Voor mijn masteronderzoek heb ik mij letterlijk en figuurlijk verdiept in de bodem van het historisch greppelland. Het hobbelige greppelland oogt anders dan het strakke, intensief beheerde grasland dat we tegenwoordig vaak zien. Maar hoe zit het met de wereld daaronder? Hoe reageert het bodemleven op deze verschillende graslanden? En in het bijzonder: hoe reageert een belangrijke schakel in ons ecosysteem, de regenworm?
Greppelland is tegenwoordig zeldzaam. In de afgelopen decennia zijn veel van deze landschappen verdwenen onder druk van ruilverkaveling en de zucht naar optimale oogsten. Boeren vlakten hun land uit, ploegden oude bodems om en installeerden ondergrondse drainagebuizen. Welke gevolgen heeft dit alles gehad voor de regenworm?
Voor mijn onderzoek vergeleek ik tijdens het broedseizoen van de weidevogels – maart tot juli – de regenwormpopulaties in zes historisch vergelijkbare graslandpercelen in Zuidwest-Friesland. Hiervan waren drie percelen behouden als traditioneel greppelland en de andere drie omgevormd tot intensief beheerd en gedraineerd grasland. Ook binnen de percelen bekeek ik de verschillen tussen de regenwormpopulaties. Het aandeel volwassen regenwormen gebruikte ik als maat voor de reproductieve activiteit van de populatie. Hoe hoger namelijk het percentage volwassen regenwormen is, hoe meer nakomelingen er gemaakt kunnen worden, en dus hoe sneller de populatie zich kan herstellen na een periode van droogtestress. Ik onderzocht het aantal, de activiteit en het percentage van volwassen rode en grijze regenwormen en ik mat de bodemvochtigheid. Hierbij vroeg ik mij af: zouden de regenwormen, met behulp van greppels, de boer kunnen helpen met het behouden van een gezonde, vruchtbare bodem?
Regenwormen
In een land waarvan grote delen onder zeeniveau liggen, is waterbeheer voor boeren altijd een uitdaging geweest. Water in graslanden werd al eeuwen afgevoerd via greppels: smalle geulen die overtollig water richting sloten leidden, of het juist tijdelijk vasthielden in periodes van droogte. Sinds de ruilverkavelingen hebben kleinschalige, gevarieerde percelen met greppels plaatsgemaakt voor uitgestrekte, vlakke en gedraineerde graslanden.
Dit heeft ook gevolgen gehad voor het leven onder de grond. Traditionele greppels brengen subtiele hoogteverschillen aan in het landschap, waardoor een microreliëf ontstaat met een gradiënt in bodemvocht. Dit zorgt voor een gevarieerd leefgebied waarin allerlei soorten kunnen samenleven. Een soortgroep die sterk afhankelijk is van bodemvochtigheid wordt gevormd door regenwormen. Deze spelen een cruciale rol in het leveren van zogenoemde ecosysteemdiensten: ze verbeteren de bodemstructuur en -doorlaatbaarheid, transporteren organisch materiaal en verteren dat tot voedingsstoffen voor planten en micro-organismen. Daarnaast vervullen ze een onmisbare rol in de voedselketen: ze dienen als voer voor allerlei dieren, zoals weidevogels, egels en dassen. Het behoud van gezonde regenwormpopulaties is dan ook van groot belang, zowel voor de landbouwproductiviteit als voor het functioneren van natuurlijke ecosystemen.

We kunnen regenwormsoorten onderscheiden in twee groepen: de rode en de grijze.
Rode wormen functioneren als transporteurs van organisch materiaal. Ze leven aan het oppervlak, waar ze dood plantenmateriaal opnemen en dieper de bodem in brengen. Aan het oppervlak zijn ze echter kwetsbaar voor uitdroging. De populatie overleeft droge periodes in de vorm van eitjes in cocons, die beter bestand zijn tegen droogte dan de volwassen rode wormen zelf.
Grijze wormen leven permanent ónder het oppervlak en hebben daardoor geen pigment nodig om zich tegen zonlicht te beschermen. Bij uitdroging van de bodem trekken zij zich dieper terug en rollen zich op in een knoop, om zo het contact met de droge grond te beperken. Wanneer ze in een knoop zitten, zijn grijze regenwormen niet actief. De mate waarin zij hun ecosysteemdiensten kunnen leveren, is dus afhankelijk van de bodemvochtigheid.
Verschillen
Aan het begin van het seizoen viel er veel regen, waardoor de bodem langdurig vochtig bleef. Naarmate het seizoen vorderde, verminderde de neerslag en nam de verdamping toe. Dit resulteerde in drogere bodems vanaf eind april. Het greppelland bleef echter duidelijk vochtiger dan de intensief beheerde percelen, zowel dicht bij de greppels als verder ervan af.
Aan het begin van het seizoen waren er nog geen verschillen in de populatiedichtheid van regenwormen tussen greppelland en intensief beheerd land. Pas toen de bodem begon uit te drogen, werden de verschillen zichtbaar. In de intensief beheerde percelen verdwenen de regenwormen niet alleen sneller, ook het percentage volwassen exemplaren nam daar significant meer af ten opzichte van het greppelland. Vooral de rode wormen verdwenen uit het intensief beheerde grasland, terwijl de grijze wormen daar disfunctioneel werden: ze raakten letterlijk ‘in de knoop’. In deze droge periode zag ik een toename van het percentage volwassen regenwormen naarmate ik dichter bij de greppel kwam.
In het greppelland hadden regenwormen duidelijk minder last van droogtestress; ze bleven daar zelfs reproductief actief, waardoor ze na de droge periode nieuwe populaties konden opbouwen. Naarmate de bodems uitdroogden, werd het voor weidevogels, egels en dassen steeds lastiger nog ergens een worm te vinden. Het greppelland bood daarbij echter meer kans op succes dan de omliggende intensief beheerde percelen. In het greppelland bleven de regenwormen ook aan het werk voor de boer. Ze leverden hun ecosysteemdiensten, zoals het vrijmaken van voedingsstoffen voor planten en het verbeteren van de bodemdoorlaatbaarheid, ook tijdens droge periodes.
Greppels helpen
Deze vergelijking van agrarisch grasland met en zonder greppels laat zien dat het beschermen van historisch greppelland, of het herintroduceren van greppels in intensief beheerd agrarisch gebied, kan bijdragen aan het herstel en de continuïteit van regenwormpopulaties. Greppels helpen om regenwormen hun waardevolle ecosysteemdiensten te blijven leveren, ook in droge periodes. Dat levert niet alleen vruchtbare en sponzige bodems op waar boeren van profiteren, maar ook meer voedsel voor onder andere weidevogels, egels en dassen.
Meri Hut
Woonplaats Groningen
Geboortedatum 7 maart 1998
Studierichting master Ecology and Evolution
Waarom voor deze studie gekozen Ik wilde graag leren over de werking van processen binnen ecosystemen, met als doel bij te dragen aan het herstel en het duurzame behoud van de natuur.
Ik ben het liefste bezig met al het praktische werk dat bij ecologisch onderzoek komt kijken, zoals graven in de aarde, DNA isoleren in het lab en het uitvoeren van plantmetingen. Maar ik word minstens even enthousiast van een hele dag data-analyse achter mijn computer.
In Student & scriptie geeft Noorderbreedte een podium aan afstudeerscripties die interessante of prikkelende thema’s behandelen.
