Wanneer ik naar mijn middelbare school fietste, passeerde ik de Drentsche Aa. Op een gegeven moment werden daar elzen gesnoeid. Een groot bord midden op het fietspad waarschuwde voor ‘wandelende takken’. Op zich vond ik dat niet vreemd, in het biologielokaal vielen de babytakjes regelmatig van het plafond op mijn tafel. Ze vermaakten zich prima buiten hun accubakjes. Maar dat ze zich nu ook in het Drentsche Aa-dal gevestigd hadden, verbaasde me. Wanneer ik er op mijn racefiets langs moest, minderde ik vaart en tuurde naar de grond. Maar hoe onderscheid je zo’n beestje van de andere takjes? Aan een vriendin die dezelfde route reed, maar vanwege een minder snelle fiets eerder vertrok, vroeg ik of zij al wandelende takken had gezien. ‘Wandelende takken?’ antwoordde ze stomverbaasd. ‘Er sta…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts 43,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Trefwoorden