Het Drentse platteland is volop in beweging. Er treedt vergrijzing op, maar er is ook een influx van ‘nieuwe bewoners’, wat de huizenprijzen opdrijft en het voor jongeren moeilijk maakt een woning te vinden. De discussie rondom de bollenteelt zet telers, omwonenden en bestuurlijke organisaties tegenover elkaar. Wolven maken het Dwingelderveld onveilig voor wandelaars met honden en zorgen voor grote politieke en burgerlijke onenigheid.Genoeg spanningen die tot polarisatie kunnen leiden. Juist nu is het nodig dat de Drent hand in hand blijft staan om sámen ervoor te zorgen dat het platteland leefbaar blijft, verduurzaamt en dat er woningen en voorzieningen aanwezig zijn voor jong en oud.Gelukkig bestaat al vijftig jaar de vereniging BOKD, om precies dáárbij te ondersteunen. Lieneke Elzin…
Het Drentse platteland is volop in beweging. Er treedt vergrijzing op, maar er is ook een influx van ‘nieuwe bewoners’, wat de huizenprijzen opdrijft en het voor jongeren moeilijk maakt een woning te vinden. De discussie rondom de bollenteelt zet telers, omwonenden en bestuurlijke organisaties tegenover elkaar. Wolven maken het Dwingelderveld onveilig voor wandelaars met honden en zorgen voor grote politieke en burgerlijke onenigheid.
Genoeg spanningen die tot polarisatie kunnen leiden. Juist nu is het nodig dat de Drent hand in hand blijft staan om sámen ervoor te zorgen dat het platteland leefbaar blijft, verduurzaamt en dat er woningen en voorzieningen aanwezig zijn voor jong en oud.
Gelukkig bestaat al vijftig jaar de vereniging BOKD, om precies dáárbij te ondersteunen. Lieneke Elzing uit Schoonebeek, met een achtergrond als coach en maatschappelijk werker, is nu drie jaar als adviseur bij BOKD betrokken. Daar houdt ze zich bezig met de thema’s wonen, duurzame dorpen en zorgzame dorpen.
Wat is BOKD?
Lieneke legt uit: ‘BOKD staat voor “Brede Overleggroep Kleine Dorpen”, maar dat gebruiken wij niet vaak meer. Wij zeggen: “BOKD, voor dorpen en dorpshuizen.” We richten ons op het behouden en vergroten van de leefbaarheid in de kleine kernen in de provincie Drenthe. Duurzaamheid, zorgzaamheid, voorzieningen – dat zijn thema’s waarmee wij ons bezighouden. Daarbij werken we veel samen met andere organisaties, zoals CMO Stamm, Sport Drenthe, de Rabobank en Groninger Dorpen.
Onze vereniging heeft 245 leden. Dat zijn met name dorpshuizen en belangenverenigingen van dorpen onder de 5000 inwoners, maar daarnaast ook wijk- of speeltuinverenigingen uit de grotere kernen. En we zien dat steeds meer energiecoöperaties lid worden. Die hebben ook baat bij ondersteuning en begeleiding.
‘Elk dorp doet dingen op z’n eigen manier en daardoor kan je veel van elkaar leren’
De begeleiding kan uit heel verschillende dingen bestaan. We helpen vooral bij het opstarten van nieuwe initiatieven om ze een stevige basis te geven. In Meppen ben ik bijvoorbeeld betrokken geweest bij de werkgroep “Möpper veur en met mekaar”. Tijdens een drukke bewonersavond bleek dat er in Meppen behoefte is aan georganiseerd noaberschap. Wij zijn dan slechts de olie: we brengen vrijwilligers bij elkaar en koppelen ze aan de de juiste mensen en middelen. De echte uitvoering, het handwerk – dat wordt gedaan door vrijwilligers uit de dorpen zelf.’
Ik woon nu een jaar in een klein Drents dorp in de buurt van waar ik opgroeide. Voor dit interview kende ik jullie niet. Is dat erg?
‘Als individuele inwoners ons niet kennen is dat niet zo erg, want meestal loopt het contact via lokale belangenorganisaties. Maar sommige dorpen zijn niet goed vertegenwoordigd en dan is het jammer als mensen ons niet kennen. Wanneer zij bijvoorbeeld een energiecoöperatie willen starten, of iets met zorg willen organiseren, dan kunnen wij dat ondersteunen. En wij kunnen mensen helpen om in het dorp gelijkgestemden te vinden. Het is daarbij voor ons wel belangrijk dat een nieuw initiatief breed gedragen wordt in een dorp.’
Jullie organiseren regelmatig bijeenkomsten. Waar kan ik dan aan denken?
‘Een goed voorbeeld is de zogenoemde “dorpskrachtscan” die we sinds vorig jaar uitvoeren. Zo’n scan bestaat uit drie avonden waarop een groep mensen die een echte afspiegeling vormt van het dorp – dus ook mensen die nooit vrijwilligerswerk doen – bij elkaar komt en we samen kijken naar de kwaliteiten en de uitdagingen van het dorp. Het gaat dan niet alleen om bijvoorbeeld welke voorzieningen er zijn, maar ook om hoe men met elkaar omgaat. Op basis daarvan formuleren we een aantal acties waarmee het dorp verder kan. We deden de scan in elf dorpen en hebben de uitkomsten gepresenteerd in een bijeenkomst. We hopen dat het dorpen helpt om inzicht te krijgen in waar ze staan en hoe ze zich kunnen mobiliseren. Hoogersmilde gaat bijvoorbeeld aan de slag met een toekomstvisie voor het dorp. In een ander dorp worden de openingstijden van het dorpshuis verruimd en weer ergens anders leefde de wens jongeren meer te betrekken bij vrijwilligerswerk.
Ook informatievoorziening kwam aan de orde: hoe zorg je ervoor dat iedereen op de hoogte is van wat er georganiseerd wordt? Een idee dat op tafel kwam is om nieuwkomers met een flyer te informeren over de gebruiken en organisaties in het dorp.’ ‘Wonen is overal een groot thema: hoe zorg je dat jongeren en ouderen in de dorpen kunnen blijven wonen? In Langelo hebben we bijvoorbeeld geholpen een bewonersavond te organiseren om te horen welke woonwensen er zijn en in Diever en Nijeveen ondersteunden we bij het maken van een dorpsplan. In Pesse hebben we onlangs een fondsenmarkt georganiseerd. Inwoners met een idee – het aanleggen van een speeltuin, het verduurzamen van tuinen of het opstarten van een huiskamer in het dorpshuis – kregen daar informatie van partijen die daarbij kunnen helpen, zoals het Oranjefonds, Leader, de provincie Drenthe en de Rabobank.
Wat je op al die bijeenkomsten ziet is dat mensen elkaar inspireren. Dat is wat we vanuit BOKD heel belangrijk vinden en zoveel mogelijk ondersteunen. Elk dorp doet dingen op z’n eigen manier en daardoor kan je veel van elkaar leren. Op die bewonersavond in Meppen die ik net noemde, kwamen bijvoorbeeld inwoners uit het buurdorp Gees vertellen over hoe zij het noaberschap geregeld hebben.’

Is veiligheid ook een thema? Als ik in het donker over straat moet, pak ik de auto; op de fiets voel ik me als vrouw alleen niet prettig. Dat komt mede doordat ik aan een weg woon waar vaak te hard gereden wordt en geen fietspad is.
‘Het veiligheidsgevoel van vrouwen in Drentse dorpen is niet een thema waar we veel mee bezig zijn. Het zou kunnen dat die vraag voorbijkomt, maar dat zien we nu niet. Maar als er in een dorp de wens is voor de aanleg van een fietspad, dan kunnen wij helpen. Wij kunnen jullie dan bijvoorbeeld in contact brengen met Veilig Verkeer Nederland, een verkeerskundige of de provincie. En we kunnen kijken of er bepaalde subsidies mogelijk zijn.’
Vorig jaar bestond BOKD vijftig jaar. Dat jubileum vierden jullie op de plek waar de stichting opgericht is, in Tiendeveen.
‘We zijn destijds in Tiendeveen begonnen als initiatief van een groep inwoners. Zij protesteerden tegen het beleid van de gemeente om geen nieuwbouw in kleine dorpen toe te staan. Met succes, en dat was meteen het begin van BOKD. Dat geeft ook aan wat ons kenmerkt: we staan naast de mensen en werken in het belang van de inwoners. Persoonlijk contact vinden we daarom heel waardevol. Als je kijkt naar de hele maatschappij, dan komt er steeds meer afstand tussen inwoners en organisaties. Het wordt voor mensen steeds lastiger om hun weg ernaartoe te vinden. Wij zijn nog steeds heel laagdrempelig en makkelijk benaderbaar.’
Hoe leefbaar zijn de Drentse dorpen?
‘Er spelen belangrijke vraagstukken. Daarom proberen we de dorpen te laten kijken naar de lange termijn. Daarbij horen vragen als: Als je de basisschool wilt behouden, hoe zorg je dan dat het dorp aantrekkelijk is voor jonge gezinnen? Hoe blijf je met het openbaar vervoer goed verbonden met de grotere plaatsen? Hoe behoud je de dorpswinkel? Hoe zorgen we ervoor dat de huisarts niet weggaat, zodat we voor de griepprik niet ver hoeven reizen? En hoe kan een dorp duurzamer worden, door bijvoorbeeld meer zelfvoorzienend te zijn in de voedselproductie?
Om dorpen bewust te maken van dit soort vragen, organiseren we van alles. We hebben bijvoorbeeld een keer een bus gehuurd, in samenwerking met een aantal andere organisaties, om met geïnteresseerde inwoners op expeditie te gaan langs verschillende dorpswinkels. En we organiseren elke drie jaar de verkiezing van het dorpshuis van het jaar. Zo kunnen dorpshuizen zichzelf laten zien, maar kan men ook bij elkaar in de keuken kijken. Een recente ontwikkeling is dat dorpshuizen ook onderdak bieden aan scholen, de huisarts of welzijnszorg.’
‘Hoe kun je goed samenleven, ook als je het met elkaar oneens bent?’
‘Wat we ook zien is dat het verenigingsleven niet meer vanzelfsprekend is. Het is lastig om vrijwilligers te vinden. Anderzijds zie ik ook juist weer vaker jongere mensen actief worden. Maar er zijn verenigingen die moeten stoppen, omdat ze structureel te weinig vrijwilligers hebben. Wij denken dan mee door bijvoorbeeld te kijken of verenigingen misschien samengevoegd kunnen worden.
Ook polarisatie speelt een rol. Thema’s als de wolf of de bollenteelt kunnen zorgen voor een tweedeling in een dorp. Hoe kun je goed samenleven, ook als je het met elkaar oneens bent? Op een dorpsbijeenkomst ontstond daar een mooi gesprek over met de conclusie: probeer elkaar niet te overtuigen, maar wel te begrijpen.’

‘Over het algemeen zien we dat er veel kracht en energie zit bij de Drenten. Ze staan voor grote opgaven om het dorpsleven goed te houden, maar juist daardoor realiseren veel inwoners zich hoe belangrijk het is dat ze opstaan en meedoen. Het is niet vanzelfsprekend dat de dorpen leefbaar blijven. Daar moeten de inwoners zelf hun best voor doen. En dat besef zorgt voor veel gevoel van noaberschap.’
