In de tuin van mijn ouders zat ik te wachten tot de hel zou losbarsten, de allesvernietigende storm die het volgens de berichten vooral op TT-gangers had voorzien. Ik heb geen tuin. Andermans tuinen zijn erg plezierig, je kunt er lekker in zitten en hoeft er niets aan te doen. Toch bekroop mij een hebberig gevoel, iets wat de eerste boeren gehad moeten hebben toen ze over hun akkers met emmertarwe uitkeken. Dit is allemaal van mij. En hoewel het mijn tuin niet was, had ik ook het gevoel: zo ver het oog reikt is alles van mij.
Mijn moeder kwam naast mij zitten en ik maakte haar deelgenoot van mijn bezitterigheid. ‘Toch is het goed’, zei ze, ‘dat we daar meer dan driehonderd berkenboompjes hebben uit gehaald, anders had je nu de helft van het land niet kunnen zien.’ Ik dacht aan de wilgen…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts 43,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Trefwoorden