Als je boven op de wierde van Fransum in Noord-Groningen over de landerijen kijkt, lijkt het landschap haast op een bakplaat met koekjes, of op een sierkussen dat opbolt tussen de knopen. Boerin Jantina Nieuwenhuis (35) heeft een grote liefde voor dit eeuwenoude ‘wafeltjesland’ met zijn ontelbare greppels en sloten. Al is boeren hier geenszins eenvoudig.
Nieuwenhuis woont in het huis naast het monumentale kerkje. Een prachtige oude kloosterboerderij die rond 1600 is gebouwd. Het is een rijksmonument dat schreeuwt om een beetje liefde en onderhoud. Dat willen Nieuwenhuis en haar man Theo Slegers (32) maar wat graag geven. De boerderij is in slechte staat en moet zo snel mogelijk verstevigd worden. Maar het is een strijd tegen de bureaucratie om geld los te krijgen voor de restauratie. Nu moet er weer aanvullend onderzoek komen voor een fundering. Zo lukt het nooit voor de winter.
Dit interview had Nieuwenhuis daarom bijna afgezegd. Natuurlijk wilde ze met liefde over haar boerenbedrijf in dit magnifieke greppelland spreken, land waar ze met tomeloze inzet voor zorgt. Maar de schimmel op de muren van de oude koeienstal, de plek waar ze twee jonge kinderen grootbrengt totdat ze eindelijk het hoofdhuis kan aanpakken, zit haar ongelooflijk dwars. Gelukkig kon de afspraak tóch doorgaan. De greppels in haar land zijn er bijzonder genoeg voor. Nieuwenhuis boert hier nog maar een paar jaar. Ze heeft een extensief biologisch veebedrijf. Haar man werkt als veearts, iets wat ook zijzelf een tijdlang deed. Zodra Nieuwenhuis haar grazende koeien ziet, krijgt ze lichtjes in haar helderblauwe ogen. Met haar rode haren voegt zij nog een toef extra kleur toe aan dit landschap, dat al intens kleurt van pinksterbloemen, paardenbloemen en madeliefjes.
De koeien zijn gek op het greppelland. Er is altijd een plek om in de luwte te liggen, er groeien allerlei kruiden en als het nat is, blijft er een beetje water in de greppels staan. Ze vinden het heerlijk om te pootjebaden.
Akkertjesland
Ze heeft er een foto van. Om die te laten zien, loopt ze de boerderij in, door een lange gang waar de zwaluwen letterlijk binnen handbereik zijn. Binnenkort zullen hun kuikens weer te zien zijn in de nesten op de nokbalken. In de geïmproviseerde woonkamer haalt ze een foto tevoorschijn van een weldoorvoede, donkerbruine koe met witte kop. Het dier staat met haar poten in een laag water. Ze vreet kruiden en bloemetjes die langs de greppelranden groeien. Op de achtergrond staat een kalfje bij zijn moeder. ‘Hier word ik ongelooflijk blij van. Dit is de essentie van mijn bedrijf. ’Nieuwenhuis heeft geen doorgefokte koeien, maar sterke dieren uit kruisingen van rassen. Kalfjes mogen bij de moeder blijven, de dieren staan zoveel mogelijk buiten.

Met een tweede afbeelding – een luchtfoto – laat Nieuwenhuis het reliëfverschil op haar land zien. Het ene weiland lijkt op een boter-kaas-en-eierenspel, het andere op het boevenpak van de Daltons. Zulke percelen met een patroon van subtiele hoogteverschillen worden ‘akkertjesland’ genoemd. Ze heeft er tien hectare van.
Het vertelt een verhaal uit andere tijden. Ooit werden ze door boeren gegraven om overtollig regenwater af te voeren. Hoe oud deze greppels precies zijn, is niet bekend. Misschien waren het de middeleeuwse monniken uit Aduard die de greppels bij Fransum groeven, maar waarschijnlijker is dat achttiende-eeuwse boeren ervoor verantwoordelijk zijn. Door de goede waterafvoer werd de zware zeeklei bruikbaar als grasland. Sinds de ruilverkaveling is akkertjesland een zeldzaamheid geworden, mede doordat het niet samengaat met moderne landbouwtechnieken.
‘Wat een loonwerker bij een regulier boerenbedrijf in vijf minuten maait, duurt hier een uur’
Kringloop
Maaien, maaien – ‘kloenk’! Maaien, maaien – ‘kloenk’! Met de trekker en grasmaaier over akkertjesland gaan is zo makkelijk nog niet. De eeuwenoude geulen in het landschap maken het land hobbelig en onpraktisch, met natte gedeelten. Een grote trekker is geen optie, snel rijden ook niet. Wat een loonwerker bij een regulier boerenbedrijf in vijf minuten maait, duurt hier een uur.

Het ouderlijk huis van Jantina Nieuwenhuis stond vlak bij deze boerderij. Ze nam hem zes jaar geleden geleidelijk over van de voormalige bewoner, Kees Hogewerf, een vriend van haar vader. Hogewerf boerde al sinds de jaren tachtig biologisch. Hij was zo gek op dit land, dat hij zich zijn hele leven inzette om het oude wafeltjespatroon te behouden. Je zou wel gek zijn om dat stuk te maken.
Dat wil Nieuwenhuis ook niet. Zij heeft dezelfde liefde voor dit land als haar voorganger. Op de graszoden hoeven de vele kruiden niet opnieuw ingezaaid te worden en het gras is al tientallen jaren niet besproeid met kunstmest of drijfmest. ‘Als je de tijd zijn werk laat doen, komt er een kringloop in de bodem.’
De nattigheid in de greppels verhoogt de biodiversiteit en helpt in droge zomers enorm om het landschap groen te houden. Een natuurlijke waterbuffer op het land.
Dat maakt de greppels goed te combineren met weidevogelbeheer. Je kunt gemakkelijk drassige plekken creëren waar de vogels komen broeden. Nieuwenhuis krijgt voor een groot deel van haar land een vergoeding voor weidevogelbeheer. Als ze haar weidevogelbroedgebied laat zien, vliegen tureluurs, grutto’s en kieviten op. ‘Hier zitten ook nog goudplevieren en kemphanen. Dit is een klein paradijsje geworden.’
Extra kosten
Maar er zit ook een minder positieve kant aan het verhaal. Nieuwenhuis is twaalf keer zo lang bezig met maaiwerk en doet dat zonder tegenprestatie. Met name de smalle delen zijn echt ellendig te maaien. Vorig jaar sneuvelden al eens een hark en de slipkoppeling van de trekker, doordat ze verkeerd door een greppel stuurde.
En niet alleen het maaien, ook het schudden en harken met de machines kost drie tot vijf keer zoveel tijd. Nieuwenhuis rekende uit dat de instandhouding van het greppellandschap per hectare jaarlijks bijna negenhonderd euro extra kosten met zich meebrengt. Ben je dan nog wel zo gek als je het landschap egaliseert en strak trekt?
‘Als er geen subsidie voor komt, ga je dit zeker weten kwijtraken. Als mijn kinderen het bedrijf ooit overnemen, kan ik me goed voorstellen dat ze zeggen: ploeg erin en alles gladtrekken’, vertelt Nieuwenhuis.

Vergoeding
Agrarisch collectief BoerenNatuur Groningen West zet zich in voor natuur op agrarische grond. Zij doen hun best om voor beheer en behoud van dit akkertjesland een regeling in het leven te roepen. Zij werken hierin samen met stichting Het Groninger Landschap. De offerte daarvan ligt nu bij het Rijk. Zo’n regeling bestaat al in Friesland. De beslissing volgt nog.
‘De kogel is nog niet door de kerk’, zegt Jacomijn Pluimers van BoerenNatuur daarover. Zij lobbyt druk voor een subsidie, omdat ze vreest dat het akkertjesland volledig verdwijnt als boeren er niks voor krijgen. Dat zou erg jammer zijn, al begrijpt Pluimers goed dat boeren de greppels niet laten zitten. ‘Als je door de bank achter de vodden wordt gezeten om je leningen af te lossen en rente te betalen, dan is het aantrekkelijk om je land vlak te maken en er zoveel mogelijk van te oogsten.’
Nieuwenhuis hoopt dat de minister mee wil werken. Ze werkt hard om het boerenbedrijf winstgevend te maken en heeft als jonge, startende boerin een pittige lening moeten afsluiten. ‘Gelukkig hoeven Theo en ik geen luxe vakanties. Mijn hobby is mijn werk. Ik geloof ook echt dat boeren op deze manier toekomst heeft.’
Maar toch: met een stevige verbouwing in het vooruitzicht is een beetje tegemoetkoming voor haar extra inzet heel erg welkom.
Reepje grond
Trouwens: niet alleen de greppels in het akkertjesland vragen van Nieuwenhuis extra aandacht. Ze heeft ook veel minder sloten gedempt. Haar akkers hebben nog de oude vormen. De kronkelige sloten beheert ze ecologisch, waarbij ze oud riet deels laat staan. Vooral op één plek is het een dappere keuze geweest om de sloten niet te dempen. Nieuwenhuis heeft het oude ‘dodenpad’ intact gelaten. Een smal kleipad tussen twee sloten, dat al na vierhonderd meter doodloopt op een groot weiland van Nieuwenhuis’ buurman. Het is eigenlijk geen pad meer te noemen, maar dit reepje grond vertelt een verhaal. Over dit pad hobbelden eeuwenlang de lijkkisten op een kar vanaf Aduard richting de begraafplaats van het kerkje in Fransum.
‘Zoiets vindt natuurlijk elke boer onhandig, je kunt er niets mee. Maar de vorige eigenaar vond het mooi en heeft het bewaard. En ach, ik laat er soms maar gewoon twee koeien grazen.’
