentse Aa kan worden aangesloten en zo een zelfvoorzienend watersysteem wordt van bron naar zee. Een fijnmazige slotenpatroon versterkt de schoonheid van het historische wierdenlandschap en drukt het zoute grond­water naar beneden.

Waterbatterij, Afbeelding Bureau B+B

De waarde van de hoge zandgronden van het Drents Plateau als zoetwaterbron kan niet worden overschat. Daardoor kan er in 2021 nog steeds voedsel worden verbouwd in de kleipolders langs het Reitdiep, en kan worden voorzien in de toenemende vraag van drinkwater van de stad Groningen. Bureau B+B dook diep in de werking van de onder­grond en ontwierp het Hunzedal als een waterbatterij, die wordt opgeladen vanuit de Hondsrug. Door de capaciteit van deze ‘batterij’ is er genoeg drinkwater voor de stad, landbouwwater voor de Veenkoloniën en een hoge grondwaterstand voor veengroei in de Hunzevallei. De Hunzevallei wordt een prachtig langgerekt wetland, toegankelijk voor wandelaars vanuit de omringende dorpen en steden.
De Groningse binnenstad is met het landschap verbonden door haar stadsassen, die elk een eigen kleur hebben gekregen. De Hondsrug is veranderd in een woonbos volgens ontwerp van Agence Ter, om de toenemende hitte in de zomer te verkoelen en om maximale infiltratie van het water in de zandgrond mogelijk te maken. De oostelijke as langs het Damsterdiep wordt een groene verbinding van de stad naar de Hunze en het Eemskanaal. Bureau Tredje Natur ontwierp hier het bedrijventerrein Driebond. Dat is én groener én dichter bebouwd én energieproducerend. In een lagune langs het kanaal wordt het water gezuiverd. De Suikeras is door bureau West 8 letterlijk tot een hub tussen stad en ommeland gemaakt omdat hier de streekproducten worden verhandeld, op een plek waar bezoekers hun auto achterlaten en te fiets of per boot verder de stad ingaan. Vermindering van autoverkeer in de stad maakt bovendien ruimte vrij voor water en groen.

DE HONDSRUG IS VERANDERD IN EEN WOONBOS

Het einddoel van onze reis is natuurlijk de historische binnenstad, die door bureau List is verrijkt met tientallen nieuwe watermonumenten waarin ’s winters het regen­water wordt opgevangen als verkoeling en reservoir voor de droge zomers.

De route

Een eeuw vooruitkijken is een lang perspectief, zeker in het licht van alle onzekerheden. Toch ontvouwt zich door onze toekomstreis vanaf de Noordzee tot aan de stad Groningen wel een soort routekaart, een agenda waarop de regio zou kunnen koersen.
Op de eerste plaats: begin bij de bodemkundige verschillen van het landschap. Gebruik de bodem als een spons. Wees zuinig op de zoetwatervoorraad onder de duinen en in het Drents Plateau. Teken water niet in één tint blauw, maar denk na over verschillen in waterkwaliteit en kansen van verschillende watersystemen. Zie klimaatadaptatie niet alleen als aanpassing aan een veranderend klimaat, maar ook als drijfveer voor systeemverandering.
Die verandering gaat in de stad over vertragen in plaats van versnellen. Het primaat van de auto is verleden tijd. We moeten ook de twintigste-eeuwse tegenstellingen herzien tussen landbouw en natuur, en tussen natuur en techniek. Want kringlopen sluiten in de landbouw op regionaal schaalniveau geeft veel minder milieubelasting. Natuurinclusieve oplossingen kunnen het verlies aan biodiversiteit keren, in de stad en in het landelijk gebied.
Het gaat niet meer om een keuze, het gaat om de noodzaak de condities van het bestaande landschap weer tot uitgangspunt te nemen. En bovendien kunnen we ons landschap weer veel diverser en mooier maken.

De ontwerpen zijn te zien op sponsland.nl. Ook worden ze tentoongesteld tijdens het Festival Let’s Gro op 5, 6 en 7 november in het Forum te Groningen.

Yttje Feddes was van 2008 tot 2012 Rijksadviseur voor het Landschap. Vorig jaar cureerde ze met Peter Veenstra Act & Adept, een ontwerpmanifestatie met het oog op de klimaatveranderingen. Ze heeft een eigen bureau, Feddes/Olthof, voor landschapsontwerp en stedenbouw van de toekomst.


Meer weten over de maakbaarheid van het landschap?
Lees online Jurgen Tiekstra’s recensie van Maarten Ridderbos’
Transities in het landschap. Ga naar noorderbreedte.nl/rubriek/recensies/