Tweeëneenhalf jaar geleden bezette een groepje krakers de oude jeugdsynagoge in het centrum van Groningen en bouwde er een levendige gemeenschap op. De gemeente, eigenaar van het pand, wil dat de krakers op acht juni vertrokken zijn. Dit leidt tot een vraagstuk dat raakt aan eigendom, erfgoed en waarden.

‘Ik heb het idee dat krakers over het algemeen als ratten gezien worden’, zegt Bird, een van de bewoners van de gekraakte oude jeugdsynagoge in het centrum van Groningen. ‘Als ongedierte dat binnendringt in een plek die niet van hen is; dat zo snel mogelijk uitgeroeid moet worden.’ Maar wat nou als we krakers niet als ratten, maar als vogels zouden zien, vraagt ze zich af. ‘Vogels zijn geliefd. Ze bouwen nesten in lege bomen en niemand vindt ze smerig. Ook wij krakers bouwen ons nest in een lege boom.’

Geen woning, geen kroning

De jaren zeventig en tachtig waren de gouden eeuw van de kraakbeweging. Krakersrellen schudden de hoofdstad op en nieuwe idealen verspreidden zich door het land. Wonen is een recht, geen handelswaar, en stadsvernieuwing moet bevorderlijk zijn voor de bewoners van de wijk, niet voor de projectontwikkelaars die hen willen wegwerken. Krakers beschermden historische panden van de sloopkogel en bliezen deze nieuw leven in als woningen en culturele broedplaatsen zoals het ORKZ in Groningen, Paradiso en de Melkweg.

Toch roept kraken ook de vraag op of je, hoe goed je bedoelingen ook zijn, het eigendom van iemand anders mag innemen. Het eigendomsrecht, het grondrecht om als eigenaar zelf te bepalen wat er met je gebouw gebeurt, zou door kraak zijn kracht verliezen. Daarom is kraken sinds 2010 in alle gevallen strafbaar, ongeacht hoe lang een pand leegstaat, en kunnen sinds 2022 ontruimingen binnen enkele dagen worden uitgevoerd. Aan de andere kant zijn de problemen die de aanleiding vormden voor de krakersrellen eind vorige eeuw sindsdien alleen maar gegroeid. Leegstand is er, met 38.000 structureel leegstaande woningen, nog altijd, ondanks de enorme vraag naar woningen. En wonen lijkt nu een grotere handel te zijn dan ooit: sinds 2015 zijn de huizenprijzen verdubbeld.

Het vraagstuk omtrent kraken blijft dus prangend. Zijn er redenen sterk genoeg om het eigendom van iemand anders te mogen betreden? Die vraag dringt zich nu op in een oude jeugdsynagoge in het centrum van Groningen.

Gemeente Groningen eist dat de bewoners van de oude jeugdsynagoge in de Folkingedwarsstraat uiterlijk op acht juni vertrokken zijn. De gemeente wil het pand voor de komende drie jaar gaan gebruiken als trainingscentrum voor hun veiligheidsafdeling, en daarvoor moeten de krakers er eerst uit. Echter is deze plek de afgelopen tweeëneenhalf jaar uitgegroeid tot een levendige gemeenschap die veel betekent voor de Groningse queer community, en willen de krakers dit niet zomaar verloren laten gaan.

De gemeenschap

De gemeenschap die hier is ontstaan noemt zich de Jeugdsjoel. Het kleine clubje mensen dat achter de blauwe, met stickers beplakte deuren van de oude synagoge woont, heeft de plek doen opleven tot een sociaal en cultureel centrum waar wekelijks een grote groep mensen te vinden is. In de woonkamer draaien films, in de gymzaal met podium en muziekinstrumenten spelen bands en worden jamsessies gehouden, en elke zaterdag hosten ze een diner waar mensen gratis kunnen komen eten. ‘Iedereen is vrij hier te komen en gebruik te maken van deze plek’, zegt Bird.

Vooral voor de Groningse queer community is de Jeugdsjoel een waardevolle plek. ‘Niet alleen queer in gender of seksualiteit, maar in de zin van je anders voelen in het algemeen’, legt Bird uit. Ze vertelt dat mensen die zich vervreemd voelen van de gewoontes en leefstijlen van het gros van de maatschappij, bij de Jeugdsjoel wél een thuisplek en gemeenschap vinden. ‘De meesten van ons zijn bijvoorbeeld niet meer welkom bij onze familie en in de stad bestaan er niet veel plekken waar we gelijkgestemden kunnen ontmoeten. Daarom hebben we hier, in de Jeugdsjoel, onze eigen familie gecreëerd.’

Als het aan de gemeente ligt, valt die thuishaven over enkele weken weg. Woordvoerder Manon Hoiting zegt dat ze het ‘uitermate vervelend’ vindt dat de bewoners zich elders in de stad niet welkom voelen, maar dat kraken niet het middel is om dit op te lossen. ‘Het vertrekpunt is dat kraken niet oké is. Wij gaan gewoon het beheer van het pand weer in eigen hand nemen.’

Dat kraken tegen de wet is, is voor Bird niet doorslaggevend. ‘Ik denk dat wetten soms niet alles omvatten wat juist is om te doen’, zegt ze. Is het juist dat de wet het verbiedt leegstaande panden ongevuld te laten terwijl mensen dakloos zijn? Of dat panden met historische waarde gesloopt worden, in ruil voor iets wat de buurtbewoners niet ten goede komt? Wat nu gebeurt met deze oude synagoge is voor Bird het bewijs dat de wet niet altijd alles omvat. Want dat het gebouw nu überhaupt in haar huidige staat beschikbaar is voor de gemeente, is mede te danken aan de krakers. ‘Wat is er erger, een gebouw betreden dat niet van jou is, of iets slopen dat onvervangbaar is?’

De jeugdsynagoge

In 1940 opende de jeugdsynagoge haar deuren en vormde een ontmoetingsplaats voor de groeiende Joodse jeugdgemeenschap in Groningen. Anderhalve maand later brak de oorlog uit. Deze reduceerde de Joodse gemeenschap in de stad tot bijna nul, wat de synagoge, ook in de jaren na de oorlog, in stilte achterliet. Doordat het gebouw begon te vervallen en er geen geld voor renovatie was, werd het verkocht en ingezet als buurtcentrum. Een zaal werd verbouwd tot gymzaal, waarna het vooral als sportvoorziening voor de wijk functioneerde. Tot 2018, toen de gemeente besloot het pand te verkopen en om te bouwen tot vier dure appartementen. Hiervoor zouden een aantal binnenmuren van de oude synagoge gesloopt moeten worden en zou de publieke functie die het gebouw altijd had gehad verdwijnen.

Echter weigerde de koper van het pand te voldoen aan de wens van de gemeente om de binnenmuren te slopen. Vastgoedondernemer Wijnand van Smeden, die al decennialang sportte in de oude synagoge, kocht het gebouw met de insteek er een sportschool van te maken. Op de waardenkaart van de gemeente zelf haalde het gebouw een topscore, en toch stuurde juist de gemeente aan op gedeeltelijke sloop. Een lobby voor het behoud van het gebouw kwam op gang en een overeenkomst tussen gemeente en koper Van Smeden werd niet bereikt.

In 2023 bezette een stel Groningse krakers het gebouw. Ook zij vonden dat de oude jeugdsynagoge niet gesloopt mocht worden en sloten zich daarmee aan bij het bredere verzet. Samen spanden ze een rechtszaak aan waarin ze eisten dat het cultureel erfgoed beschermd zou blijven. ‘Ze wonnen de rechtszaak, wat betekende dat de gemeente het niet meer mocht slopen’, zegt Bird.

Publieke functie

Hoewel gemeente Groningen het pand eerst wil gebruiken als trainingslocatie, streeft ze op lange termijn naar een invulling waardoor het Joodse erfgoed toegankelijk zal zijn voor bezoekers. ‘Hiermee voegen we meteen een publieke functie toe aan de wijk, wat de leefbaarheid en levendigheid ten goede kan komen’, zegt Hoiting. ‘Daarbij moet wel worden opgemerkt dat dergelijke initiatieven niet vanzelf van de grond komen en vaak publieke middelen vereisen.’ Er ligt dus nog geen concreet lange-termijnplan op tafel. De kans dat de invulling verandert is aanwezig, en wat er ook zal komen; het zal publiek geld gaan kosten.

Volgens Bird vervult de Jeugdsjoel precies die gewenste publieke functie al, en wel zonder een cent belastinggeld nodig te hebben. ‘Alles wat hier is gecreëerd, is ontstaan uit onze eigen passie en motivatie, met veel liefde en zonder enige hulp van subsidies.’ Iedereen mag binnenlopen en alles is op basis van vrijwillige donatie. Naast wekelijkse diners en jamsessies komen mensen met allerlei eigen ideeën voor evenementen, van badmintontoernooi tot queer zelfverdedigingscursus tot filmavond. ‘Volgende week organiseert iemand bijvoorbeeld een avond waar ze met een groepje naar muziek luisteren en erover discussiëren. Een soort boekenclub voor muziek’, zegt Bird. Dat de gemeente hen er eerst uitschopt om vervolgens zelf, met publieke middelen, iets soortgelijks op te bouwen, lijkt haar inefficiënt.

Voor de gemeente is dat echter geen argument om hen te laten blijven. ‘Het kan best zijn dat zij een mooie invulling hebben met goede plannen voor de buurt, maar wij willen onze eigen plannen maken en zelf een invulling geven aan ons gebouw’, zegt Hoiting.

Symbiose

Toch hoopt Bird op een samenwerking. ‘De gemeente zou een gebruiksovereenkomst met ons kunnen tekenen waarin staat dat het pand van hen blijft, maar wij het mogen gebruiken. Dit is in Nederland al vaker gebeurd.’ Niet onregelmatig ontstonden uit zulke samenwerkingen waardevolle, culturele plekken. Paradiso en de Melkweg in Amsterdam zijn bekende voorbeelden van plekken die eerst gekraakt waren, later zijn gelegaliseerd door de gemeente, en vervolgens zijn uitgegroeid tot twee van de bekendste poppodia van Nederland.

Ook in Groningen zijn gekraakte plekken gelegaliseerd en uitgegroeid tot waardevolle culture broedplaatsen, met als bekendste voorbeeld het Oude RKZ. Toen het Rooms Katholieke Ziekenhuis naar een nieuw pand verhuisde, wilde de gemeente het oude gebouw aan de Verlengde Hereweg slopen om er dure koopwoningen voor in de plaats te zetten. Maar het was 1979, de hoogtijdagen van het kraken, en dus werd voor dit plan al snel een stokje gestoken. Krakers bezetten het oude ziekenhuis, wat het tot het grootste kraakpand van Nederland maakte. Een aantal jaar lang leefden ze er in onzekerheid, totdat de gemeente het in 1985 legaal bewoond verklaarde, in eerste instantie als zelfbeheer-experiment voor vijf jaar. Nu, veertig jaar later, wonen er zo’n 250 mensen in het Oude RKZ en dient het daarnaast als concertzaal, bar, eethuis, bioscoop en theater. Waar luxe koopwoningen hadden moeten komen, ontstond door samenwerking tussen krakers en gemeente een unieke plek waar wonen, cultuur, gemeenschap en monumentbehoud samenkomen.

De urgentie

Hoewel Bird goede hoop heeft op een samenwerking, laat de gemeente weten nog niet over dergelijke plannen na te denken. Eerst wil ze het trainingscentrum realiseren. ‘Later zien we wel welke richting we opgaan met het gebouw, maar voor nu willen we het gewoon zelf weer tot beschikking hebben’, zegt Hoiting. ‘Met de tijd blijkt wel of er een samenwerking kan komen.’

Voor Bird is het juist belangrijk dat het trainingscentrum er niet komt, want als de Jeugdsjoel eruit is, verdwijnt de kans op een toekomstige samenwerking voorgoed. ‘Het is heel belangrijk dat de tijdelijke plannen niet doorgaan. Ze zeggen dat het urgent is dit gebouw als trainingscentrum te gebruiken, maar dat betwijfel ik.’ Als de oorspronkelijke plannen van de gemeente door waren gegaan, was het pand nu namelijk helemaal niet beschikbaar geweest voor dit soort invullingen. ‘Hoe urgent kan het dan werkelijk zijn, en hoezeer is het een manier om ons eruit te krijgen?’ vraagt Bird zich af.

Hoiting reageert dat naast geschiktheid van het gebouw, nog een tweede reden meespeelt om juist in dit pand als trainingscentrum te gebruiken. ‘We willen het weer in eigen beheer hebben, want het is gemeentevastgoed.’ De gemeente wil de regie terug, en daarvoor moeten de Jeugdsjoelbewoners er logischerwijs uit.

Daarmee resulteert het in een patstelling. Bird vreest dat als de Jeugdsjoelgemeenschap er eenmaal uit is, ze niet meer terug kan keren voor een mogelijk waardevolle samenwerking. Hierop reageert Hoiting dat het ‘nu is zoals het is. Ik kan geen ander antwoord geven dan dat wij dat pand weer in handen willen.’

Vogels

Bird sluit af met een metafoor. ‘Als op een leeg stuk grond een plantje ontspruit, dat uitgroeit tot een prachtige, grote boom, waar vogels, eekhoorns en insecten in leven, en die schaduw biedt aan mensen die langslopen, zouden we die boom dan omhakken om er een officiële boom voor in de plaats te zetten? Of zouden we hem liever houden?’