Eén keer per maand mag Reijer Römer uit Kerkenveld de ecoducten Suthwalda en Stiggeltie over de N48 betreden. Het is dan zijn taak om de geheugenkaartjes in de vier wildcamera’s te verwisselen. De camera’s werken met een bewegingssensor, dag en nacht. Ook twee andere enthousiastelingen van de ecoductenwerkgroep van de Natuurvereniging Zuidwolde bekijken de beelden. Van de waarnemingen houdt de werkgroep gedetailleerde lijsten bij. Vijf soorten zoogdieren komen vaak in beeld, vertelt Römer: ree, das, vos, steenmarter en haas. Als vogelaar kijkt hij ook graag naar een roodborst in beeld of naar overvliegende roofvogels. ‘Of een van ons ontdekt een adder. Dan zijn we ook allemaal heel enthousiast.’
Een ecoduct zou je kunnen beschouwen als een paperclip om de boel voor de dieren een bee…
Eén keer per maand mag Reijer Römer uit Kerkenveld de ecoducten Suthwalda en Stiggeltie over de N48 betreden. Het is dan zijn taak om de geheugenkaartjes in de vier wildcamera’s te verwisselen. De camera’s werken met een bewegingssensor, dag en nacht. Ook twee andere enthousiastelingen van de ecoductenwerkgroep van de Natuurvereniging Zuidwolde bekijken de beelden. Van de waarnemingen houdt de werkgroep gedetailleerde lijsten bij. Vijf soorten zoogdieren komen vaak in beeld, vertelt Römer: ree, das, vos, steenmarter en haas. Als vogelaar kijkt hij ook graag naar een roodborst in beeld of naar overvliegende roofvogels. ‘Of een van ons ontdekt een adder. Dan zijn we ook allemaal heel enthousiast.’
Een ecoduct zou je kunnen beschouwen als een paperclip om de boel voor de dieren een beetje bij elkaar te houden. Mensen werpen barrières op en trekken scheidslijnen, zoals autowegen, en om de dieren tegemoet te komen zit er niets anders op dan te ‘ontsnipperen’, zoals het in beleidstermen heet. Via zo’n wildwissel kunnen de dieren dan van A naar B. In Drenthe liggen drie ecoducten in een bijna rechte lijn van zuid naar noord, waarvan eentje over de A28 bij het Dwingelderveld onder de vleugels van Staatsbosbeheer. Stichting Het Drentse Landschap beheert de andere twee, over de N48 bij Zuidwolde, evenals de omliggende natuurgebieden Steenberger Oosterveld, Esbosjes Zuidwolde, en Zwarte Gat en De Slagen.
Een ecoduct – een betonnen overbrugging met een dikke laag aarde erbovenop – bedient zoveel mogelijk diersoorten, legt Bertil Zoer van Het Drentse Landschap uit: ‘Van edelhert tot loopkever. Daarop is het ontwerp afgestemd: breed voor groot wild, en met struweel en houtwalletjes voor kleine fauna. Met een afwisselende structuur en hoge en lage vegetatie probeer je dieren te verleiden.’ Uit naastgelegen gebied komen zaadjes vanzelf aanwaaien. Hooglanders die op en om de ecoducten grazen, houden de begroeiing binnen de perken. Dat ziet Reijer Römer van de werkgroep eveneens – de wildcamera gaat óók aan als er zo’n rund voor staat.
Goudjakhals
Wilde dieren moesten eerst even wennen aan de infrastructuur die speciaal voor ze was ingericht. Suthwalda en Stiggeltie waren in 2011 gereed voor gebruik, bedekt met nog jonge beplanting zoals meidoorn, hazelaar en wilg. Het duurde een paar lentes eer het groen wat ‘body’ kreeg. Zoer: ‘In het begin gingen er nog weinig dieren overheen, maar dat liep vrij vlot op, bijvoorbeeld bij reeën en dassen. Na een jaar of zes zagen we stabiele hoge aantallen.’ Voor de wildcamera’s verschijnen jaarlijks in totaal enkele honderden exemplaren van de vijf hoofdsoorten. Reijer Römer van de werkgroep benadrukt dat het belangrijk is om te blijven monitoren: ‘We willen graag bekijken of de algehele lijn zich voortzet. En als het plotseling minder wordt, kun je proberen te ontdekken waardoor dat komt – stroperij bijvoorbeeld – en dan maatregelen nemen.’ Van de vijf hoofdsoorten staat de haas op de Rode Lijst vermeld als ‘gevoelig’, wat betekent dat de populatie achteruitgaat. De das – bedreigd door mens en verkeer – stond eind vorige eeuw zelfs op het punt uit Nederland te verdwijnen, maar geldt inmiddels niet meer als bedreigd.

Ook leuk, vertelt Römer, is dat er voor de camera weleens een verrassing opduikt: ‘Op Stiggeltie liep eens een wat vreemd gevormd beest. Uiteindelijk zijn we erachter gekomen dat het een wasbeerhond was. Ook kwam er een goudjakhals voorbij, die kom je ook niet dagelijks tegen. Maar wat we hier tot onze verbazing nog níét hebben gezien is de wolf.’ Het lijkt een kwestie van tijd voordat ook die de ecoducten over de N48 zal aandoen. Op het Drentse ecoduct over de A28 is hij al gesignaleerd, weet Zoer.
Dat wolven ook een ecoduct bij Nunspeet hebben weten te vinden, veroorzaakte daar recent opschudding. Een ander ecoduct bij de Hoge Veluwe was jarenlang afgesloten wegens de toestroom van edelherten. Maar Zoer en Römer denken niet in termen van onwelkome migratie. ‘We hebben niks te denken’, zegt Römer over een exoot als de wasbeerhond en over een nieuwkomer als de goudjakhals, die vermoedelijk hun weg vonden vanuit Duitsland. Zoer: ‘Natuurverbindingen zijn er nou juist om goed te functioneren. We hopen van alle dieren dat ze die verbindingen gebruiken, dus ook de wolf.’
‘Een ecoduct bedient diersoorten van edelhert tot loopkever’
Salamanders en kikkers
Bij leven en welzijn van de acht vrijwilligers inventariseert de ecoductenwerkgroep nog veel meer: insecten, planten en er kwam een expert met een ‘batdetector’ die concludeerde dat ook vleermuizen de ecoducten waarschijnlijk als vliegroute gebruiken. Römer pakt een lijst met dagvlinders erbij: ‘Op Suthwalda hebben we veel algemene soorten gezien, zoals groot en klein koolwitje, bont zandoogje, distelvlinder en icarusblauwtje. En dan heb je nog een hele trits aan nachtvlinders, dat zijn 29 soorten.’ De 84-jarige heeft zelf onlangs weer meegeholpen om de fuiken in de poelen aan de voet van Suthwalda uit te zetten. ‘We gaan weer kijken hoe het daar gaat met het waterleven, zoals salamanders en kikkers. Maar er zaten ook eens enorme karpers in.’ Illegaal uitgezet, denkt hij. ‘Van het natuurlijke waterleven bleef weinig over. Later zagen we een stuk van een karper op het droge liggen, waarschijnlijk gepakt door een blauwe reiger die ’m niet in zijn geheel naar binnen kon krijgen. Weer een dag later had een vos de rest meegenomen, denken wij. Zo maak je nog eens wat mee.’
Mensen houden zich op dat punt wel vaker niet aan de regels, constateert de fysiotherapeut in ruste. ‘Er zijn zelfs personen die over het ecoduct lopen en hun hond daar uitlaten. Ze stappen doodleuk over de hekken en voorbij de waarschuwingsborden. Niet vaak, maar het gebeurt wel. We zien het op de beelden.’ Terwijl het idee van een ecoduct juist is: veiligheid en rust voor wilde dieren.

Wel of geen fietspad?
Tussen de struiken boven op Suthwalda, het breedste van de twee ecoducten over de N48, merk je nauwelijks dat je pal boven de snelweg staat, is de ervaring van ecoloog Zoer. Op Stiggeltie hoort Römer wel veel verkeer, maar daar storen de beesten zich niet aan, is zijn overtuiging. Anders is dat voor het fietspad op Suthwalda, geïntegreerd in het ontwerp: het aantal faunapassages blijft daar lager dan op Stiggeltie. Overdag fietsen er onder anderen scholieren overheen; Römer spreekt van ‘brommers’ en ‘herrie’. Zoer: ‘Suthwalda is zo breed dat we ervan uitgingen dat het fietspad geen invloed meer zou hebben, afgescheiden van het faunadek met een haag van struikgewas. Maar ook zo’n combinatie kan dus toch ten koste gaan van het aantal passages van dieren.’
Beleidsmakers kunnen een overgang van beton speciaal voor dieren laten bouwen, maar het blijft kennelijk aanlokkelijk om die toch ook maar weer voor mensen te bestemmen. Zo ontstond over het smallere ecoduct Stiggeltie commotie, vanwege gemeentelijke plannen om er alsnog een fietspad aan toe te voegen als veiliger alternatief voor de bestaande oversteek. Uiteindelijk kwam er een aparte fietsbrug na ‘pittige discussies’ en ‘protesten’, herinnert Zoer zich. ‘Het heeft heel wat ergernis gegeven’, zegt Römer. ‘Ook wíj waren voor een veiliger fietspad, maar niet op het ecoduct.’ De fietsbrug uit 2023 vindt Römer ‘prachtig’ geworden.
‘Er zijn zelfs personen die over het ecoduct lopen en hun hond daar uitlaten’
Minder aanrijdingen
Dat Drenthe nu beschikt over drie ecoducten is eerder omdat ze niet meer afbesteld konden worden, dan dat robuuste ecologische verbindingen nou zo prominent op de politieke agenda bleven staan. De afgelopen vijftien jaar zijn landelijk tientallen faunapassages opgeleverd. Dit gebeurde onder regie van Rijkswaterstaat, die samen met lokale partners – zoals Het Drentse Landschap – ook verantwoordelijk is voor het onderhoud. Dit alles paste in de destijds beoogde ecologische hoofdstructuur (EHS), maar in het jaar dat de eerste hoeven en poten over Suthwalda en Stiggeltie traden, kreeg de EHS op politieke tekentafels een sterk afgezwakte vorm.
Evengoed is de bijdrage van ecoducten aan de biodiversiteit belangrijk, blijkt uit onderzoek, doordat dieren een groter leefgebied hebben gekregen. In verhouding zijn deze miljoenenprojecten wel een dure maatregel, zo luidt een tweede conclusie. Faunatunnels zijn kosteneffectiever, maar sluiten dieren uit, alleen al qua formaat. Edelherten en reeën passen er niet doorheen. Bertil Zoer verdedigt het ecoduct als beste maatregel: ‘Zeker onder brede wegen werken faunatunnels alleen voor diersoorten die de donkerte in willen en niet bang zijn voor holen, zoals een vos of een das. Maar het wordt al moeilijker voor een ringslang, die wel wat daglicht nodig heeft om zich safe te voelen.’ Zoer denkt ook aan dagvlinders als het heideblauwtje, dat slechts korte afstanden aflegt. ‘Die zal nooit een tunnel in vliegen, want zonder daglicht kan hij zich volstrekt niet meer oriënteren. Op een ecoduct lukt dat vanzelfsprekend wel. Daar kan hij onderweg nog een beetje nectar tanken en doorvliegen, of er een paar uur blijven hangen.’ Als je dan toch een passage aanlegt, is de slotsom van Zoer, doe het dan voor alles. ‘Alle dieren die voorkomen in aangrenzende natuurgebieden, komen we ook boven op het ecoduct tegen. Het fungeert als oversteek én als een stukje leefgebied.’
Dat ecoducten werken is ook te merken op de weg, vervolgt Zoer. ‘De politie krijgt vrijwel geen meldingen meer van reeaanrijdingen op de N48. Ook over dassen valt daar nog maar weinig te registreren, want ook die worden nauwelijks meer platgereden.’ Menselijke activiteit blijft evenwel opdoemen in de nabijheid van ecoducten. Zoer: ‘Zuidwolde is aan het uitbreiden met een nieuwe woonwijk, ook in de richting van de ecoducten. Dat kan een negatieve invloed hebben en dat zou jammer zijn, ook gezien de miljoeneninvesteringen.’

Prettig
Natuurliefhebber Römer en de andere vrijwilligers van de werkgroep gaan voorlopig door met het uitlezen van de wildcamera’s. ‘Er zijn mooie beelden van boksende hazen, rivalen die een “partijtje” doen,’ zegt Römer, ‘zelfs op klaarlichte dag. Of een reegeit die met haar kalf heel rustig voor de camera staat. Dassen die hun paartjes vormen. Dieren die voedsel zoeken, die achter elkaar aanzitten en gewoon een spelletje doen. Daaruit kunnen we afleiden dat dieren zich op het ecoduct prettig en veilig voelen. Het betekent zoveel méér dan een snelle verbinding tussen twee leefgebieden.’
