Het met sloten doorsneden landschap van Middag-Humsterland in Noord-Groningen is sinds de jaren negentig relatief goed beschermd. Daarvoor heeft Ben Westerink zich vanaf het begin ingezet. Nog dagelijks is hij er te vinden.

Altijd als er ergens een sloot wordt gegraven, gaat Ben Westerink er even kijken. Hij krijgt tips van mensen: Ben, er is weer een verse sloot. ‘Dan ga je ernaartoe. Dan duik je erin.’ Van het maaiveld naar beneden zie je de lagen en kleuren waarin de geschiedenis is samengeperst. ‘Als het twee meter diep is, kijk je drieduizend jaar terug in de tijd.’
Westerink (78) – sluik grijs haar, grijze snor, oud-medewerker van Noorderbreedte – is van huis uit farmaceut. Als hoogleraar farmacologie onderzocht hij de ontwikkeling en werking van antidepressiva. Het landschap is altijd een hobby geweest, die zijn beroepsinteresse – ze weten nog steeds niet hoe antidepressiva werken – na zijn emeritaat heeft overvleugeld.
‘Ik ben begonnen met de planten.’ Westerink inventariseerde in 1990 de vegetatie in westelijk Groningen, en nog eens, ter vergelijking, tussen 2020 en 2023. ‘Al inventariserend zie je dat het landschap een verhaal heeft. Je gaat het landschap lezen. Dan kom je met al die aspecten van archeologie en geologie en zo in aanraking. Zo kom je dan op de bewoning, de boerderijen. Dat komt allemaal voorbij. Je gaat eigenlijk van klein naar groot, zou je kunnen zeggen. Van de bermen en de flora naar de grotere samenhang.’ De basis is de bodem. Die bepaalt hoe eeuwen van weer, wind en water het land hebben gevormd. Hoe mensen het zijn gaan bewonen en bewerken.

Convenant

Ik heb met Westerink afgesproken om het over de sloten in Middag-Humsterland te hebben. Het voormalige eiland (Humsterland) en schiereiland (Middag), tegenwoordig gelegen in de gemeente Westerkwartier, hebben een kenmerkend patroon van kromme sloten die zich bochtig, ‘natuurlijk’ en authentiek niet-efficiënt langs wierden en weides kronkelen, en die er mede aan bijdroegen dat Middag-Humsterland in 2005 Groningens enige Nationaal Landschap werd.
Je kunt het over de sloten als geïsoleerd landschapselement van Middag-Humsterland willen hebben, maar dat heeft dus geen zin, zegt Westerink. Het landschap is een symfonie. Je gaat ook niet apart naar de viool of de hobo zitten luisteren. In het landschap hangt alles samen, er is niets zonder reden zoals het is. Dat is het mooie.

‘De natuur houdt van krom, boeren houden van recht’

In de jaren negentig zat hij in de commissie die aan de basis stond van het convenant Middag-Humsterland dat de bijzondere landschapskwaliteiten van het gebied moet beschermen. Het reliëf van wierden en dijken, de kromming van weggetjes, sloten en waterwegen. Die zijn vóór de bedijking ontstaan door de binnenstromende Lauwers. Vrij en ongehinderd zocht het water zijn weg door de laagtes.
De natuur houdt van krom, boeren houden van recht. Rechtdoor met die machines, als het even kan. En dat wil niet met die kromme rotsloten. De dammetjes naar de weilanden zijn zo smal, dat ze er met hun moderne tractoren XL amper overheen kunnen. Het liefst zouden ze de sloten dempen, het land rechttrekken, maar dat mag niet van het convenant.
Het convenant onderscheidt ‘blauwe’, ‘zwarte’ en ‘grijze’ sloten. De blauwe zijn ‘natuurlijk’ gevormd of heel lang geleden gegraven, de zwarte zijn van latere makelij en daarom niet of minder beschermd. De grijze mogen worden gedempt. Incidenteel – in dertig jaar amper een handvol keer – komt het voor dat iemand een blauwe sloot dempt, of een stuk ervan. Die krijgt dan bezoek van de autoriteiten. Er worden wel vaker sloten gedempt, waarna oplettende burgers alarm slaan. Maar meestal is het dan een zwarte of een grijze sloot – niks aan de hand.

Fantoomgeschiedenis

Westerink woont zelf in een stuk geschiedenis, kun je zeggen. Of fantoomgeschiedenis, want wat er was, is er niet meer. Zijn geschakelde woning uit de jaren tachtig ligt precies op de plek waar eerder de wierde van Adorp werd afgegraven. Na de voordeur ga je meteen de trap af naar het woongedeelte dat, vier meter lager dan de straat, opnieuw op grondniveau, uitkijkt over het Reitdiepgebied.
Zijn straatje is een van de oudste van het land, de vroegere doorgaande weg tussen Stad en Wad, ongeveer tweeduizend jaar oud. Achter zijn huis liep in vroeger eeuwen de rivier de Hunze.
We rijden over de Wierumerschouwsterweg naar Middag-Humsterland, in westelijke richting. Onder de abelen langs de weg groeien in de herfst de mooiste paddenstoelen, zegt Westerink. Hij is gids op paddenstoelexcursies, op wildeplantenexcursies, op cultuurhistorische excursies en landschapsexcursies. Er is niets aan de geschiedenis of de natuur wat hij niet interessant vindt. Veel weten, nieuwe ontdekkingen doen, en daar weer meer van willen weten. Het een leidt altijd naar het ander.
Het is een maandagmiddag in april. We rijden comfortabel over de slingerweggetjes tussen Wierum en Oostum, Oostum en Krassum. Alle drie wierden. De weggetjes hier leidden vroeger van wierde naar wierde, vertelt Westerink. De radio staat aan, klassieke muziek, nu en dan onderbroken door nieuwsberichten. Bij een tegenligger moeten we soms een stukje de berm in. Af en toe komt een wagen achterop. In weerwil van de rust en de ruimte op het platteland hebben automobilisten er vaak haast.
Het weggetje waar we over rijden, de Oostumerweg, volgt een natuurlijk patroon, zegt Westerink. Hij kronkelt mee over de vroegere westoever van de Hunze. ‘Ik denk dat dit een van de oudste weggetjes van Europa is.’ Pioniers uit wat nu Drenthe is volgden de rivieren van het zand naar de zee en sloegen op verhogingen in het land ongeveer 2500 jaar geleden hun eerste nederzettingen op, zoals bodemvondsten laten zien.
Garnwerd, Feerwerd, de Meedenerweg. Westerink wijst op hoogtes, laagtes, dijken, kromme sloten. En waar de Middagster Riet liep, een verdwenen rivier. Af en toe passeren we een fietser. Op de radio verkeersinformatie over drukkere landsdelen. Bij elkaar 150 kilometer file. Op de A2 tussen Boxtel en Best 20 minuten vertraging door een auto met pech, het wordt al wat drukker op de A9. Bij Fransumer Voorwerk stond vroeger een boerderij van de Aduarder kloosterorde, zegt Westerink.

Beleefbaarheid

Wie in de gebiedscommissie zit, leert de mensen kennen. De partijen en hun belangen. De boeren die sloten dempen, of willen dempen. Westerink heeft best begrip voor hen. ‘Omdat je zoveel met ze gesproken hebt, ga je je afvragen: wat zou ik zelf doen als ik boer was?’ De boeren zijn niet alleen maar slecht voor het landschap. Er zijn ook boeren die paden over hun land aanleggen, hun best doen om de schoonheid ‘beleefbaar’ te maken.
Die beleefbaarheid zit in wandel- en fietspaden, opgenomen in het convenant. In bloemenrijke bermen en slootkanten, geïnventariseerd door Westerink. In de weidsheid, de kerken, de kop-hals-rompboerderijen. In een ander perspectief na elke bocht. Op de weg langs het Van Starkenborghkanaal zie je in de verte het kerkje van Fransum onder de aprilhemel liggen. De eredienst is er al lang geleden uit verdwenen, maar op een dag als vandaag schijnt er nog altijd een goddelijk licht op de kerk, wil je graag geloven.
Westerink heeft thuis een gebiedskaartje uitgeprint. ‘We rijden nou daar’, zegt hij. De weg van Aduard naar Den Ham ligt op de kaart in een lichtere, brede strook van noord naar zuid. Die geeft de geul aan waar vroeger de Lauwerszee het land in kwam. ‘Nu zit je tussen Middag en Humsterland in.’ De weg ligt op een vroegere dijk. De commissie heeft ervoor gepleit hem niet te verbreden, zodat het karakter nu behouden is; tegenliggend verkeer moet in uitspanningen wachten om elkaar te kunnen passeren.
In het heden de lagen van het verleden zien, als door een gat in de tijd. Er is een telefoonapp die Topotijdreis heet, waarmee je historische kaarten over je omgeving kunt leggen, waar je je maar bevindt. Dat heeft Westerink in Middag-Humsterland, niet op zijn telefoon maar in zijn hoofd. Een soort röntgenblik op het land, en op wat eronder ligt. Vorig jaar leidde hij een bus vol burgemeesters door het Nationaal Landschap, te gast op een burgemeestersconferentie. Ze waren allemaal heel verrast. Dat dit bestond, dat kromme, kleinschalige. Die onregelmatige boerenpercelen, dooraderd door die sloten. Alsof je een blik op het landschap van vóór de ruilverkaveling kreeg.

Schuld

Westerink spot een oranjetipvlindertje bij Balmahuizen. Al dertig jaar noteert hij de eersteling daarvan, die tegenwoordig twee weken eerder in zijn tuin verschijnt. Hij ziet kromme sloten bij Frytum. Alle kleine en grote elementen van het wierdenland komen samen in wat een levenswerk is geworden, meer nog dan de farmacologie. ‘Het interessante is de samenhang. Je ontdekt steeds weer dingen.’ In 2022 schreef hij een boek over het wierdenlandschap: Wierdenlandschap. Op de radio klinkt de muziek van de eeuwigheid als hij terugrijdt naar Adorp. Hij heeft een ambivalente verhouding met zijn huis. ‘Omdat ik daar woon, is de geschiedenis van die plek verdwenen. Dat is mijn schuld, indirect.’ Als ze de wierde intact hadden gelaten, was zijn huis er niet geweest.
‘Het is een van de meest markante plekken, de enige waar de rivier en de oude weg elkaar raken. Het moet een plek zijn geweest waar mensen aan land kwamen, waar handel was. Ik heb besloten dat het mijn plicht is om die geschiedenis te vertellen, omdat ze is verdwenen doordat ik daar kwam.’
Westerink heeft een roman geschreven, een locatiebiografie, waarin de plek wordt opgevoerd als een historische actor. Zuiderstraat 5 telt twaalf hoofdstukken die steeds ruim anderhalve eeuw in de tijd vooruit springen, vanaf het begin van de jaartelling. ‘In het laatste hoofdstuk kom ik zelf tevoorschijn en vertel ik waarom ik het boek heb geschreven.’
‘Ik heb geconstateerd dat het iedere 150 jaar weer een ander dorp is. Er zitten zoveel dorpen boven op elkaar op zo’n plek. Dat kan alleen maar op een wierde. In Drenthe gaat zo’n dorp een beetje zweven rond zijn plek, maar hier ligt alles vast. Dat is wat mij fascineert in het landschap, dat je al die lagen kunt beleven. Daar begint mijn fantasie.’