Wanneer we uit de auto stappen aan de rand van het Friese Buitenpost, praat Karin Brons (32) zo druk over wilde planten dat we vergeten naar de lucht te kijken.

Wanneer we uit de auto stappen aan de rand van het Friese Buitenpost, praat Karin Brons (32) zo druk over wilde planten dat we vergeten naar de lucht te kijken. Rechts de drukke Lauwersmeerweg, de N358 richting Surhuisterveen. Links een villawijk, verscholen achter een gracht met aan de overkant opschietend moerasbos. Via een betonnen slingerpad voert de teamleider Groen bij de gemeente Achtkarspelen ons langs straten die namen dragen als ‘Gagel’, ‘Kalmoes’, ‘Poelruit’. Inderdaad, allemaal wilde planten.
Terwijl de lucht boven ons steeds zwarter wordt, zetten we de eerste stappen in de Groene Gordel van Buitenpost. Deze met wilde planten ingezaaide ‘bufferberm’, die weg en woonwijk scheidt, dateert van 1980. Kilometers lang is hij, en op sommige plaatsen vijftig meter breed. ‘Mensen die wilde bloemen en planten willen zien, hoeven niet ver te rijden naar een natuurgebied’, zegt Brons. ‘Die bezorgen we hier in Buitenpost als het ware thuis. De gemeente heeft tonnen zand uit Limburg hiernaartoe laten verschepen en die op een ondergrond van klei laten storten. Dat heeft gezorgd voor hoogteverschillen, droge en natte gebieden, poelen, oevers met een zeer lage hellingsgraad, gunstig voor amfibieën. Allemaal om een zo groot mogelijke soortenrijkdom te krijgen. Een team vakspecialisten adviseert hoe we kunnen voorkomen dat al die uiterst verschillende plantengemeenschappen elkaar verdringen, dat het dichtgroeit waar het moerassig moet blijven of nat wordt waar het droog hoort te zijn. De logistieke knoop die dat oplevert, mag ik als teamleider weer ontwarren.’
Hoe moeten we ons haar werk voorstellen? ‘Om ervoor te zorgen dat zo’n enorm stuk natuur wild blijft, moet je op papier superduidelijke, gedetailleerde werkaanwijzingen geven. De uitvoerder moet precies begrijpen wat de bedoeling is. Ik houd werkvoorbereidingoverleg en wanneer iedereen gedaan heeft wat hij doen moet, schrijf ik overdrachtadviezen voor de volgende keer. Ik kom zelden buiten, zit altijd achter mijn bureau. Heel tegenstrijdig! Dat verwacht je niet van iemand die de wilde natuur van Buitenpost aanstuurt. Ik ben hier dus ook al een hele tijd niet meer geweest.’
Gets! Het begint te hozen. En de paraplu ligt nog in de auto. ‘Kan me niet schelen’, roept Brons. ‘Nou wil ik de wilde bertram vinden ook! Negentig centimeter hoog, éénstelig, kort voor de top zich vertakkend in knoopvormige piepkleine bloemkroontjes. Waar is hij nou? Twee maanden geleden stond hij hier nog ergens!’

Trefwoorden