Koning Winter zorgde voor een goed begin van het nieuwe jaar. Bij mij om de hoek in het Noorderplantsoen in Groningen was het een drukte van belang. Sleetje rijden, snowboarden, schaatsen, wandelen: wat een feest! Of liever gezegd ‘besloten feest’, want ouderen en mensen met een beperking zaten in deze periode noodgedwongen thuis. Door de gladheid, onbegaanbare wegen of onzichtbare geleidestroken konden zij niet meedoen. Niet meedoen aan de sneeuw- en ijspret maar belangrijker nog: ze konden ook niet gewoon even naar buiten om ergens een kop koffie te drinken, een boek in de bibliotheek te halen, boodschappen te doen of op visite te gaan. Hun leven stond even helemaal stil.
Het is natuurlijk ongewenst als groepen in de samenleving niet mee kunnen doen aan het alledaagse leven. Dat geldt natuurlijk ook voor ouderen en mensen met een beperking. In de eerste plaats is dit ongewenst voor deze groep zelf, want zij zijn degenen die hierdoor vereenzamen, en geloof me, dat doet écht iets met je als mens. Maar het is óók nadelig voor de maatschappij als geheel. Iedereen is nodig om de samenleving draaiende te houden. En bovendien leidt vereenzaming tot allerlei gezondheidsklachten en daarmee tot toename van zorgkosten voor de gemeenschap. Kortom, het streven naar een inclusieve samenleving met een goed toegankelijke openbare ruimte is in ieders belang.
Maar wie nu denkt dat nu de winterse taferelen voorbij zijn, dit probleem als sneeuw voor de zon verdwijnt, komt bedrogen uit. Oók zonder sneeuw is de openbare ruimte voor ouderen en mensen met een beperking vaak een ramp. Als ervaringsdeskundige – bij ons thuis wordt soms wegens gezondheidsbeperkingen, een rolstoel gebruikt – kan ik daarover meepraten. Zodra we de deur uitgaan, begint het al. Opdrukkende boomwortels waardoor tegels schots en scheef liggen bemoeilijken het rijden én een ogenschijnlijk onschuldige drempel, goot of trottoirband vormt meer dan eens een serieuze barrière. Een rondje binnenstad is al helemaal een uitdaging. Soms liggen de trottoirs vanwege de afwatering zó schuin dat je alsmaar moet bijsturen om niet op de weg te belanden. En dan hebben we het nog niet gehad over geparkeerde fietsen, terrassen, banners en reclameborden op trottoirs die de gebruikers van bijvoorbeeld rollator, rolstoel of scootmobiel de doorgang versperren. Ook zijn er plekken in de binnenstad waar je sowieso niet kunt komen. Neem bijvoorbeeld het Broerplein of de Vismarkt. Met al die hobbelige keien word je ongenadig door elkaar heen geschud. Als je rolstoel en gebit je lief zijn, kom je hier beter niet.
De geschetste problematiek speelt niet alleen in Groningen. Sterker, vrijwel overal in Nederland is dit een probleem. Het goede nieuws is dat deze opgave door verschillende gemeenten inmiddels wél wordt opgepakt. Breda is één van de voorlopers en heeft sinds 2017 met beleid, een toegankelijkheidsfonds en goede inrichtingsprojecten al enkele (inter)nationale prijzen gewonnen. En ook bij ons in het Noorden is gelukkig meer aandacht voor dit onderwerp. Neem bijvoorbeeld de Grote Markt in Groningen die door de herinrichting dé huiskamer is geworden voor alle Stadjers. Daar staat tegenover dat in tal van onze plattelandsgemeenten een toegankelijke openbare ruimte voor ouderen en mensen met een beperking nog een blinde vlek is. Laten we óók deze gemeenten een zetje in de goede richting geven door op 18 maart bij de gemeenteraadsverkiezingen te kiezen voor partijen die werk willen maken van straten, pleinen en paden die voor iedereen toegankelijk zijn, zodat alle inwoners naar vermogen mee kunnen doen. Daar vaart iedereen wel bij! En zullen we in de tussentijd voor een zo inclusief mogelijke openbare ruimte deze winter onze eigen stoepjes sneeuw- en ijsvrij houden?
