Van alle samengestelde woorden met ‘afval’ erin (zwerfafval, afvalberg, afvallige…) is ‘geloofsafval’ het allersmerigst, vindt Frank Westerman.

Ik kreeg het ooit op mijn brood in een bespreking van mijn boek Ararat, dat volgens een dominee-recensent mijn werdegang zou documenteren van gelovig jongetje uit Assen tot ongelovige in het verdorven Amsterdam. Mijn schamele verhaal was wat er restte als je van het rechte pad afdwaalde: geloofsafval.

Bij wie kon ik me beklagen? Bij God? Nergens spuug ik in mijn boek op de kerk of op mijn christelijke opvoeding. Door de berg van Noach te beklimmen (waarop de ark zou zijn gestrand) wilde ik slechts mijn ongeloof op de proef stellen. Zou ik in de snijdende kou op weg naar de top (5137 meter boven NAP) misschien toch plotseling het Licht zien?
Ik onderwierp me aan een omgekeerd jobsexperiment. De godvrezende Job was vader van zeven zonen en drie dochters, bezat zevenduizend schapen, drieduizend kamelen en vijfhonderd ezels. Niemand minder dan Satan sluit een weddenschap met God: hij zal aantonen hoe makkelijk Job zijn geloof verloochent zodra het hem tegenzit…
De uitkomst laat zich raden. Zelfs wanneer al zijn kinderen zijn gestorven, komt er géén godverdomme over Jobs lippen. Satan bedekt de onfortuinlijke man ‘van voetzool tot kruin met kwaadaardige zweren’, maar Job valt niet van zijn geloof. ‘Hij ging buiten de stad op de vuilnishoop zitten en krabde zich met een potscherf.’ (Job 2:8)

Dit beeld brengt me met een zwieper bij de Drentse VAM-berg, het hoogste punt van de drie noordelijke provincies (63 meter boven NAP). Deze bult van Randstedelijk afval (sinds 1929 aangevoerd met wagonladingen tegelijk) tekent zich in het landschap bij Wijster af als de rug van een kameel. Inmiddels grazen er schapen op de met gras overgroeide vuilstort.
In mijn kindertijd sprak de VAM-berg al sterk tot mijn verbeelding, zeker toen hij het Haantjeduin (31 meter boven NAP) nabij Emmen in hoogte overtrof. Ik kon me er kwaad over maken dat ‘het Westen’ zijn afval in onze achtertuin dumpte onder het mom van dat de schrale Drentse zandgronden wel wat compost konden gebruiken.

Maar sinds ik zelf hoger ben geworden (1 meter 72 boven NAP), ben ik tot inkeer gekomen. De VAM-berg is behalve een vloek ook een zegen. We kunnen er natuurlijk boven op gaan zitten en ons krabben met een trechterbekerscherf, uit berouw over alle vuiligheid die we over de aarde hebben uitgestort. Dat is één mogelijkheid. Maar voor wie er oog voor heeft: er is een lichtende keerzijde. Immers, als we Drenthe kunnen ophogen met ons afval, dan ook de provincies die ónder NAP liggen. Zeker nu we met ons broeierige gedrag de zeespiegel vervaarlijk laten stijgen, zouden we meer VAM-bergen kunnen opwerpen. Afval zat, lijkt me. Kunnen we daar niet gewoon op gaan wonen? Ik zie soevereine VAM-heuvels voor me in de kustgebieden, als hedendaagse terpen. Langgerekte stuwwallen van toegedekt afval, als de Hondsrug. En waarom niet ook: VAM-dijken, aangestampt door duizenden schapenhoefjes?
‘Er is hoop!’ luidt de leuze van de evangelische kerken. Ja, denk ik: er is afvalhoop!

Schrijver Frank Westerman werd geboren in Emmen, groeide op in Assen en schreef een lange reeks boeken waaronder de klassieker De graanrepubliek. Zijn nieuwste publicatie, Hotel de Wereld, is een ’kroniek over de ontsporing van de ontwikkelingstrein’.