Het Dwingelderveld is een van de grootste natte heidegebieden van Europa, met heidevelden, bos, jeneverbessen en vennen, en wordt volledig gevoed door regenwater. ‘De veentjes houden dit water lange tijd vast, wat bijzondere omstandigheden creëert’, legt boswachter Jojanneke Drijver uit. ‘Nat, zuur en voedselarm.’ Dit trekt verschillende bijzondere plant- en diersoorten, zoals beenbreek, zeldzame vlinders, libellen en vogels, met de kraanvogel als pronkjuweel. Deze heeft een natte omgeving nodig om in te broeden, omdat hier weinig roofdieren komen.
Woeste grond
Anderhalve eeuw geleden was het Dwingelderveld woeste grond: natte gebieden met vennen en natte heide, en hoger gelegen stukken met droge heide en stuifzand. Het was grotendeels onbegaanbaar. Dit veranderde toen het veld werd aangekocht als bosbouwgebied, om hout te produceren. Er werden naaldbossen geplant op de hogere, droge stukken in het noordelijke deel. ‘Vroeger keken we naar het Dwingelderveld met de gedachte: Wat kan dit ons mensen opleveren? Het antwoord was “hout”.’
Het probleem was echter dat zelfs het droge gebied nog te nat was voor naaldbomen, die van droge voeten houden. Daarom werden er sloten en greppels gegraven. Deze fungeerden als afwateringskanalen die het water opvingen en afvoerden, zodat het zo min mogelijk in het bosbouwgebied bleef zitten. Tussen die sloten legde men verhoogde bedden aan, genaamd rabatten, waar naaldbomen werden geplant. Sommige van deze bomen staan er nu nog steeds.
Natuur boven hout
Na de Tweede Wereldoorlog groeide het besef van het belang natuurgebieden te behouden, en dus werd het Dwingelderveld in 1991 benoemd tot Nationaal Park en later zelfs tot Natura 2000-gebied. Hierbij kwamen vanuit de Europese wetgeving verplichte doelstellingen. ‘Het Dwingelderveld is een van de laatste plekken in Europa waar dit type natuur nog bestaat, en dat moest beschermd worden, niet geëxploiteerd’, zegt Jojanneke. ‘En toen kwam het besef: om dit te kunnen behouden, moeten wij de natuur herstellen en er een robuust systeem van maken.’ Vanaf toen begonnen de terreinbeheerders aan de lange reeks herstelmaatregelen, in opdracht van provincie Drenthe.
In het Noordenveld, het gebied in het midden van het Dwingelderveld, is te zien dat deze herstelwerkzaamheden een positieve impact hebben. Ooit was dit stuk in gebruik als landbouwgebied, waarvoor het waterpeil een stuk lager moest liggen en het dus sterk ontwaterd is. Dankzij de herstelwerkzaamheden is het waterpeil hersteld en de heide groter en natter geworden. Ook is het een stuk stiller, doordat de afgegraven grond is verwerkt in de geluidswal langs de snelweg.
Nu is het meest noordelijke deel van het Dwingelderveld, dat ooit tot bosbouwgebied was gemaakt, aan de beurt. Bij de rabatten worden sloten en greppels gedempt zodat het water niet meer wegstroomt, maar terug de grond in gaat. Aan de randen van de nattere gebieden worden bomen verwijderd, zodat de veentjes weer meer licht en ruimte krijgen.
‘Deze werkzaamheden kunnen we zien als de laatste puntjes op de i na meer dan vijftig jaar onderhoud’, vertelt Jojanneke. Binnen de grenzen van het gebied is hierna alles gedaan wat mogelijk is. Verder herstel hangt af van wat er buiten het veld gebeurt: in de beekdalen, in de landbouw en in het klimaatbeleid. Het herstel is niet alleen belangrijk voor behoud van zeldzame natuur; het Dwingelderveld is ook cruciaal voor de waterhuishouding van de omgeving. ‘Door de klimaatverandering hebben we last van steeds drogere zomers, en nattere winters waar het water soms met grote hoeveelheden tegelijkertijd valt’, legt Jojanneke uit. ‘Het Dwingelderveld kan daar meer balans in brengen. Het houdt de regen vast en voorkomt zo dat lagergelegen gebieden tijdens een flinke najaarsregen onder water lopen. Het systeem herstellen is dus win-win: goed voor de natuur én voor onszelf.’
Een grote spons
Hoe werkt dit precies? ‘Het Dwingelderveld is net een omgekeerd soepbord: regenwater valt er bovenop, zakt via de veentjes heel langzaam naar de randen en stroomt van daaruit naar buiten’, zegt Jojanneke. Elk veentje is verbonden met het volgende, maar sloten verstoren deze trage afwatering en voeren het water te snel af.
‘Eigenlijk is het gebied één grote spons’, vervolgt Jojanneke. Veenmos, dat wel tien tot twintig keer zijn eigen gewicht aan water vast kan houden, speelt hierin de hoofdrol. ‘Als je wat van dat mos vast zou pakken en je knijpt erin, dan sta je versteld van de hoeveelheid water die eruit komt.’ Van dat waterhoudende veen leven veel zeldzame planten en dieren. Het veld werkt als waterbuffer voor de omgeving. Doordat het veen het water dat gedurende de natte winters valt, geleidelijk afgeeft aan de omgeving, ‘krijgen ze ‘s winters in Meppel geen natte voeten en droogt het gebied in de zomer niet uit.’ Omdat klimaatverandering leidt tot lange droge zomers en plotselinge piekbuien in de winter, wordt het Dwingelderveld dus steeds belangrijker.
Kraanvogels
Na het uitvoeren van deze laatste herstelwerkzaamheden, is het zaak ervoor te zorgen dat er voldoende oppervlak aan natte heide behouden blijft. Want hoe groter dit systeem, hoe krachtiger. ‘Als er in een groot systeem één ding wegvalt, staat niet meteen het hele ecosysteem op zijn kop’, legt Jojanneke uit.
Jojanneke is voorzichtig optimistisch over het creëren van een veerkrachtig systeem. ‘Misschien komen de kraanvogels in de toekomst in grotere aantallen naar het veld.’ Deze vogels hebben een groot gebied nodig om te kunnen leven, dat stil, nat en veilig is. ‘Hij broedt nu al op de grote stille heide op het Dwingelderveld, en kan in de toekomst misschien ook naar het Witteveen komen.’
