Lammie Drenth woont samen met haar vader en moeder Willem en Hindertje Drenth en zusje Fennie in een klein boerderijtje aan de Kromme Wijk in Stadskanaal. Zestien meest joodse onderduikers vinden er tijdens de oorlogsjaren een schuilplaats.

‘Wat bij ons thuis in de oorlog is gebeurd, had overal kunnen gebeuren. Dat heeft niets met de plek te maken, maar met de mentaliteit van de mensen.’ Lammie Drenth woont samen met haar vader en moeder Willem en Hindertje Drenth en zusje Fennie in een klein boerderijtje aan de Kromme Wijk in Stadskanaal. Zestien meest joodse onderduikers vinden er tijdens de oorlogsjaren een schuilplaats. ‘Als een man het wil en de vrouw is doodsbang dan gaat het over. Dat was bij ons helemaal niet het geval.’

Lammie Drenth is dertien als de oorlog uitbreekt. Sinds 1936 woont de familie in het boerderijtje; aan het water, een bruggetje er voor, een boerenweggetje en twee boerderijen als buren. Stadskanaal ligt op ongeveer een kilometer afstand. ‘De kijkruimte tussen ons en de boerderij ernaast was niet …