Veertig jaar na de start van het ‘ooievaarsterugkeerbeleid’ is de vogel niet meer zo zeldzaam. Ter herinnering: twaalf fokstations, waarvan vijf in Noord-Nederland, moesten de bedreigde ooievaar weer op krachten helpen komen toen die in 1969 een beschermde diersoort werd. Maar inmiddels klagen bewoners van het Drentse dorp de Wijk over verstopte schoorstenen en ooievaarspoep op dak en wasgoed. Zij zijn er niet zo blij mee dat de vogel al vijftien jaar fokt bij het nabijgelegen riviertje de Reest, voor de klepperaar het ideale broedgebied met vochtig grasland en veel prooidieren zoals muizen en kikkers.

Volgens STORK (Stichting Ooievaars Research & Knowhow) staat de teller inmiddels op circa zevenhonderd broedparen en duizenden jongen, waarvan een derde in Noord-Nederland vertoeft. Een mooi aantal. Zeker vergeleken met de jaren veertig, toen er volgens Vogelbescherming Nederland ongeveer 350 paren actief waren. Dat was vóór de drastische terugval na de Tweede Wereldoorlog, door intensivering van de landbouw en overmatig gebruik van pesticiden.
Sinds 2006 al is de ooievaar in ‘randverspreidingsgebied’ Nederland weer op peil en getalsmatig niet meer bedreigd, ook niet op Europese schaal. De officiële fokprogramma’s lopen dan ook op hun einde. Enkele buitenstations zijn ondertussen gesloten. Andere bouwen hun taken geleidelijk af. Toch zijn er nog steeds veel particulieren die op eigen i…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts €52,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Trefwoorden