Al tijdens zijn studie biologie aan de Groningse universiteit wist Albert Beintema één ding zeker: zodra hij zijn bul had, zou hij verhuizen naar Tristan da Cunha, een haast niet te bereiken stipje diep in zuidelijke wateren, waar hij het leven van albatrossen en pinguïns in kaart wilde brengen. Hij was zelfs van plan zich, samen met zijn vrouw, die botanie studeerde, een jaar lang op het nabije, onbewoonde Nightingale Island te vestigen, zo schrijft hij in Mijn vogels.
Maar eerst belandde hij voor een jaar in de Herdershut op Schiermonnikoog, het befaamde veldstation van de Groningse biologen. Hij wist toen nog niet dat Tristan voor hem voorlopig onbereikbaar zou blijven. Hij meende dat zijn doctoraalonderzoek naar bergeenden het voorstadium zou zijn van zijn verkenning van de zeevogel…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts 43,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.