Geen plek zo afgelegen, geen locatie zo bijzonder of we kunnen er tegenwoordig met de auto, op de motor of per fiets komen. Toch hebben de meesten van ons geen idee wat zich afspeelt aan de stille achterkant van Nederland. In deze nieuwe serie slaat Noorderbreedte doodlopende wegen in.

Weekblad De Groene Amsterdammer publiceerde ooit een glossarium van de jaren zeventig. Een verklarende begrippenlijst over deze periode met krakers, dam-slapers, praatgroepen, woongroepen, glitterrock, henna, intiemspray, repressieve tolerantie, softies, soulbroeken, zitkuilen én het eerste kabinet-Den Uyl.
Het waren ook hoogtijdagen voor het feminisme. Zelfs in streken waar je de aanhangsters van deze stroming allerminst zou verwachten. Zoals in Foudgum, het piepkleine terpdorp langs de provinciale weg van Dokkum naar Holwerd en Ameland. Aan het einde van de honderd procent doodlopende Kolkreed, net buiten het dorp, was een vrouwencamping gevestigd. Volgens het glossarium van De Groene Amsterdammer betrof het de Nederlandse enclave van FemQ, een eiland bij Denemarken waar feministen vakantie hielden en aan hun bewustwording werkten.
Weinigen in Nederland zullen zich dat herinneren. Maar in Foudgum zijn ze de bijzondere, destijds als schandelijk ervaren camping niet vergeten. Dinie Goedhart en haar man Peter B. van Houten al helemaal niet. Logisch, want dit kunstenaarsechtpaar nam zo’n 25 jaar geleden de één hectare grote camping met (toen nog) sterk verwaarloosde opstallen – twee aaneengeschakelde arbeiderswoninkjes – voor betrekkelijk weinig geld van de vrouwenstrijdsters over.
Het feminisme had kennelijk, ook in Foudgum, zijn langste tijd gehad. Niet iedereen besefte dat trouwens meteen. Dinie (58) en Peter (62) hadden aanvankelijk nog wel eens last van mannen op zoek naar blote vrouwen. Enkele van de betrokken feministes zelf zijn ook nog eens terug geweest, om te vragen of zij tegen een zacht prijsje niet toch nog af en toe van het terrein gebruik konden maken. Peter weet het nog goed: met hem als man wilden ze beslist niet praten.

Het Noordoosten van Friesland. Afgelegen, ruimte te over, groene weiden, schilderachtige terpdorpen, prachtige luchten. Een in zichzelf gekeerd gebied waar de tijd heeft stil gestaan, hoor je in zo’n geval vaak beweren.
Maar schijn bedriegt. Zeker in Foudgum. Het gehucht is wereldser dan het lijkt. Dorp en omgeving hebben een bijzondere aantrekkingskracht, vooral op mensen uit het Westen. Al eeuwen lang. Lees de moderne, eigen internetpagina’s van het dorp er maar op na. De site verhaalt uitgebreid van François Haverschmidt, alias Piet Paaltjens. Deze dichtende dominee, Fries van geboorte en – door eigen toedoen – overleden in Schiedam, woonde en werkte anderhalve eeuw geleden, gedurende enkele jaren in Foudgum. Het dorp is er trots op. De ‘ringweg’ is naar hem vernoemd, een wandelroute aan hem gewijd.
Haverschmidt heeft in Foudgum ongetwijfeld ook langs de Kolkreed gekuierd. Misschien heeft hij er wel inspiratie opgedaan voor zijn beroemde Snikken en Grimlachjes, zijn eerste gedichten.
Haverschmidt en de feministen van FemQ mogen dan tot het verleden behoren, dat wil niet zeggen dat Foudgum weer is ingeslapen en zijn attractiviteit is kwijtgeraakt. Integendeel. In het nabij gelegen Hantum bevindt zich nog altijd een levendig, door menigeen bezocht Boeddhistisch centrum met een heuse stoepa, een karakteristiek Tibetaans bouwwerk ter vermeerdering van de positieve krachten in de wereld, zoals vrede, liefde, harmonie en welvaart. Een stoepa beschermt omwonenden volgens de soetra’s, de wijze lessen van het Boeddhisme, bovendien tegen agressie en geweld.

Peter B. van Houten heeft vanuit zijn zelfgebouwde, ruime en goed verwarmde atelier met grote ramen op het noorden mooi uitzicht op de bomen waarin de stoepa, zelfs ’s winters, grotendeels verscholen ligt. Het zicht op de dorpen Foudgum, Hantum en Hiaure is al even imposant. Een plek om te zoenen. Uitermate geschikt voor de kunstschilder die Van Houten is. En al even ideaal als vestigingsplaats voor het blokfluitinstituut Flauto Nuovo van Dinie.
Peter en Dinie zijn, gelijk de feministes van FemQ, de bezoekers van de stoepa en wie weet nog meer, van origine rasechte westerlingen. Geboren in respectievelijk Amsterdam en Dordrecht. Vanuit Amsterdam en later Purmerend, waar zij ooit een petieterig flatje bewoonden, streken ze in eerste instantie neer in een boerderij aan de doorgaande weg in Hantum. Eén jaar later verhuisden ze definitief naar de doodlopende Kolkreed bij Foudgum.
Hun eerste kennismaking met het gebied vond plaats op een grijze zondag in februari.
Ze reden eerst nog verkeerd ook, Peter artistiek gekleed in een wit kostuum met gele schoenen, Dinie al even opvallend in een appelgroen pakje en op hoge hakken. ‘Het land was zo verschrikkelijk plat. Wat een ellende.’ Nu willen ze er nooit meer weg. ‘Of er moet iets ergs gebeuren.’

De kinderen, drie zonen, opgegroeid en naar school gegaan in Hantum en Dokkum, zijn al jaren het huis uit; ze hebben zich als kunstenaars en architect gevestigd in Amsterdam en Groningen. Alle tijd dus voor Dinie en Peter om zich aan de afgelegen Kolkreed te wijden aan werk. Peter is onder andere bezig aan een uniek en omvangrijk project. Hij wil van jaar tot jaar zijn huidige leefomgeving, zijn ideeën over schilderskunst en de vijfhonderd (!) mensen die – goedschiks of kwaadschiks – een rol speelden in zijn leven, vastleggen in een vijftig meter lang en 1,80 meter hoog kunstwerk. De eerste twaalf meter met paneeltjes van 30 bij 30 centimeter zijn al af.
Dinie’s leven draait om de muziek in het algemeen en de blokfluit in het bijzonder. De muziekkamer staat vol met bijzondere instrumenten. Haar activiteiten zijn veelomvattend: ze leidt het opleidingsinstituut Flauto Nuovo, is oprichtster van It Frysk Recorder Orchestra, organisatrice van Fluitland Foudgum en afdelingshoofd A.M.V./Blokfluit aan streekmuziekschool De Wâldsang. Stichting Flauto Nuovo Friesland, waarvan Peter voorzitter is, organiseert speeldagen voor blokfluitisten en concerten met blokfluitisten zoals Walter van Hauwe, Saskia Coolen en het bekende Amsterdam Loeki Stardust Quartet. Dinie organiseert ook regelmatig optredens in het oude kerkje (met twaalfde-eeuws zadeldak) van Foudgum. Groepen kinderen en volwassenen kunnen soms terecht tijdens een fluitdag in haar tuin. Allerhande objecten in de tuin herinneren nog aan deze bijeenkomsten.
Geen betere ambassadeurs voor Foudgum dan Van Houten en Goedhart, ook al vanwege hun contacten met de lokale bevolking. De eerste kennismakingen bevielen Peter en Dinie direct, al hadden de dorpelingen niet de beste ervaringen met mensen van buiten. Eigenwijs hè, die Hollanders: bemoeien zich met zaken waar ze geen verstand van hebben. Vertellen de boeren bij wijze van spreken hoe ze het beste hun witlof moeten kweken. Maar de buren bleken erg aardig. Boden direct koffie aan. Hielpen bij het opknappen van de woning in Hantum en later in Foudgum, want een puinhoop was het er in het begin; het huis lekte aan alle kanten. Zeer gewaardeerde burenhulp kwam er ook toen Dinie’s moeder aan de Kolkreed ziek was en anderhalf jaar later op sterven lag.
Dinie en Peter spreken nog geen Fries; een moeilijke taal, vinden ze. Maar dat vormt geen belemmering, blijkens het feit dat Peter wordt geaccepteerd als lijkdrager tijdens begrafenissen.

Van tijd tot tijd worden de sloten rond het huis door buren gehekkeld (van overtollig riet ontdaan). De plantenresten worden op de oever gelegd. Reeën uit de omgeving leggen zich daarop graag te slapen. Heel bijzonder, vond een bezoekende bioloog. Dinie en Peter hebben die reeën zelf nog nooit gezien, maar dat de dieren er zijn, is, getuige de hertensporen, zeker. De weelderig begroeide tuin is bovendien een paradijs voor allerlei kleine vogels. Voeg daarbij de koeien, paarden en schapen op de naastgelegen velden, en het faunafeest aan de Kolkreed is compleet. Het echtpaar zelf bezit twee uiterst waakzame honden in een groot hok achter het huis.
Wonen aan een doodlopende weg heeft eigenlijk alleen maar voordelen, vinden ze. De stroom- en watertoevoer zijn geregeld. De telefoon doet het, en ze internetten via een ADSL-verbinding. De krant wordt gewoon aan huis bezorgd, net als het wekelijkse pakket aan ecologische etenswaren. Oké, kabelaansluiting voor de tv hebben ze niet. En ook geen riolering. Een grote beerput bij het huis vangt alles op. Een put, die in al die jaren slechts éénmaal is geleegd. Op zondag nota bene door iemand uit het dorp.
En nu maar hopen dat ‘hun’ Kolkreed in het kader van Fryslân-fietsland in de toekomst niet als rijwielpad wordt doorgetrokken naar Hiaure. Het zou Peter niets verbazen als dat nog eens gaat gebeuren. Dan moet hij extra struiken planten, want op inkijk in zijn atelier zit hij niet te wachten.

Trefwoorden