Al loop je hetzelfde onbeduidende rondje honderd keer, er blijft genoeg te zien, vindt Beau Tunderman.

Mijn wijk is een zee van rijtjeshuizen en bestrating, met één verborgen strookje groen. Een parkje waar je in vijf minuten doorheen gelopen bent en waar je vanaf elke plek de huizen aan de overkant kan zien. Het bestaat uit een vijver met een groepje eenden en een Monet-achtig bruggetje, omgeven door wat bomen, en is de plaats van bestemming voor bijna al mijn ommetjes. Om wakker te worden, om de rug te strekken, of om de dag af te laten koelen. Alleen is het park na die vele bezoeken niet zo spannend meer. De eenden, het bruggetje, en de treurwilg die met zijn takken het wateroppervlak streelt terwijl hij wuift in de wind: ik ken het allemaal uit mijn hoofd. In de hoop iets nieuws, iets fascinerends te vinden, speur ik het gras en de bomen af naar exotische orchideeën of tropische vog…

Trefwoorden