Van alle samengestelde woorden met ‘afval’ erin (zwerfafval, afvalberg, afvallige…) is ‘geloofsafval’ het allersmerigst, vindt Frank Westerman.

Ik kreeg het ooit op mijn brood in een bespreking van mijn boek Ararat, dat volgens een dominee-recensent mijn werdegang zou documenteren van gelovig jongetje uit Assen tot ongelovige in het verdorven Amsterdam. Mijn schamele verhaal was wat er restte als je van het rechte pad afdwaalde: geloofsafval.

Bij wie kon ik me beklagen? Bij God? Nergens spuug ik in mijn boek op de kerk of op mijn christelijke opvoeding. Door de berg van Noach te beklimmen (waarop de ark zou zijn gestrand) wilde ik slechts mijn ongeloof op de proef stellen. Zou ik in de snijdende kou op weg naar de top (5137 meter boven NAP) misschien toch plotseling het Licht zien?Ik onderwierp me aan een omgekeerd jobsexperiment. De godvrezende Job was vader van zeven zonen en drie dochters, bezat zevenduizend schapen, dri…